Socrates als Sofist Waarom Socrates Gorgias imiteert in Plato’s Gorgias

 

Plato staat bekend als iemand die de sofistische stijl verafschuwt. Deze bijna poëtische stijl is gericht op het overtuigen van mensen in plaats van het helder weergeven van argumentatie. In zijn dialoog de Gorgias kiest hij er toch voor om deze stijl te volgen. Hij kiest hiervoor de stijl van de sofist Gorgias van Leontini. Waarom gebruikt het personage Socrates deze stijl?

Door Linda Ham

Plato (±429-347 v.Chr.) is één van de bekendste filosofen uit de Oudheid. Hij hield zich bezig met een grote verscheidenheid aan onderwerpen, van ethiek tot epistemologie. Hij schreef dialogen waarin vaak andere filosofen voorkwamen, waaronder Socrates (Plato’s docent) en verscheidene sofisten. Deze sofisten, die leefden in de 5de eeuw v.Chr, waren docenten die rondreisden in Griekenland en zich voornamelijk richtten op de kunst van het publiek spreken. De uit Sicilië afkomstige Gorgias van Leontini (±485-380 v.Chr.) was één van de eerste sofisten. Hij werd in Athene bekend als redenaar door de uitvoerig gestileerde, duidelijk door de poëzie beïnvloede stijl die hij hanteerde. Een aantal van de door hem gebruikte stijlfiguren zou later bekend worden als de Gorgiaanse stijlfiguren.

Wanneer Plato behandeld wordt, komt vaak snel naar voren dat deze filosoof een grote hekel had aan de sofisten. Het woord ‘sofist’ is als een scheldwoord voor Plato, die vond dat zij hun geld verdienden met mensen overtuigen van onwaarheden. Het mag duidelijk zijn dat dit het tegenovergestelde van prijzenswaardig is voor iemand die zijn uiterste best doet de waarheid te destilleren uit onze wereld. De sofisten spraken vaak op een hoogdravende manier door het gebruik van vele stijlfiguren. Plato schreef veel over de sofisten in dialogen vernoemd naar deze sofisten. Socrates gaat hierin het gesprek met hen aan om tenslotte te kunnen concluderen dat deze mensen helemaal geen kennis bezitten en dus niet zo goed zijn als ze zelf beweren.

Eén van deze dialogen, de Gorgias, gaat over de gelijknamige sofist. Gorgias’ hoogdravende en literaire taalgebruik wordt bekritiseerd door Plato, die vond dat het beter was om de dingen te zeggen zoals ze zijn. In de Platoonse dialogen is het Socrates die deze sofistische manier van spreken bekritiseert. Wanneer we de Gorgias lezen, zien we echter dat niet alleen de sofisten deze stijl adopteren: ook Socrates spreekt als een sofist. Hoe doet hij dit en waarom spreekt Socrates als een sofist als dit een stijl is die bekritiseerd dient te worden? Dit zullen we bekijken aan de hand van een aantal stijlfiguren.

De eerste van deze Gorgiaanse stijlfiguren is de polyptoton. Deze stijlfiguur wordt gekenmerkt door de herhaling van een woord met een variatie in de woordfunctie, zoals in het voorbeeld hieronder te zien is.

ΣΩ. Καὶ εἰ σφόδρα τύπτει ταχὺ τύπτων, οὕτω καὶ τὸ τυπτόμενον τύπτεσθαι; [Pl.Grg.476b-c]SO. En als hij die slaat gewelddadig of snel slaat, moet het geslagene dan ook zo geslagen zijn?

We zien dat verschillende variaties van ‘slaan’ gebruikt worden. Doordat dit woord op verschillende wijzen herhaald wordt, lijkt het verband in deze zin sterker dan het inhoudelijk gezien is. Hierdoor wordt het nog aannemelijker gemaakt dat het antwoord op deze vraag positief is. Deze polyptota worden dan ook gebruikt om verbanden veel sterker te laten lijken dan ze daadwerkelijk zijn. Omdat de verbanden stilistisch gezien in orde lijken, lijken ze dat inhoudelijk ook te zijn. Dit is slechts één voorbeeld van de polyptoton, maar Socrates past dit nog veel vaker toe in de Gorgias.

Wat ook opmerkelijk is aan deze dialoog is de grote hoeveelheid vergelijkingen die Socrates maakt met geneeskunde. Plato maakt duidelijk dat dit een verwijzing is naar Gorgias, doordat hij in 456a-b Gorgias laat vertellen hoe hij met zijn broer, een arts, meeging. Een voorbeeld van een dergelijke vergelijking zien we wanneer Socrates beargumenteert dat het ontkomen aan een straf erger is dan gestraft worden. De rechters zijn namelijk de aangewezen personen om een onrechtvaardig iemand te ‘genezen’.

ΣΩ. Τίς δὲ νόσου; Οὐκ ἰατρική;—ΠΩΛ. Ἀνάγκη.—ΣΩ. Τίς δὲ πονηρίας καί ἀδικίας; Εἰ μὴ οὕτως εὐπορεῖς, ὧδε σκόπει· ποῖ ἄγομεν καὶ παρὰ τίνας τοὺς κάμνοντας τὰ σώματα;—ΠΩΛ. Παρὰ τοὺς ἰατρούς, ὦ Σώοκρατες. [Pl.Grg.477e-478a]
SO. En welke kunst maakt korte metten met ziekte? Geneeskunde, niet? – POL. Zeker. – SO. En welke met slechtheid en onrechtvaardigheid? Als je niet op iets kunt komen, kijk dan hiernaar: waarheen en naar wie brengen we mensen, die iets mankeren wat betreft hun lichaam? – POL. Naar de dokter, Socrates.

Als iemand ziek is moet deze persoon dus naar de dokter gebracht worden, evenals onrechtvaardige mensen naar een rechter gebracht moeten worden om te worden geholpen. Wanneer iemand niet naar de dokter gaat, blijft hij veelal ziek, evenals iemand die niet naar de rechter gaat onrechtvaardig blijft.

Bij Gorgias zien we vaak dat dergelijke vergelijkingen een argument sterker maken dan het daadwerkelijk is. Ook hier is dit het geval, want Socrates maakt de aanname dat iemand die onrechtvaardig handelt, onwetend is wat betreft rechtvaardigheid. Hoewel hijzelf hiervan overtuigd is, zal niet iedereen hiermee instemmen, maar door het argument in deze vorm te presenteren, lezen we hier gemakkelijk overheen. Dit is overigens niet het enige punt waar Socrates een vergelijking maakt met de geneeskunde: hij doet dit heel vaak in de dialoog, nog zeker tien keer. In 490c-d maakt Callicles zelfs een opmerking over dit feit, klagend dat hij maar blijft doorgaan over onder andere dokters en de daadwerkelijke onderwerpen uit het oog verliest. Hiermee wordt de aandacht nogmaals gevestigd op het feit dat het gebruik van deze vergelijkingen hier zeer overdadig is.

We hebben dus gezien dat Socrates als een sofist spreekt, dat blijkt uit het gebruik van polyptata en vergelijkingen met geneeskunde. Een ander stijlfiguur dat met Gorgias geassocieerd wordt, is macrologia. Dit is het extreem (en vaak overdreven) uitgebreid uitwerken van bepaalde onderwerpen. Socrates, Plato en (waarschijnlijk) de meerderheid van de mensheid, verafschuwt dit. Toch is dit precies wat Socrates doet. Hij houdt een speech van 2 pagina’s, waarin hij zijn aversie tegen vleierij behandelt. Vervolgens verontschuldigt hij zich hiervoor.

ΣΩ. Ἴσως μὲν οὖν ἄτοπον πεποίηκα, ὅτι σε οὐκ ἐῶν μακροὺς λόγους λέγειν αὐτὸς συχνόν λόγον ἀποτέτακα. ἄξιον μὲν οὖν ἐμοὶ συγγνώμην ἔχειν ἐστίν […].[Pl.Grg.465e]
SOC. Wellicht is het abnormaal voor me, dat ik jou niet lange speeches laat maken, terwijl mijn speech zich over behoorlijke lengte uitstrekt. Dit kan me vergeven worden.

Hier zien we dat Socrates toegeeft dat zijn gedrag hier afwijkt van wat hij gewoon is. Hierdoor vestigt Plato tevens de aandacht op dit abnormale gedrag, waarvoor in geen enkele andere dialoog een parallel te vinden is. Dat Socrates dit Gorgiaanse middel gebruikt resulteert er ook in dat Socrates meer aan het woord is en dat hierdoor de korte antwoorden van Gorgias enigszins in het niet vallen. Dit versterkt dus het effect wanneer Gorgias even verderop tot zwijgen gebracht wordt, doordat Socrates hem tot een contradictie brengt. Wanneer Gorgias wel antwoordt, maar slechts kort en zijn eigen stijl prijzend, komt Gorgias bovendien allesbehalve prijzenswaardig over. Bij sofisten verwachten we namelijk lange en overtuigende speeches, niet een kort ‘ja, maar’.

Dat Gorgias tot zwijgen wordt gebracht, is uiterst beschamend an sich, maar in het bijzonder wanneer wij het hebben over Gorgias, die bekend staat als de persoon die elke vraag kan beantwoorden. Dit wordt in de dialoog ook genoemd.

ΓΟΡ. Αἰσχρὸν δὴ τὸ λοιπὸν, Σώκρατες, γίγνεται ἐμέ γε μὴ ἐθέλειν, αὐτὸν ἐπαγγειλάμενον ἐρωτᾶν ὅτι τις βούλεται. [Pl.Grg.458d-e]
GOR. Het zou beschamend zijn, Socrates, als ik weigerde, terwijl ik het was die zei elke vraag te willen beantwoorden.

Nu, hoe moeten we het feit dat Socrates Gorgias op juist deze wijze overtuigt, interpreteren? De lezer moet dit, mijns inziens, interpreteren als kritiek op Gorgias. De argumentatie die Socrates gebruikt is niet waterdicht en zijn conclusie hoeft dan ook niet per se waar te zijn. Socrates gebruikt de Gorgiaanse stijl om zijn argumenten naar voren te brengen. Deze stijl maakt het zwakke woord sterk. De gestileerde woorden die Socrates gebruikt verhullen dus dat de gebruikte argumenten helemaal niet tot de bereikte conclusie leiden zoals Socrates beweert. Gorgias ziet dit echter over het hoofd en benoemt deze zwakkere punten niet. Dit laat niet alleen zien dat de stijl zelf een slechte manier van argumenteren is, maar is ook een directe aanval op Gorgias. Zijn leer verdoezelt namelijk de door Socrates naar voren gebrachte argumenten en Gorgias is te dom om zich dit te realiseren. Dit betekent dat de stijl van Gorgias afleidt van de daadwerkelijke inhoud. Dit is in Plato’s optiek een negatieve eigenschap. Gorgias wordt misleid door zijn eigen leer, wat ertoe leidt dat Gorgias, de man die overal een antwoord op heeft, tot zwijgen wordt gebracht.

Verder lezen:

Vincent Hunink, Gorgias: Het woord is een machtig heerser, Historische Uitgeverij, Groningen, 2010.

Terence Irwin, Plato Gorgias, Clarendon Press, Oxford, 1979.

 

Afbeelding door Marieke Druiven

Facebooktwittertumblrmail

Linda volgt de Research Master Filosofie (Geschiedenis Filosofie)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *