Wachten op het schot De alwetende verteller

Vladimir: Zullen we maar gaan? 
Estragon: Ja, laten we gaan.  
[Ze bewegen niet] 

Door Justin Warners

Anton Tsjechov zei ooit het volgende over de structuur van verhalen:

“Verwijder alles dat niet relevant is voor het verhaal. Als je in het eerste hoofdstuk zegt dat er een geweer aan de muur hangt, moet deze in het tweede of derde hoofdstuk afgaan. Als er niet met het geweer geschoten wordt, zou het er niet moeten hangen.”

Chekhov’s gun’ is sindsdien de naam van een dramatisch principe dat ook buiten de Russische literatuur dankbaar wordt gebruikt door verhalenvertellers van alle soorten en maten. Het principe stelt dat, als een element vroeg in het verhaal sterk benadrukt wordt, dit element later ook een belangrijke rol moet gaan spelen. Als een orakel Oedipus aan het begin van zijn reizen een raadselachtige voorspelling geeft, kun je er donder op zeggen dat die voorspelling uit zal komen. Luke Skywalker leert al snel over the force, en als hij uiteindelijk bij de Death Star aanbelandt kan hij zijn missie alleen volbrengen door the force te gebruiken. Objecten, mensen, en zelfs ideeën kunnen als ‘geweren’ dienen. Het geweer kan zelfs verstopt worden; dat wat aan het begin even voorbij kwam als kleine bijzaak, is uiteindelijk de redding van de held.

Ierse toneelschrijver Samuel Beckett neemt in zijn bekendste werk, Wachten op Godot, een loopje met Tsjechovs geweer. Door constant een verwachting op te wekken die nooit wordt waargemaakt, laat Beckett ons iets zien over de echte wereld die door meer conventionele vormen niet naar het oppervlakte gebracht kan worden. Waar Godot precies voor staat, zal duidelijk worden door eerst dat geweer nog eens nader te onderzoeken. 

Eerste akte
Jantje vindt een bijzonder sleuteltje.
Dat Tsjechovs geweer zo gretig wordt gebruikt door schrijvers, is geen toeval. Het principe geeft een bepaalde structuur aan een verhaal, waardoor het publiek weet waar het aan toe is. Als een element in het verhaal wordt geïntroduceerd alsof het enorm belangrijk gaat zijn, terwijl dat uiteindelijk niet zo is, voelt de lezer of kijker zich bedrogen. Hetzelfde gaat op als datgene waardoor het uiteindelijke conflict van het verhaal beslecht kan worden compleet uit de lucht komt vallen.

Het geweer brengt doelmatigheid aan in het fictieve universum. Alles dat in het verhaal voorkomt, komt niet alleen ergens vandaan maar gaat ook ergens naartoe. We kunnen deze werkwijze dan ook fictieve teleologie noemen. Ondanks haar waarde voor de structuur en begrijpelijkheid van een verhaal, valt die fictieve teleologie soms toch in gebreke. Eén van de redenen hiervoor is het hierboven genoemde overmatig gebruik ervan. De consument van fictie (in al haar vormen), wordt nu eenmaal doodgegooid met verhalen, en veelal fictief teleologische verhalen. Objecten als Tsjechovs geweer schieten enigszins hun doel voorbij als de kijker of lezer bij de introductie ervan meteen denkt: ‘Oh hé, kijk eens met wat voor poespas dat tevoorschijn wordt gehaald, dat wordt later vast belangrijk.’

Naast de oververzadiging van het publiek heeft fictieve teleologie ook met een fundamenteler probleem te kampen. In zoverre fictie de menselijke werkelijkheid wil weergeven, veronderstelt fictieve teleologie ook een soort teleologie over de echte wereld. Ze kan het echte leven alleen maar laten zien als een logisch geheel met een interne samenhang. Uiteraard is fictie altijd een blik op de werkelijkheid door een bepaalde lens, en die lens is altijd gekleurd, maar van de teleologische tint is wel heel duidelijk aan te wijzen waar zij afwijkt van onze wereld. De doelmatige structuur die zij aan het verhaal geeft, bestaat in het echte leven vaak helemaal niet. Vaak komt de oplossing van een grote puzzel waar we voor staan wél gewoon uit de lucht vallen, zonder in het eerste hoofdstuk ingeleid te zijn. En omgekeerd lijkt het net zo vaak alsof dingen naar een bepaald doel toe werken, zonder dat dit doel ooit verwerkelijkt wordt.

Tweede akte
Jantje vindt een bijzonder doosje waar het sleuteltje op past.
Hoewel teleologie tegenwoordig een ietwat achterhaald concept is, blijft de fictieve teleologie hardnekkig voortbestaan. Dit is te verklaren door het verschil in insteek: bij het filosofische begrip vragen we ons af hoe ons universum in elkaar steekt, terwijl de vraag in de verhalende fictie is hoe we een tabula rasa-universum, waar we zelf almachtige scheppers van zijn, willen ordenen. In het tweede geval kiezen wij, en de teleologische structuur heeft zich keer op keer verdomde handig en inzichtelijk bewezen. Toch zijn eerder genoemde problemen met deze structuur niet weg te vegen. De schrijver die toch andere aspecten van onze werkelijkheid wil belichten, zal op een andere lens moeten overstappen.

Zo belanden we eindelijk bij Beckett. In Wachten op Godot past hij een alternatieve blik op de wereld toe. Het stuk gaat over twee mannen, Vladimir en Estragon, die (verrassend genoeg) wachten op Godot. Het hele stuk lang speculeren ze over zijn komst, of en wanneer hij zal komen, of ze het wachten maar op moeten geven. Godot verschijnt nooit. Veel van de dialogen tussen hen hebben hetzelfde soort droge vruchteloosheid als dit wachten. Het klinkt allemaal vrij doelloos. En toch is het dat niet, niet precies.

Becketts lens, zijn ordenende principe, is geen volledige sceptische ontkenning van Tsjechovs geweer, maar een soort verbastering ervan. Het meest nihilistische antwoord op fictieve teleologie zou zijn om te ontkennen dat dingen ooit ergens naartoe werken, een geweer aan de muur is gewoon een geweer aan de muur, het impliceert niet dat er iets gaat komen.

Toch is Beckett is nihilist noch postmodernist. Zijn vorm is tragischer dan een simpele ontkenning. In Wachten op Godot hangt hij overal geweren op; Godot zelf is de allergrootste. Constant worden er elementen geïntroduceerd en wordt de indruk gewekt dat deze ergens naartoe werken, dat ze opstomen naar een climax waarin alles samenkomt en opgelost wordt. Alleen blijft die oplossing steeds uit. Vladimir en Estragon zijn ervan overtuigd dat al dit wachten zin heeft, dat het ergens naar toe werkt, maar ze krijgen geen gelijk. En ook geen ongelijk. Ze wachten nog steeds, als een zin die halverwege wordt afgebroken. Hoewel Godot het hele stuk lang blijft schitteren in afwezigheid, kunnen we hem met deze inzichten toch een gezicht geven, en iets zeggen over waar Godot voor staat.

Derde akte
Het doosje is leeg?
Beckett neemt dus niet de veilige structuur van fictieve teleologie over, maar verwerpt haar ook niet compleet. In plaats daarvan houdt hij zich bezig met de menselijke drang naar orde, met onze neiging om onszelf en de dingen om ons heen een bepaald doel toe te dichten. Becketts personages staan stil ergens tussen het wel en niet, maar vertellen zichzelf dat ze vooruit bewegen, omdat dat de enige manier is waarop ze hun situatie kunnen begrijpen.

Beckett was er berucht om dat hij geen eenduidige uitleg voor zijn stukken wilde geven; als hij erover sprak zette hij de spanning en openheid juist door. Toen hem werd gevraagd of Godot misschien God moest voorstellen, reageerde Beckett met “Als ik God had bedoeld dan had ik wel God gezegd.” Godot lijkt dan ook primair gevormd te worden door zijn afwezigheid, door alles wat hij niet is. Toch hoeven we hier niet helemaal genoegen mee te nemen. Hij staat voor meer dan alleen een wanhopige poging om in de betekenisloze chaos van het bestaan een structuur aan te brengen. Beckett laat ons niet zomaar hangen in een eindeloze leegte, die we alleen maar kunnen doorstaan door onszelf te bedriegen met ficties van doelmatigheid en betekenis. Estragon, Vladimir, en wijzelf worden wel degelijk verlost door Godot. Godot komt namelijk…

Facebooktwittertumblrmail

Justin is vijfdejaarsstudent wijsbegeerte en alwetend op het gebied waar de kunsten de filosofie kruisen.

Een gedachte over “Wachten op het schot De alwetende verteller

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *