Synecdoche, New York en Sterfelijkheid De Alwetende Verteller

“I’ve been thinking a lot about dying recently.”
“You’re gonna be fine, sweety”
“No, regardless of how this particular thing works itself out, I will be dying and so will you, and so will everyone here. We’re all hurtling towards death, yet here we are for the moment, alive. Each of us knowing we’re going to die, each of us secretly believing we won’t.”

Door Justin Warners

In De Alwetende Verteller zal ik elke Qualia op zoek gaan naar de filosofie in een boek of een film. Deze eerste editie is meteen atypisch. Ten eerste is zij bijzonder naargeestig; we hebben het vandaag over de dood. Ten tweede (en dit verklaart meteen het eerste) is zij aan iemand opgedragen. Dit stuk is voor Philip Seymour Hoffman, die op 2 februari is overleden. Dat ik over mijn gebruikelijke cynisme heen stap om zo’n haast melodramatisch statement te maken, spreekt boekdelen over mijn respect voor de man als acteur. Ten derde spreek ik je nu vanuit de eerste persoon aan. Door je hier op te wijzen breek ik natuurlijk schaamteloos door de vierde muur heen. Dit is echter wel een prachtig bruggetje naar Synecdoche, New York, een film die Hoffman met regisseur Charlie Kaufman maakte. In deze film wordt de vierde muur namelijk ook geen moment met rust gelaten.

Het bizarre leven van Caden Cotard
In Synecdoche, New York speelt Hoffman, voor de verandering, de hoofdrol. Een van de belangrijkste thema’s van de film, naast het spel met de vierde muur, is sterfelijkheid. In dit stuk zal ik me op deze sterfelijkheid richten, en de vierde muur verder met rust laten. Het gaat hier niet om het alledaagse gegeven dat iedereen op een gegeven moment ophoudt met leven. De sterfelijkheid die in deze film aan bod komt is van veel complexere aard, en wel op zo’n manier dat het erg doet denken aan een bepaalde filosoof. Laten we bij het begin beginnen.

Synecdoche gaat over toneelschrijver en regisseur Caden Cotard (Hoffman). Cotard leidt, wanneer we zijn leven binnen komen vallen, een vrij normaal bestaan. Hij regisseert klassieke toneelstukken, en leeft met zijn vrouw en dochter. Niets ongewoons aan, zou je zeggen, maar al vanaf de allereerste seconden hangt er een donkere wolk boven het leven van Cotard. Al voor het eerste shot horen we zijn dochter Olive zingen: “And when I’m burried, and when I’m dead, upstate worms will eat my head.” De wekkerradio slaat aan. Een professor vertelt op de radio over hoe de herfst, die net begonnen is, symbool staat voor de dood. Cotard loopt slaapdronken naar de badkamer om zich te scheren, maar als hij de kraan aandraait explodeert deze in zijn gezicht. Vanaf dit moment is het mis.

Na het incident met de kraan gaat Cotard naar een dokter, die duidelijk denkt dat er iets ernstig mis is, maar om mysterieuze reden niet wil vertellen wat precies. Gedurende de rest van de film is Cotard nooit meer helemaal gezond. Op schijnbaar willekeurige momenten heeft hij bruine urine, een epileptische aanval, kan hij geen speeksel meer aanmaken, en heeft hij een tandvleesoperatie nodig. De symptomen verdwijnen net zo abrupt als ze opkomen. Elke arts die hij bezoekt is een kafkaëske autoriteitsfiguur. Er wordt vaag gesuggereerd dat er iets ernstigs aan de hand is, en meer krijgt hij niet te weten. Het citaat waarmee dit stuk begon is in deze context beter te plaatsen. Cotard wordt constant gewezen op zijn eigen sterfelijkheid. Hij ligt niet de hele film lang op zijn sterfbed, maar wordt toch constant geconfronteerd met de dood. Sterven is niet iets wat voor Cotard in het vooruitzicht ligt, in de verre of nabije toekomst. Hij is continu bezig met sterven.

In dit verband is het ook interessant om nog een van de vele bizarre details van de film te benoemen. Hazel, de assistente van Cotard, besluit op een gegeven moment een huis voor zichzelf te kopen. Het huis waar haar oog op valt is een ongelofelijk koopje. Er is maar een klein nadeel: Het huis staat in de fik. “I like it, I really do. I’m just really concerned about dying in the fire.” Het antwoord van de makelaar: “It’s a big decision, how one prefers to die.” Hazel besluit het huis toch maar te kopen. Het huis blijft in brand staan, maar brandt niet af. Gedurende de hele film, over een tijdspanne van minstens twintig jaar, woont ze er. Wanneer ze uiteindelijk sterft, is het “probably from smoke inhalation.” Ook Hazel is de hele film lang aan het sterven. We kunnen er nu niet meer om heen: De sterfelijkheid van Cotard en Hazel lijkt verdomd veel op de sterfelijkheid die door Martin Heidegger in Sein und Zeit wordt beschreven.

Sterfelijkheid volgens Heidegger
In Sein und Zeit richt Heidegger zich vooral op de vraag naar de betekenis van het ‘zijn’. Op het zijn te begrijpen, probeert hij het Dasein, bloot te leggen. Het Dasein, de manier waarop de mens bestaat in de wereld, heeft bepaalde kenmerken, zogenaamde existentialen. Een van die existentialen is geworpenheid; de mens is nu eenmaal in de wereld, zonder daarvoor gekozen te hebben. Hij bevindt zich altijd in een bepaalde situatie, en kan daaraan niet ontkomen. Een andere existentiaal is dat het Dasein altijd op zichzelf vooruit loopt. We verhouden ons altijd tot de wereld in termen van mogelijkheden, we zijn altijd bezig met wat we kunnen doen. Wat we kunnen doen ligt altijd in de toekomst, want in het nu zijn we al aan het doen wat we nu eenmaal aan het doen zijn. We zijn dus altijd gericht op mogelijkheden in de toekomst. De ultieme mogelijkheid is de dood. De dood is namelijk de mogelijkheid die zorgt dat we geen mogelijkheden meer hebben; als we dood zijn kunnen we niets meer doen. Daarnaast is zij onontkoombaar (want niemand is onsterfelijk), en onvoorspelbaar (ze kan altijd toeslaan).

Heidegger combineert deze ideeën van geworpenheid, toekomstgerichtheid, en de dood. We richten ons altijd op mogelijkheden in de toekomst, en de ultieme mogelijkheid is de dood. Uiteindelijk zijn we dus altijd gericht op de dood. Daarnaast hebben we er niet voor gekozen te bestaan, maar bevinden we ons nou eenmaal in deze situatie van gerichtheid op de dood. We zijn dus vanaf onze geboorte geworpen in de dood. Vanaf het begin van ons leven zijn we gericht op ons einde. Zoals Hazel op een gegeven moment in Synecdoche zegt: “The end is built into the beginning.”

Philip Seymour Hoffman
Hoffman bracht zichzelf op 2 februari om het leven met een dodelijke dosis heroïne. Of hij in zijn laatste momenten stilstond bij de sterfelijkheid waar Heiddegger over spreekt, of over Cotards belichaming van die sterfelijkheid, zullen we nooit weten. In hoeverre de persoon Hoffman leek op zijn personage Cotard, is ook moeilijk te zeggen. Het kan echter bijna geen toeval zijn dat Hoffman vrijwel altijd gecast werd voor personages die minstens een beetje ongemakkelijk waren. Hij was de stuntelige butler in The Big Lebowski, de eenling met een verslaving aan zijn rechterhand in Happiness, de louche journalist in Red Dragon. Het kan ook geen toeval zijn dat hij als Caden Cotard, zijn zwaarste, meest depressieve personage, het allerbest tot zijn recht kwam. Het lijkt overduidelijk dat Hoffman veel van zichzelf in Cotard stopte.

Of het idee van het constante sterven van Heidegger en het daadwerkelijke sterven van Cotard door Hoffman’s hoofd ging toen hij zichzelf een dodelijke dosis heroïne toediende, zullen we nooit weten. Ook is moeilijk vol te houden dat we in deze notie van sterfelijkheid toevlucht kunnen nemen nu een van de beste acteurs van onze tijd zijn sterfproces ten einde heeft gebracht. Waar we wel troost uit kunnen putten, is dat hij voor zijn dood een onmisbare bijdrage heeft geleverd aan een cinematografisch meesterwerk. Want, mocht dat nog niet duidelijk zijn, Synecdoche, New York is een meesterwerk. De elementen van de film die in dit stuk zijn benoemd zijn nog geen fractie van de diepgang die zij te bieden heeft. Naast een prachtige weergave van het constante sterven, is Synecdoche nog zo veel meer. Wie op zoek is naar een ode aan de tragiek van de liefde, hoeft niet verder te zoeken. Wie toch nog meer filosofische diepgang wil, hoeft alleen maar de betekenis van het Griekse woord synecdoche op te zoeken om nieuwsgierig te worden. De soundtrack van Jon Brion alleen al zou de film een poging waard maken. En bovenal: Philip Seymour Hoffman, de virtuoos van het tragische personage, levert zijn beste prestatie ooit, die hij helaas nooit meer zal overtreffen.

Facebooktwittertumblrmail

Justin is vijfdejaarsstudent wijsbegeerte en alwetend op het gebied waar de kunsten de filosofie kruisen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *