What about Wilma Holbewoonster in de hoofdstad

Een jaar lang leven als holbewoonster. Oud-filosofiestudente van de RUG Marianne van Dijk probeert het. Vorig jaar heeft ze zich al bewezen door het honderd dagen vol te houden, en wegens enthousiasme en interesse heeft ze er een jaar aan toegevoegd. Ik bracht een bezoekje aan de grot.

Door Josselin Snoek

Anders dan de meeste grotten was deze gelegen in het hart van Amsterdam. Na het aanbellen kwam er een meisje in een rode wollen coltrui en een lichtroze broek de trap af. Deze holbewoonster was verassend goed voorbereid op de Hollandse winters. Aan haar voeten trof ik wollen sokken aan, hoewel ik wist dat ze lopen blootsvoets deed. Twee trappen later vonden we haar grot. “Ook een pannenkoekje? Ik heb nog niet geluncht.” De grot was crèmewit gekleurd en in twee hoeken was er voorzichtig begonnen aan een rotsformatie. Van een echte grot zal het niet komen. “Het is toch een huurhuis hè.” De pannenkoek was gemaakt van speciaal graan, een oermens volgt immers een oerdieet. Ik had bestek, haar bestek dacht ik, want zij at met haar handen. Later kreeg ik door dat met haar handen eten part of the deal was. Even keek ze om de tijd in de gaten te houden op haar telefoon, welke ze deze maand bij wijze van proef verder niet gebruiken zou. “Ik wil nog proberen een tijdje zonder klok te leven,” zei ze, “maar als ik nu moet gaan vertrouwen op de zon om op tijd naar mijn oppaskinderen te gaan, dan gaat dat de mist in. Zullen we maar beginnen dan?”

Het project

Mijn eerste vraag, welke ik deel met vele anderen aan wie ik verteld had over dit interview, was eigenlijk heel kort: “waarom?” “Een vriendin van mij vertelde dat ze het paleodieet (je eet bij dit dieet alleen vlees, vis, eieren, groente, fruit en noten) volgde. Ik kende haar als iemand die vaak ziek was, maar het dieet had haar een stuk gezonder gemaakt. Een tijdje at ik met haar mee en dat beviel zo goed dat ik het een jaar zelf ben gaan proberen.” In dat jaar is Marianne geen enkele keer ziek geweest, voelde ze zich een stuk fitter en had, en dat was het leuke, daardoor geen after dinner dips meer. Omdat het eten zo’n goede werking op haar had vroeg ze zich af of de rest van de gewoonten uit de prehistorie ook bevorderlijk zouden zijn. Het idee groeide uit tot een project van 100 dagen waarin ze als holbewoonster in Amsterdam zou leven, met de focus op gezondheid of milieu. “In die tijd bewoog men veelzijdig. Je zat nooit, hoogstens op je hurken, en voor de rest lag of stond je.” Voor haar werk al freelance journalist moet Marianne veel achter haar laptop zitten. Ze kreeg last van RSI, en haar eerste gedachte was: “Om RSI tegen te gaan moet ik op een betere stoel zitten en een betere muis gebruiken,” maar toen ze verder dacht kwam het idee om juist dingen weg te laten. Ze heeft in plaats van een luxe bureaustoel een statafel gekocht. “Ik wil graag vanuit persoonlijke nieuwsgierigheid en speelsheid onderzoeken of de gewoontes van toen nu ook nuttig zouden kunnen zijn. Ik neem de dingen die ik doe serieus maar hoop tegelijkertijd ook dat mensen er de humor van inzien, zoals wanneer ik in een video op pad ga om te onderzoeken of mensen vinden dat ik nog wel lekker ruik zonder deodorant.” Je kan je slechts een voorstelling maken van hoe men vroeger leefde. Om die voorstelling zo kloppend mogelijk te maken wordt Marianne geadviseerd door een paleoantropoloog. Voor het gemak heeft ze haar voorbeeld, haar denkbeeldige oermens, Wilma genoemd, naar de roodharige Flintstone.

Aanpassingen

De oermens leefde zo’n 40.000 (ik schrik telkens weer van dat getal) jaar geleden in de prehistorie. De eerste stap was dus het paleodieet, welk ze nog steeds volhoudt. Daarnaast is ze koud gaan douchen. “Het is veel milieuvriendelijker. Stond ik normaal een kwartier onder de douche, nu is dat nog maar twee minuten. En aan het koude water was ik zo gewend.” Ook de zeep en shampoo gingen de deur uit. “Zonder shampoo douchen was even spannend maar na een week of twee zag mijn haar er zonder dat ook goed uit.” Op blote voeten lopen was eveneens een prehistorische gewoonte waar aan toegegeven moest worden. Het bleek een van de moeilijkste onderdelen te zijn. “Mensen op straat vonden het gek, spraken me erop aan en maakten grapjes. Het duurde een tijdje voordat ik besefte dat die grapjes vaak eigenlijk een soort contact zoeken waren. Door zo’n grapje wilden ze aan me vragen of het wel goed ging.” Over het lopen zelf hoorde ik Marianne niet klagen (ook al loopt ze voor dit project zo’n negen kilometer per dag). “Wanneer je op blote voeten loopt voel je de stad echt. Sommige tegels zijn hard, lopen korrelig, en zebrapaden lopen lekker zacht!”

“Ik had van te voren voor mijzelf al duidelijk gemaakt dat ik niet echt ergens in een grot wilde gaan leven. Daar had ik echt geen trek in en daar ligt mijn doel ook niet. Ik wil juist laten zien wat we nu in het stadse leven kunnen gebruiken van de gewoontes van toen. Zo bereik je ook mensen en heb je voor hen sluitend bewijs dat overleven als holbewoonster niet alleen in een hol in de wildernis goede uitwerkingen kan hebben. Ik maak me echt zorgen om hoe we met elkaar omgaan in de stad, om de gezondheid van mensen die de hele dag zitten en veel suiker eten, en om het feit dat we in 2050 negen miljard mensen te voeden hebben. Ik wil bijdragen aan de oplossingen daarvoor.”

In onze moderne maatschappij leven we vooruit en in ons denken (bijvoorbeeld wanneer je boodschappen doet voor een hele week, terwijl je op dat moment maar honger hebt voor één maaltijd), maar in de prehistorie moest je meer in het nu leven en actief je zintuigen gebruiken. Marianne probeert die focus op haar zintuigen over te nemen. “Het klinkt gek maar ik heb het idee dat ik de stad nu beter ken.” Door blootsvoets te lopen voelt ze de stad letterlijk bij elke pas. Ze mag haar mp3-speler niet gebruiken dus haar oren staan altijd open voor wat er op straat te horen is. “Je onthoudt ook beter waar je bent omdat je meer zintuigen gebruikt die op hetzelfde gefocust zijn.”

Van de radar

Onlangs is Marianne de uitdaging aangegaan een maand offline te gaan. Eerder hield ze al wel laptop- en telefoonvrije zondagen. Het bleek een lastige uitdaging te zijn. “De eerste weken ging het goed omdat ik nog veel afspraken had staan. Daarna verwaterde dat een beetje en als ik dan vrienden wilde zien moest ik bij ze langs lopen in de hoop dat ze thuis waren.”
Ook naar haar werk als oppas nam Marianne haar telefoon niet mee. Dat had een verrassend goed effect. “Normaal grijp ik in de loze momenten wanneer de kinderen zichzelf vermaken toch snel even naar mijn telefoon voor een sms’je, mijn mail of wanneer ik gebeld word. Normaal worden ze wanneer ik bel een beetje rumoerig omdat ze weten dat ik mijn aandacht niet bij hen heb. Nu was die afleiding er niet en ondanks dat ik niet altijd mijn aandacht bij ze heb (kinderen moeten zichzelf ook kunnen vermaken vind ik) was er een bepaalde rust.” Een keer heeft ze haar uitdaging moeten onderbreken om een vriendin te bellen. “Ik had in die tijd last van depressieve gevoelens. Ik had een paar tegenslagen en in de winter waren een aantal regels lastiger vol te houden dan ik op voorhand dacht. Ik had al lang niets van die vriendin gehoord, haar gemist, en toen ze niet op onze afspraak kwam ben ik bij haar langs gegaan. Er deed niemand open. Blijkbaar heb ik op de verkeerde bel gedrukt want toen ik haar belde bleek ze weldegelijk thuis te zijn.” Offline gaan is in deze tijd eigenlijk niet meer te doen. Ikzelf merk al dat er veel langs me heen gaat omdat ik geen smartphone heb. Het blijkt dat offline leven in deze samenleving, ook al probeer je eigenlijk als iemand uit een andere samenleving te leven, niet goed mogelijk is. Erg is dat niet, het gaat Marianne er ook om te ontdekken wat voor onze samenleving belangrijk is.

Waarderen

Door dit project is ze zowel het verleden als het heden meer gaan waarderen. “Ik dacht dat ze in de prehistorie alleen maar gefocust waren op overleven, maar ook toen was men al bezig met wat mooi is. Zo zijn de eerst gevonden vuistbijlen prachtig afgewerkt, veel verder dan nodig was.” Deze vuistbijlen zijn ook het bewijs dat de mens al gereedschap maakt sinds zijn ontstaan. “Geen enkel andere diersoort doet dat. Apen gebruiken weleens een tak als hulpmiddel maar alleen de mens maakt gereedschap om de natuur te bewerken. In de loop van de jaren is dat natuurlijk sterk uitgebouwd. We bouwden toen ook al huizen (in de meest primitieve vorm natuurlijk) tussen ons en de lucht in; zoveel grotten zijn er nu ook weer niet in Europa. In de prehistorie ligt de kiem van wat wij nu nog steeds hebben. Er zijn zelfs stenen gevonden met hetzelfde teken erop, hiervan wordt gedacht dat dit het eerste woord is. We zijn aan hen verwant, maar natuurlijk wel in een doorontwikkelde vorm. Ik vind het iets moois hebben dat onze soort 40.000 jaar geleden ook al met dezelfde dingen bezig was.”

Een dagje Wilma

Maar hoe vul je je dagen als holbewoonster, zonder internet op een verloren moment zoals wanneer je op de trein staat te wachten? “Op het perron zag ik hoeveel mensen grepen naar hun telefoon, even wachten voelt al snel als nutteloos, verspilde tijd, maar er gebeurt zo veel om je heen. Je kan met mensen praten.” Marianne wil in haar project nog graag de mensen uit haar straat leren kennen. “Wilma wist vast naast wie ze woonde, wie ze kon vertrouwen.”

Een echte prehistorische grot heeft natuurlijk muurschilderingen. Ik vroeg Marianne naar de hare. Ze had er één, een grote bizon. (“vroeger hebben ze die ook al met takjes op wanden aangebracht”), maar ik had pech want een dag eerder had ze het weer overgeschilderd.

Wat ze het meeste mist is haar muziek. “Vroeger had ik tijdens het werken altijd muziek opstaan. Ik ben erachter gekomen dat de mens al zolang hij praat ook zingt, dus zingen mag.” Ook fluiten stammen al uit die tijd. Zelf ging Marianne djembé spelen uitproberen. Om de muziek niet te veel te hoeven missen is ze onlangs naar een kerkconcert geweest. “Wanneer je weet hoe het zonder muziek is waardeer je het meer wanneer je het weer hoort. Dat concert liet me verwonderen en waarderen hoe ver we al ontwikkeld zijn, dat we zoiets moois kunnen produceren.”

Wat ze eigenlijk nog meer miste is het gevoel erbij te horen. Ze loopt op blote voeten, eet anders, “je wordt er gewoon anders door benaderd.” Routines uit het dagelijks leven die ze gewoon was te doen, kon ze door dit project soms niet doorlopen, dat geeft een andere kijk en soms onzekerheid. “Wanneer ik me klaarmaakte voor een date was ik gewend make-up op te doen. Een jongen zal je hopelijk enigszins hetzelfde behandelen wanneer je geen make-up op hebt, maar het hoort nu eenmaal voor je gevoel bij deze speciale gebeurtenis.”

Volhouden

Marianne zit nu ongeveer op een kwart van haar project, het einde komt gestaag in zicht. Ik vroeg of ze bepaalde gewoonten ging vasthouden. Ze begon met “daar kan ik nu eigenlijk nog niets over zeggen. Ik zit nu net op een kwart jaar en ben inmiddels goed tot redelijk gewend aan wat ik voor mijzelf als prehistorisch en haalbaar heb gesteld. Ik douche koud, wat goed voor het milieu en prettig is. Ik gebruik water in plaats van wc papier, (ik had in mijn leven al vijf bomen aan wc papier verbruikt en water is stukken goedkoper), en douche zonder shampoo of zeep, vooral dat laatste is eigenlijk heel prettig, ja dat zal ik waarschijnlijk wel blijven doen.” Ook het sporten bleek na enig beraad een blijvende hobby; drie keer per week leek wel te doen.

Via haar website whataboutwilma.com houdt Marianne geïnteresseerden op de hoogte van wat ze meemaakt. “Ik vind het belangrijk dat ik heel eerlijk verslag doe van de resultaten, zoals toen ik last kreeg van depressiviteit in de offline-periode, dat meld ik dan ook. Dat is nodig om het vertrouwen van volgers te houden.” Haar verslag ziet ze ook als doel op zich omdat ze hoopt dat meer transparantie over zowel fysieke als mentale aandoeningen zorgt voor meer begrip tussen mensen. Ook wordt er een documentaire gemaakt en meerdere uitgeverijen hebben haar benaderd voor een boek. “Bij belangrijke punten komt de cameraploeg kijken. Verder heb ik zelf nog een kleine camera waarop ik af en toe een logboek bij moet houden.” Dan rest ons nog de vraag of ze ook anderen kan inspireren de holbewoner in zich naar boven te halen. “Via mijn site kan ik veel mensen bereiken en van over de hele wereld reageren mensen op mijn acties. Er is een man in Engeland die trouw mee doet met mijn digital detox (laptop- en telefoonvrije zondag), en in november had ik een power shower week (een week koud douchen) waaraan veel mensen mee deden. Één man in het bijzonder beloofde het een maand vol te gaan houden. Een paar weken later kreeg ik een reactie “Ik doe het nog steeds!” “Het is leuk mensen zo te bereiken.”

En op mijn beurt hoop ik jullie te bereiken. Ik denk dat Marianne met een leerzaam project bezig is, dat door het jezelf opleggen van restricties laat zien waar onze maatschappij vandaag de dag toe in staat is. Het was een slimme zet van haar om gedurende het project in Amsterdam te blijven. Dit bewijst dat ook wij een klein stapje van 40.000 jaar terug kunnen doen. Probeer eens een keer zonder koptelefoon op naar college te fietsen of eens een middag je gsm aan de kant te leggen. Merk je het verschil?


Josselin Snoek is op zoek naar een nieuw project. Even overwoog ze ook de oermens in haar op te zoeken, maar haar warme sokken hielden haar tegen dat plan door te zetten.

Facebooktwittertumblrmail

Dit artikel is geschreven door een gastauteur. Schrijf ook voor de Qualia! Kopij kan gestuurd worden naar de redactie via fil-qualia@rug.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *