Synecdoche, New York en Sterfelijkheid De Alwetende Verteller

“I’ve been thinking a lot about dying recently.”
“You’re gonna be fine, sweety”
“No, regardless of how this particular thing works itself out, I will be dying and so will you, and so will everyone here. We’re all hurtling towards death, yet here we are for the moment, alive. Each of us knowing we’re going to die, each of us secretly believing we won’t.”

Door Justin Warners

In De Alwetende Verteller zal ik elke Qualia op zoek gaan naar de filosofie in een boek of een film. Deze eerste editie is meteen atypisch. Ten eerste is zij bijzonder naargeestig; we hebben het vandaag over de dood. Ten tweede (en dit verklaart meteen het eerste) is zij aan iemand opgedragen. Dit stuk is voor Philip Seymour Hoffman, die op 2 februari is overleden. Dat ik over mijn gebruikelijke cynisme heen stap om zo’n haast melodramatisch statement te maken, spreekt boekdelen over mijn respect voor de man als acteur. Ten derde spreek ik je nu vanuit de eerste persoon aan. Door je hier op te wijzen breek ik natuurlijk schaamteloos door de vierde muur heen. Dit is echter wel een prachtig bruggetje naar Synecdoche, New York, een film die Hoffman met regisseur Charlie Kaufman maakte. In deze film wordt de vierde muur namelijk ook geen moment met rust gelaten.

Lees verder Synecdoche, New York en Sterfelijkheid De Alwetende Verteller

De Filosofie als iPhone Column

Er heerste verontwaardiging in zaal Omega toen Jos Kessels tijdens een gastcollege bij het vak Philosophical Interventions aangaf een voorstander te zijn van een HBO filosofieopleiding. Ik betrapte mezelf erop dit ook een slecht idee te vinden, zonder hier echt argumenten voor te hebben. Zoals veel mensen niet kunnen uitleggen waarom broer en zus toch niet met elkaar naar bed mogen als ze een condoom gebruiken. Je komt niet verder dan dat het ‘gewoon niet hoort’. En dat is voor mij, als filosofiestudente voor wie argumenten heilig zijn, natuurlijk niet voldoende reden.

Door Lieve de Vreede

Filosofie studeren voegt iets fundamenteel waardevols toe aan ons leven. Zoals Rob Wijnberg het vorig jaar december ook al mooi formuleerde in ‘De dag dat leren nadenken te duur werd bevonden’1, is het niet belangrijk wat je ermee kunt worden, maar wie je ermee wordt. Ook al zijn er genoeg beroepen uit te oefenen met je filosofiediploma, dit is niet waarom je filosofie studeert. Het is de studie der studies en daarom hoogstaander dan een opleiding. Zo’n intellectueel hoogstandje op het HBO aanbieden zou de filosofie zelf degraderen. We kennen het allemaal; wanneer je die simpele buurman in je favoriete en o-zo-exclusieve restaurant aantreft zal de buurman in kwestie niet leuker worden. Nee, het restaurant is ineens niet zo boeiend meer.

Lees verder De Filosofie als iPhone Column

Adam ou l‘optimisme De Alwetende Verteller

“Here it says that you’re evil. It’s rude to write that on a person’s CV. Are you really evil?”
“…”
“I didn’t think so. Because there are no evil people. We don’t believe in that. If you only look for evil, then the world is evil. But you can try to focus on the silver lining as we do here. That makes everything easier.”

Door Justin Warners

InAdam’s Æblervolgen we Adam. Adam is een neonazi die als straf voor een of ander misdrijf ter rehabilitatie naar een kerk op het platteland wordt gestuurd. De plaatselijke priester, Ivan, vraagt hem om voor zichzelf een doel te stellen dat hij wil bereiken tijdens zijn verblijf. Adam denkt het zich makkelijk te maken; hij kiest ervoor om een appeltaart te bakken, met appels uit de boom in de kerktuin. Zodra hij aan de slag gaat, loopt alles echter in de soep. De oven ontploft, kraaien vallen de appels aan en uiteindelijk maakt een bliksemschicht zelfs korte metten met de hele boom. Volgens Ivan zijn dit beproevingen van God, en als de symmetrie met het verhaal van de Bijbelse Job nog niet duidelijk is, helpt de film een handje door deze expliciet aan te wijzen. Toch heeft de film ook een sterke link met een ander oud boek: Ivan lijkt heel erg op Pangloss uit Voltaires Candide of het optimisme. Deze link is subtieler, maar verdient het juist daarom eens onder de loep genomen te worden. Laten we bij het begin beginnen, en nagaan wie Ivan en Pangloss eigenlijk zijn.

Lees verder Adam ou l‘optimisme De Alwetende Verteller

Jij doet maar wat Zin geven of zin hebben

“Kerkbezoek daalt verder”, zo meldde de NOS afgelopen maand. Dat nieuws is allesbehalve nieuw: op deze faculteit weten wij als geen ander dat de Heer al een tijdje het leven heeft gelaten. Ook ondergetekende was ooit godvrezend, maar heeft dat helaas niet vol weten te houden.

In mijn jaren als zelfingenomen en graag provocerende puber was het wel anders, maar het laat mij tegenwoordig koud of iemand voor een geloof kiest in de waarheid van een boek, de wetenschap of desnoods een gezelligheidsvereniging. Als student van de geschiedenis van de Ideeën zet het nieuwsbericht mij echter aan het denken. Het is toch mijn intuïtie dat het handig is voor ‘men’ om een Idee aan te hangen. Een levensbeschouwelijke opvatting geeft in theorie de broodnodige context aan onze activiteiten. Je wilt toch een soort verklaring voor al die uren studie, werk, gedraaide wasjes en bezoekjes aan het strand. Een ‘groot verhaal’ zoals dat volgens Lyotard niet meer bestaat. Maar voor wie zijn die grote verhalen eigenlijk? Met alle respect, maar de manier waarop zo’n Fransman de menselijke bezigheden duidt verandert niets aan wat mensen doen. Een ongelovige wendt zich in nood niet snel tot het gebed, maar leeft hij daar kwalitatief anders door?

Lees verder Jij doet maar wat Zin geven of zin hebben

Hoera, ik ga dood Over mijn lijk en betekenis

Iedereen gaat dood. Niet bepaald een vernieuwende notie, maar toch staan we niet vaak stil bij de ultieme consequentie hiervan. Als mensen het over de dood hebben, spreken ze vooral over de onpersoonlijke dood van iemand anders. Veel minder zijn we geneigd na te denken over onze eigen dood. En dat terwijl deze persoonlijke dood ons des te meer aangaat en daarom misschien wel veel interessanter is. Hoogste tijd dus om deze persoonlijke dood eens onder de loep te nemen.

Door Jochem Dijkstra

Woorden werken in het algemeen het best als ze zeggen wat ze bedoelen. Een ligfiets is een fiets waarop je ligt, een café is een plek waar je koffie haalt en de Lingo-tas is een tas die je bij Lingo mee naar huis mag nemen als bij de laatste zevenletterwoorden je milde dyslexie op begint te spelen. Helder en duidelijk. Woorden als deze houden de taal opgeruimd en overzichtelijk. Ik vraag me daarom af wat het woord ‘doodgewoon’ in ons vocabulaire te zoeken heeft. Normaal gesproken vinden wij de dood namelijk helemaal niet zo gewoontjes. Een beschrijving van de dood als ‘het meest ingrijpende dat je kan overkomen’ komt al wat dichter in de buurt. De aanduiding ‘gewoon’ gebruiken we juist als we iets gebruikelijk of alledaags vinden en dat lijkt in het geval van de dood niet op zijn plaats. Doodgaan doen we in het algemeen maar één keer en in de tussentijd doen we ons stinkende best haar op zo groot mogelijke afstand te houden. Aan de andere kant zou je kunnen stellen dat sterven de normale gang van zaken is: levens hebben nu eenmaal de tendens vroeg of laat in een sterfgeval te resulteren. De dood ‘gewoon’ noemen schept dus een hoop onduidelijkheid. Hoe moeten we de dood dan wel begrijpen?

Lees verder Hoera, ik ga dood Over mijn lijk en betekenis

What about Wilma Holbewoonster in de hoofdstad

Een jaar lang leven als holbewoonster. Oud-filosofiestudente van de RUG Marianne van Dijk probeert het. Vorig jaar heeft ze zich al bewezen door het honderd dagen vol te houden, en wegens enthousiasme en interesse heeft ze er een jaar aan toegevoegd. Ik bracht een bezoekje aan de grot.

Door Josselin Snoek

Anders dan de meeste grotten was deze gelegen in het hart van Amsterdam. Na het aanbellen kwam er een meisje in een rode wollen coltrui en een lichtroze broek de trap af. Deze holbewoonster was verassend goed voorbereid op de Hollandse winters. Aan haar voeten trof ik wollen sokken aan, hoewel ik wist dat ze lopen blootsvoets deed. Twee trappen later vonden we haar grot. “Ook een pannenkoekje? Ik heb nog niet geluncht.” De grot was crèmewit gekleurd en in twee hoeken was er voorzichtig begonnen aan een rotsformatie. Van een echte grot zal het niet komen. “Het is toch een huurhuis hè.” De pannenkoek was gemaakt van speciaal graan, een oermens volgt immers een oerdieet. Ik had bestek, haar bestek dacht ik, want zij at met haar handen. Later kreeg ik door dat met haar handen eten part of the deal was. Even keek ze om de tijd in de gaten te houden op haar telefoon, welke ze deze maand bij wijze van proef verder niet gebruiken zou. “Ik wil nog proberen een tijdje zonder klok te leven,” zei ze, “maar als ik nu moet gaan vertrouwen op de zon om op tijd naar mijn oppaskinderen te gaan, dan gaat dat de mist in. Zullen we maar beginnen dan?”
Lees verder What about Wilma Holbewoonster in de hoofdstad

Denken en zijn

Dit artikel met misschien al te indrukwekkende titel biedt een beschouwend antwoord op de vraag wat te denken over twee visies op de essentie van menselijke identiteit.

Door Flavio Geelhoed

In ieder geval eens, als het geen tweemaal was, kreeg ik door een oudere zus toegeroepen: ‘Je bent je gedachten niet!’ Zo herinnerde ik me weer heel duidelijk toen ik, Descartes’ Meditaties lezend, stuitte op het exacte tegengestelde, namelijk dat hij zijn bestaan concludeert uit het feit dat hij denkt, want hij die denkt over wat hij is, is iets wat denkt. Deze schijnbare tegenstelling – ‘je bent je denken niet’ versus ‘je bestaat zowaar je denkt’ – leek mij direct het geschikte onderwerp voor mijn eerste bijdrage aan Qualia. Want wat moet ik hiervan… denken? Is het zo dat mijn gedachten geen deel uitmaken van mijn identiteit? Wat ík denk is toch een evident onderdeel van wie ík ben? Of niet, ben ik pas mijn ware ik als ik niet denk, en ik alleen maar bewust ben en voel? Dit zijn enkele van de gedachten die ik heb als ik hier vrij over zit te peinzen.

Lees verder Denken en zijn

Liberalisme als vernieting van vrijheid De eendimensionale bewoner van de liberale wereld

Vrijheid geldt als een van de speerpunten in de hedendaagse maatschappij, maar betekent een liberale samenleving ook dat zij vrij is?

Door Jochem Dijkstra

Cultureel liberalisme

Liberalisme is in de negentiende eeuw ontstaan als protest tegen het absolutisme. Men wilde het heft in eigen hand nemen en zich niet langer de les laten lezen door een selecte groep uitverkorenen. Enkele van de kernbegrippen van dit liberalisme waren daarom individualisme, gelijkwaardigheid en vrijheid. In dit essay wil ik een weergave geven van hoe deze waarden in het huidige tijdsbestek onderling kunnen botsen.

Lees verder Liberalisme als vernieting van vrijheid De eendimensionale bewoner van de liberale wereld

Hoera, een meningsverschil! Een lofzang op de discussie

Welke filosofiestudent komt het niet bekend voor? In een gesprek met een vriend/familielid/kennis merk je dat er verschil van mening bestaat, waarna je besluit daar eens op in te gaan. Je verklaart het oneens te zijn, vraagt om de redenen voor het geuite standpunt, of geeft direct een tegenargument. Je bent benieuwd naar het antwoord, je voorziet een interessante discussie, maar de reactie laat je beduusd achter: ‘nou, ik wil hier geen ruzie over maken hoor!’ In dit stuk zal ik laten zien hoe belangrijk het verschil is tussen discussie en debat.

Lees verder Hoera, een meningsverschil! Een lofzang op de discussie