Vergeten filosoof: Emil Cioran De profeet van de dood

Veel filosofen zijn rasoptimisten. Ze geloven in waarheid, progressie, en in de goedheid van de menselijke natuur. Maar is dit soort optimisme wel gerechtvaardigd? In dit stuk schrijft Wouter over een denker die zijn hele oeuvre wijdde aan het vernietigen van alle menselijke illusies – inclusief optimisme – om zo de mensheid te waarschuwen voor de gevaren die daarmee intrinsiek verbonden zijn.

Door Wouter van Staveren

There’s no tyrant like a brain.”  – Ferdinand, Journey to the End of the Night

Het is zomer in een klein boerendorp genaamd Rășinari. Gelegen in het mysterieuze Transsylvanië, geeft Rășinari een stille, harmonieuze indruk. We zien arbeiders, gekleed in Roemeense traditionele klederdracht, met hun gebruikelijke nauwkeurigheid hun werk verrichten in de weidevelden, die samen met de bergen het gehele dorp omringen. Het centrum van het dorp is verlaten, met uitzondering van een kleine groep dronkenlappen. Zij zingen, dansen en spelen viool; het moderne Boekarest lijkt wel een geheel andere wereld…

Vlakbij de plaatselijke kerk bevindt zich een heuvel met een begraafplaats. De grafdelver slentert met grote passen de heuvel op. Achter hem holt een klein jongetje: hij hoopt dat de grafdelver hem zal belonen met een doodshoofd – om voetbal mee te spelen! Zijn naam is Emil Mihai Cioran (1911-1995). Hoe had dit onschuldige kind kunnen voorzien dat het symbool van het doodshoofd, de Dood, hem voor de rest van zijn leven zou achtervolgen, en hem tot misschien wel de meest pessimistische filosoof ooit zou maken?

Tot op de dag van vandaag staat Cioran nog steeds in de schaduw van de andere grote nihilistische filosofen van zijn tijd, Sartre en Camus. En onterecht. Ik zal hier een poging wagen om licht te werpen op deze obscure, doch originele, denker. 

De leugen van het leven

Emil Ciorans gehele werk (dat uit zo’n 25 volumes bestaat) kan worden gezien als een lange, intieme reflectie over de dood en alles wat daaruit volgt: de zinloosheid van het bestaan, de lege gebaren van ideologieën en de mogelijkheid van een tolereerbaar leven. Door middel van zijn explosieve, aforistische stijl beweegt hij van paradox naar paradox, omdat volgens Cioran de grond van de vragen zelf – het leven – uiteindelijk één grote chaos is. Daarom is elke poging om orde te geven aan het leven tevergeefs. We hebben ons hierbij neer te leggen, aldus Cioran, om zodoende recht te doen aan de complexiteit van het leven. Echter, het onoverkomelijke nadeel van een omarming van de paradox is dat het lezen van Cioran geen makkelijke taak is. Laten we ons daarom beperken tot een klein aantal onderwerpen, om te beginnen met de leugen van het leven volgens Cioran.

Elk mens groeit op in een bepaalde context. Op deze wijze verkrijgen wij bepaalde eigenschappen, gewoontes en vooroordelen die karakteristiek zijn voor de omgeving waarin wij opgroeien. Toch denken de meeste mensen dat deze ‘context-afhankelijkheid’ eindig is, dat er, om het zo te zeggen, een bepaald punt is, een vrije marge, waarin wij zelf een eigen ‘ik’ creëren. Zo iemand zal terugkijken naar de opvattingen van zijn jeugd, en constateren dat sommige van deze opvattingen het resultaat waren van kinderlijke onschuld en een zeker conformisme, om vervolgens dezelfde kritische analyse over veel van zijn huidige opvattingen buiten beschouwing te laten. In navolging van Sartre en Camus ziet de mens zichzelf (grotendeels) als haar eigen schepper.

Volgens Cioran is het een grote fout – en een immens gevaar! – om een dergelijke vrijheid toe te schrijven aan de mens. Cioran claimt dat de context-afhankelijkheid van het ik niet ophoudt zodra wij ‘volwassen’ zijn geworden, zodra we een diploma, een baan en kinderen hebben. Integendeel, de mens is te allen tijde kwetsbaar voor de ideeën van anderen; ondanks haar volwassenheid blijft zij even grillig als het kind. Ieder leven maakt zich schuldig aan de leugen: “Is there a single life which is not impregnated with life-giving errors, a single clear, transparent life without humiliating roots, without invented motives, without myths emerging from desires?” (Cioran, 2010, p. 43).

Cioran is uit noodzaak genadeloos. We kunnen namelijk niet anders dan genadeloos zijn als we de consequenties van het nihilisme willen omarmen. Zo stelt hij dat: “To live signifies to believe and to hope – to lie and to lie to oneself” (2010, p. 88). Volgens Cioran zijn niet alleen alle levens bedrieglijk, nee, ook de glorieuze status van het leven zelf, die door zoveel andere filosofen aan haar is toegeschreven, wordt kapotgeslagen: de essentie van het leven zelf is dat zij irrationeel is. Wij zijn dieren, brokken van materie, door toevallige omstandigheden in het leven geworpen, zonder reden, zonder doel. Onze constante pogingen om de leugen (de waarheden van ideologieën en religie) te verheffen tot absolute waarheid geeft een diepgeworteld verlangen aan om meer te willen zijn dan een ongeluk – met alle destructieve gevolgen van dien.

Waar Cioran ons voor probeert te waarschuwen is het altijd aanwezige gevaar van ideeën over waarheid, het goede leven, het juiste politieke systeem etc. Volgens Cioran zijn dergelijke ideeën per definitie leugens vermomd als waarheden, omdat er geen waarheid is:

Creator of values, man is the delirious creature par excellence, victim of the belief that something exists, whereas he need merely hold his breath: everything stops; suspend his emotions: nothing stirs; suppress his whims: the world turns to ashes. Reality is a creation of our excesses, of our disproportions and derangements” (2010, p.14).

Dit is de leugen van het leven: de erkenning van een absolute waarheid.

Ellende als kunst

Het is zeer belangrijk om hier te benadrukken dat Ciorans radicale scepticisme tegenover waarheid niet slechts gericht is op de voor de hand liggende despotische ideeën van zijn tijd; het fascisme en het communisme. Integendeel, Ciorans kritiek is gericht op alle ideeën die een absolute, universele grond vooronderstellen, want “anyone who speaks in the name of others is always an impostor” (p. 18). (En wat ben ik nu aan het doen? – ach, ik ga er maar mee door.) Wie denkt dat er in de westerse wereld geen sprake is van despotische ideeën, hoeft alleen maar te worden herinnerd aan de intolerante vijandigheid die nog altijd gericht is op zij die zich niet bekommeren om ‘populaire’, of ‘correcte’ opinies. De opvattingen van de ‘kliek’ veranderen, maar de kliek zelf blijft constant.

De mens (met een paar uitzonderingen – daar zal ik later op terugkomen) gelooft in absolute ideeën. Maar waarom? Vanwaar komt het verlangen, om meer te zijn dan een ongeluk? Met deze vraag wijst Cioran naar het menselijke brein en haar passies.

Zoals we reeds hebben opgemerkt stelt Cioran dat de mens een irrationeel wezen is, dat wil zeggen; haar handelen is ondergeschikt aan haar emoties, in plaats van haar rede. Dit irrationele wezen bevindt zich in een wereld, die men met Schopenhauer gerust een ‘hel’ mag noemen: oorlog, dodelijke ziektes, verkrachting en verval, is aan de orde van de dag. Ook in het tamelijk rustige westen is er genoeg om wanhopig van te worden: de immense verdeeldheid van de samenleving, de onmacht en hypocrisie van politieke leiders en opiniemakers, de immense saaiheid van het leven zelf. De mens staat machteloos tegenover deze leegte, deze Dood. “By all evidence we are in the world to do nothing” – velen vermoeden dat dit waar is, maar zeer weinig mensen leven ernaar (Cioran, 2010, p. 46). Geconfronteerd met haar eigen nietigheid, ontwerpt het brein via haar diepgewortelde radeloosheid een eigen wereld (of moeten we zeggen waanbeelden?), om het leven vooralsnog dragelijk te maken. Zodoende richt de mens zich tot ideologieën die van het Niets een sprankelend fabeltje maakt waarin zij zelf de hoofdrol speelt. Te midden van mooie woordjes als de natie, cultuur, vrijheid, gelijkheid en solidariteit blijft zij hoopvol. En zolang de mens hoop heeft blijft zij eisen meer te zijn dan een ongeluk, aldus Cioran. Hoop is dus de grote plaag van de mensheid. Hoop is datgene wat mensen ertoe aanzet om voor een absoluut idee te sterven. Het is zowel lachwekkend als hartverscheurend dat de mens van haar eigen ellende een kunst heeft gemaakt.

Verzoening met de leegte

Tot nu toe hebben we alleen nog maar de negatieve kant van Ciorans denken besproken. Daarmee bedoel ik de kant die al onze illusies probeert te verpletteren. Maar er is ook een positieve kant. Cioran heeft zo zijn eigen ideeën over hoe we de wereld een klein beetje beter kunnen maken.

Cioran stelt dat al het kwaad in de wereld wordt veroorzaakt door dapperheid en lafheid. Aan de ene kant heb je dappere mensen, die alleen mogelijkheden in de wereld zien en die het gevaar opzoeken. En aan de andere kant heb je de lafaard, die zichzelf als slachtoffer ziet van een onverdraagzame wereld en het gevaar altijd probeert te vermijden. Wat beide ‘types’ gemeen hebben is dat zij gevaar als de enige werkelijkheid zien. Door middel van een overdreven opgewondenheid brengen dappere mensen waanbeelden tot leven, waar zij bereid zijn om voor te sterven, terwijl de lafaards langs de zijkant rustig toekijken. Zij nemen het leven veel te serieus – en daar komt alle ellende van. Zo schrijft Cioran: “It is the lack of nonchalant bitterness which makes men into sectarian beasts; the subtlest and the crudest crimes are perpetrated by those who take things seriously. Only the dilettante has no taste for blood, he alone is no scoundrel…”(2010, p.75).

Deze laatste zin verklapt Ciorans eigen rolmodel: de sceptische amateur, hij die de dingen in het leven niet al te serieus neemt. In elke turbulente periode van de geschiedenis zijn zij altijd degenen die de vrede bewaren, niet de fanatieke ‘wereldverbeteraars’. Waar Cioran naar verlangt (hier is ‘ie weer, de hoop!), is dat de mens nou eens eindelijk de wereld gaat zien voor wat die is: onverschillig en leeg.  Het beste wat de mens kan doen is om zijn emoties te stillen, zodat onze tirannieke geest niet langer ideeën kan opleggen aan anderen. Cioran beschrijft hoe een dergelijke wereld eruit zou kunnen zien:

It is only too legitimate to imagine the moment when life will no longer be the fashion, when it will fall into desuetude like the moon or tuberculosis after the abuses of romanticism: life will then crown the anachronism of the denuded symbols and the unmasked diseases; it will once again become itself: an ill without prestige, a fatality without luster. And that moment is only too foreseeable when no hope will reappear in men’s hearts, when the earth will be as glacial as its creatures, when no dream will come back to embellish the sterile immensity of it all” (2010, p. 95).

Zo blijft zelfs de oerpessimist Cioran hoopvol, doch zonder de ijdelheid van zijn vijanden. Ik heb in dit artikel geprobeerd om enkele belangrijke ideeën van Cioran op een zo gunstig mogelijke manier te representeren. Desalniettemin is het goed mogelijk dat de lezer de indruk heeft gekregen dat de man de dingen slechter ziet dan ze werkelijk zijn. Ook hen wil ik adviseren om Ciorans werk te gaan lezen, omdat hij ons dwingt om veel van onze fundamentele opvattingen te zien als dat wat ze zijn: ongegronde vooroordelen. Zijn boodschap is in een samenleving als de onze, vol dogma’s en leugens, belangrijk voor iedereen die zich weleens heeft afgevraagd waarom de wereld zo ellendig is.

Literatuur

Cioran, E. (2010). A Short History of Decay. Penguin Classics: London, England.

Facebooktwittertumblrmail

Wouter is derdejaarsstudent wijsbegeerte en is sinds twee jaar redacteur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *