Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

De rubriek ‘O Jee, wat nu?!’ is sinds jaar en dag een briefwisseling waarin vragen worden beantwoord, gemoederen worden gesust en zorgen worden verlicht. Ditmaal komt de hulpkreet van een radeloze student die door het uitdunnen van het wijsgerig vakkenpakket aan de Groninger filosofiefaculteit nauwelijks meer kan communiceren met zijn jongere medestudenten. Het antwoord komt van een autoriteit: wie kan immers beter duiden wat er mis is met het ontbreken van deze  continentale traditie dan onze laatste hoogleraar cultuurfilosofie, prof. dr. René Boomkens?

Beste René Boomkens,

Ik heb mijn cultuurfilosofisch vocabulaire in quarantaine geplaatst. Er zat niets anders op. Als ik het over aura’s had dan dachten mijn medestudenten dat ik teveel Astro-tv had gekeken, als ik daarna ook nog aankwam met ‘the medium is the message’, dan wisten ze het zeker.

Na uw vertrek als hoogleraar cultuurfilosofie heb ik lijdzaam toegekeken hoe tijdens kantinegesprekken en STUFF-borrels cultuurfilosofische termen steeds vaker onbegrepen bleven. Terwijl de faculteit zich verder afsluit van alle filosofie die niet gereduceerd kan worden tot definities of formules, gebruik ik mijn gereedschapskist voor het denken alsmaar eenzijdiger. Het scheermes van Ockham, het spuitbusje met Putnams XYZ en Wittgensteins taalspel worden regelmatig gebruikt, maar mijn cultuurfilosofisch begrippenapparaat ligt (samen met Nietzsches hamer en Habermas’ blauwe monster) ergens onderin mijn gereedschapskist stof te verzamelen. Inmiddels ben ik vergeten hoe het te gebruiken.

Jaren terug, toen mijn VWO-diploma nog warm was van de printer en denkers als Baukje Prins, Karin de Boer, Thijs Lijster en uzelf nog filosofiecolleges verzorgden, adverteerde de Faculteit Wijsbegeerte met een breed bachelorprogramma. De propedeuse bleek om van te smullen: Plato en Aristoteles, logica, cultuurfilosofie en ethiek; een gezonde basis voor elk beginnend filosoof. In het tweede jaar stond onder andere Cultuurfilosofie 2 op het menu en voor de fijnproevers gaf u ook nog het derdejaarsvak Cultuurfilosofie 3, dat voor een keuzevak gretig aftrek vond. Daarnaast waren, uiteraard, de andere grote filosofische stromingen ook goed vertegenwoordigd in het onderwijsprogramma. Maar dit is alweer jaren geleden. Binnenkort dienen de eerste masterstudenten zich aan die nog nooit van cultuurfilosofie gehoord hebben.

Afgelopen dinsdag, nadat ik op de STUFF-borrel mijzelf erop betrapte de term ‘verstrooiing’ te gebruiken, heb ik mijn cultuurfilosofisch begrippenapparaat tot nader order buiten werking gesteld. Mijn medestudenten dachten dat ik het over snoepgoed had, en toen ik vertelde dat het iets met Walter Ben-Jamin te maken had wisten ze het zeker. Tot mijn schrik begreep ikzelf ook niet meer wat ik met ‘verstrooiing’ bedoelde. Dat was de spreekwoordelijke druppel. Ik zou graag weer met mijn medestudenten over cultuur kunnen filosoferen en om die reden wend ik me tot u, meneer Boomkens. Wat is cultuurfilosofie ook alweer?

Met vriendelijke groet,

Een radeloze filosofiestudent


Arme cultuurfilosoof,

mag ik je, om te beginnen, een citaat voorleggen van Walter Benjamin (in Engelse vertaling, natuurlijk, want Duits speelt geen rol meer in academia):

“What, in the end, makes advertisements so superior to criticism? Not what the moving red neon sign says – but the fiery pool reflecting it in the asphalt.”

Het citaat komt uit zijn aforistische essaybundel ‘Einbahnstrasse’, een van de weinige voldragen teksten die tijdens zijn leven ook echt werden gepubliceerd. Ik heb er zelf diverse malen naar verwezen en kwam het vandaag weer tegen in de essaybundel ‘Spaces for Criticism. Shifts in Contemporary Art Discourses’, onder redactie van o.a. Thijs Lijster, de laatste cultuurfilosoof die college gaf aan de Groningse filosofen.

De observatie van Benjamin klinkt zwaarmoedig, melancholisch misschien ook. Het is gedaan met de kritiek, de reclame heeft het overgenomen. Cultuurkritiek: vergeet het maar. Cultuurfilosofie: geen behoefte aan. Maar de observatie kwam van een cultuurfilosoof en cultuurcriticus, die (onder moeilijke omstandigheden) gewoon door ging met zijn werk, dat toen vooral bestond uit het schrijven van literaire recensies voor een krant in Frankfurt. De universiteit had Benjamin al jaren daarvoor afgewezen. Zijn Habilitationsschrift was volgens de commissie te ondoorgrondelijk.

Toen ik zelf eind jaren tachtig, min of meer bij toeval, besloot het werk van Benjamin te gaan bestuderen, werd ik ook door sommige van mijn vrienden een beetje meewarig aangekeken. Zo’n achterhaalde marxist, die in de jaren zestig heilig was verklaard vanwege één essay over kunst – wat moest je daar nu nog mee? Het was toeval dat ik bij Benjamin terecht kwam -simpelweg omdat hij, net als ik toen, veel over stedelijke cultuur schreef, en als filosoof was hij daarin nogal uniek. Benjamin is sindsdien zo’n beetje heilig verklaard en een van de meest gelezen en in druk besproken filosofen van de 20ste eeuw geworden. Ik had dat nooit verwacht, en de academische filosofie gelooft er nog steeds niet in. Benjamin wordt, net als ‘continentaal’ genoemde filosofen als Deleuze (Frans), Butler (Amerikaans), Geuss (Brits-Duits), Jay (Amerikaans), Agamben (Italiaans), Rorty (Amerikaans), Honneth (Duits), Brown (Amerikaans), Ranciere (Frans) en vele anderen door de huidige academische filosofie nauwelijks serieus genomen. Moet ik nog meer namen noemen die voor mij als filosoof extreem relevant waren en zijn? Wordt er aan al die filosofen enige aandacht besteed door docenten aan de faculteit wijsbegeerte van de RUG? Weet iemand over wie ik het heb als ik de namen ‘Brown’ of ‘Geuss’ noem? Vermoedelijk niet. Wendy Brown is een zeer invloedrijke politiek filosoof aan de University of Berkeley, Raymond Geuss een gevierde filosoof in Engeland.

We hebben het hier nog niet eens over cultuurfilosofie. De namen die ik hierboven noemde beslaan zo ongeveer het gehele domein van de wijsbegeerte, afgezien van de logica wellicht. Metafysica, ethiek, politieke filosofie, esthetica, sociale filosofie, ontologie, cultuurfilosofie: voor al die domeinen zijn deze denkers op dit moment van cruciaal belang. Een faculteit die aan hen geen aandacht besteedt, mag in feite de naam ‘faculteit wijsbegeerte’ niet dragen. Bij de afdelingen of faculteiten wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit, de Radboud Universiteit en de Universiteit van Amsterdam vind je (mondjesmaat) gelegenheid om je in het werk van deze auteurs te verdiepen.

Je vraagt me wat cultuurfilosofie eigenlijk is (of was). Ik weet het niet. In de Stanford Encyclopedia bestaat ‘philosophy of culture’ of ‘cultural philosophy’ in het geheel niet. Dat klopt, in empirische zin: in de Angelsaksische wereld bestaat het vakgebied niet. Om die reden dreigt het nu ook in de Nederlandse taal en werkelijkheid te verdwijnen. Wie Engels spreekt gaat ‘cultural studies’ studeren, of ‘literary studies’, ‘media studies’ of ‘liberal arts’, enzovoorts. Daar speelt filosofie een zekere rol, maar uiterst gebrekkig – en dat gebrek zou nu juist aan Nederlandse, Duitse of Franse universiteiten kunnen worden gerepareerd. Maar zo gaat het niet: wij moeten worden zoals ‘zij’ – terwijl ‘zij’ (de Angelsaksen) onze beste filosofen op cultureel en politiek gebied gewoon binnenhalen – maar dan niet bij filosofie, wel bij, nu ja, al die andere studies.

Cultuurfilosofie bestaat niet. Samen met Judith Vega, Baukje Prins, Marli Huijer, Hans Harbers, Pieter Boele, Thijs Lijster en diverse promovendi heb ik geprobeerd het op de Groningse kaart te zetten. Maar een poging is geen werkelijkheid. De inhoud van colleges, van het onderwijs dat hoogleraren, universitair (hoofd-)docenten en anderen geven, speelt al heel lang geen enkele rol meer in het wervingsbeleid van faculteiten of universiteiten. Het enige dat telt zijn publicaties in Angelsaksische tijdschriften waarvan al heel lang geleden is aangetoond dat ze nauwelijks gelezen worden. Onderwijservaring speelt geen enkele rol bij beslissingen over wie wordt aangenomen. Ik heb daarover in 2008 een boos boekje geschreven, waarvan de inhoud in 2015 werd bevestigd door de acties van studenten en personeel van de UvA (Maagdenhuisbezetting, etc.), en vooral door de impact daarvan op andere Nederlandse en buitenlandse universiteiten. Desondanks heb ik het gevoel dat het systeem zich weer gaat sluiten. Blijf toch maar fanatiek publiceren in al die ongelezen blaadjes, doe je werk toch maar, houd je mond!

Cultuurfilosofie bestaat niet. Het kan niet bestaan, en het mag niet bestaan. Mijn voormalige vakgroepsgenoot in Groningen, Martin van Hees, ethicus en politiek filosoof, schreef recentelijk een boekje over het neoliberalisme. Neoliberalisme bestaat niet, was de centrale stelling, iedereen heeft het erover, maar niemand noemt zichzelf neoliberaal, dus… kan het dan bestaan? Zullen we daar dan maar een quizvraag van maken? Wat we intussen zeker weten is dat cultuurfilosofie niet bestaat en ik me, desondanks, een cultuurfilosoof noem. Daar moeten we, en jullie, het vermoedelijk mee doen…

Heel veel sterkte daar!

René Boomkens


René Boomkens was tot 2013 hoogleraar cultuurfilosofie aan onze faculteit. Zijn vakken hadden jaren lang een centrale rol in het onderwijsprogramma maar worden vandaag de dag niet meer gegeven. Jochem nam de pen ter hand en vroeg René Boomkens om nog één keer uit te leggen wat cultuurfilosofie is.

Facebooktwittertumblrmail

Jochem maakt sinds 2013 deel uit van de redactie, en was de afgelopen twee jaar tevens eindredacteur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *