Breng de cultuurfilosofie terug! Een pleidooi voor een veelzijdige faculteit

De Faculteit Wijsbegeerte is een zelfstandige, bloeiende en veelzijdige faculteit”, zo valt op de site van de RuG te lezen. Het is echter de vraag of het tegenwoordig niet schort aan die veelzijdigheid. Hele generaties studenten leren sinds het verdwijnen van enkele vakken niet tot nauwelijks meer over Marx, Adorno, Rorty, Foucault, Lyotard en Habermas. Toch zijn dit ontegenzeggelijk allemaal denkers die deel uitmaken van de kern van het wijsgerig canon van de afgelopen eeuw. Een bachelorprogramma, zeker op één der laatste faculteiten filosofie, moet veelzijdig en gebalanceerd zijn. Daarom hier een pleidooi: meer continentale (politieke) filosofie in het bacheloronderwijs in Groningen.

Door Remco van der Meer

Het onderscheid tussen de meer literaire ‘continentale’ traditie en de precieze ‘analytische’, met haar exact-wetenschappelijke pretenties, is sinds het einde van de vorige eeuw steeds moeilijker te maken. Toch kan de werkwijze van de meeste hedendaagse academici nog wel enigszins in één van beide categorieën worden ingedeeld. De Groninger faculteit heeft een zeer goede naam als het gaat om het analytische onderzoek en vakkenaanbod. De belangrijke vraag is echter of de continentale traditie, en dan met name het sociaal-filosofisch georiënteerde deel, niet is gaan lijden onder die specialisatie. De faculteit wijsbegeerte in Gronigen lijkt in de ban geraakt van de analytische academische mode. Studenten en bestuur zouden hand in hand moeten strijden tegen deze bedreiging. Lees verder Breng de cultuurfilosofie terug! Een pleidooi voor een veelzijdige faculteit

Easy as 1, 2, 3 ? Wittgenstein on counting

“A B C

It’s easy as, 1 2 3

As simple as, do re mi

A B C, 1 2 3

Baby, you and me girl”

Door Catarina Dutilh Novaes

45 years ago, Michael Jackson and his troupe of brothers famously claimed that counting is easy peasy. But how easy is it really? (We’ll leave aside the matter of the purported simplicity of A B C and do re mi for present purposes!)

Counting and basic arithmetic operations are often viewed as paradigmatic cases of ‘easy’ mental operations. It might seem that we are all ‘born’ with the innate ability for basic arithmetic, given that we all seem to engage in the practice of counting effortlessly. However, as anyone who has cared for very young children knows, teaching a child how to count is typically a process requiring relentless training, involving a host of practices such as that of physically pointing at objects and for each object enunciating a numeral. The child may well know how to recite the order of numbers (‘one, two, three…’), but from that to associating each of them to specific quantities is a big step. Even when they start getting the hang of it, they typically do well with small quantities (say, up to 3), but things get mixed up when it comes to counting more items. For example, they need to resist the urge to point at the same item more than once in the counting process, something that is in no way straightforward!  Lees verder Easy as 1, 2, 3 ? Wittgenstein on counting

Luie studenten in het onderwijs Een verschil in opvattingen nader bekeken

Op de meeste universitaire opleidingen is er een spanning voelbaar tussen docenten die hun vakgebied ontzettend interessant vinden en studenten die er maar weinig van willen weten. Vanuit een educatief opzicht is dit niet heel vreemd – dit valt over het hele onderwijs te zeggen. Maar zou dit bij juist universitaire opleidingen niet anders moeten zijn?

Door Nathan Santema

“Nu is er in de loop der tijden wel het een en ander aan de structuur van de studentenmaatschappij veranderd. De grote aantallen mensen, die de universiteit gaan bevolken, dwingen tot stringentere studieregelingen (…) Het eerste doel van uw komst in Groningen is nu eenmaal de voltooiing van een studie en er zijn nog steeds teveel studenten, vooral meisjes, die deze consequenties niet aan hun inschrijving verbinden. M.a.w. komt u alleen maar kijken wat het studentenleven te bieden heeft, blijft dan weg en zoek andere mogelijkheden om u te ontplooien. (Afdeling Voorlichting der Universiteit, 1970)

Volgens het informatieboekje voor toekomstige Groningse studenten waren er in 1970 al motivatieproblemen onder een groeiend aantal studenten. Ook toen probeerde de RUG dit aan te pakken door meer verplichtingen op te leggen, opdat de studenten meer de handen uit de mouwen zouden steken. Veel is er in de tussentijd dus niet veranderd, behalve het interessante maar verder voor nu onbelangrijke feit dat de meisjes inmiddels de boventoon voeren. Veel studenten hebben wellicht niet direct behoefte aan het onderwijstype dat hun aangeboden wordt, maar willen met oog op een toekomstige carrière toch de opleiding volgen. In hoeverre speelt dit probleem een rol en wat kan gedaan worden om het te voorkomen?  Lees verder Luie studenten in het onderwijs Een verschil in opvattingen nader bekeken

Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

De rubriek ‘O Jee, wat nu?!’ is sinds jaar en dag een briefwisseling waarin vragen worden beantwoord, gemoederen worden gesust en zorgen worden verlicht. Ditmaal komt de hulpkreet van een radeloze student die door het uitdunnen van het wijsgerig vakkenpakket aan de Groninger filosofiefaculteit nauwelijks meer kan communiceren met zijn jongere medestudenten. Het antwoord komt van een autoriteit: wie kan immers beter duiden wat er mis is met het ontbreken van deze  continentale traditie dan onze laatste hoogleraar cultuurfilosofie, prof. dr. René Boomkens?

Beste René Boomkens,

Ik heb mijn cultuurfilosofisch vocabulaire in quarantaine geplaatst. Er zat niets anders op. Als ik het over aura’s had dan dachten mijn medestudenten dat ik teveel Astro-tv had gekeken, als ik daarna ook nog aankwam met ‘the medium is the message’, dan wisten ze het zeker.

Na uw vertrek als hoogleraar cultuurfilosofie heb ik lijdzaam toegekeken hoe tijdens kantinegesprekken en STUFF-borrels cultuurfilosofische termen steeds vaker onbegrepen bleven. Terwijl de faculteit zich verder afsluit van alle filosofie die niet gereduceerd kan worden tot definities of formules, gebruik ik mijn gereedschapskist voor het denken alsmaar eenzijdiger. Het scheermes van Ockham, het spuitbusje met Putnams XYZ en Wittgensteins taalspel worden regelmatig gebruikt, maar mijn cultuurfilosofisch begrippenapparaat ligt (samen met Nietzsches hamer en Habermas’ blauwe monster) ergens onderin mijn gereedschapskist stof te verzamelen. Inmiddels ben ik vergeten hoe het te gebruiken. Lees verder Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

Skeptical worries about hypnotists A (hopefully) engaging read about things that are better shown than said

In this lead of exactly fifty words I feel obliged to warn you NOT to read this article if you are both very susceptible to hypnotic suggestions and in an environment where being distracted would be a really bad idea. Also, it should make you feel ever so slightly curious.

Door Hendrik Siebe

Once I read Nozick’s suggestion that the mere presence of a hypnotist could destroy my knowledge that I was in philosophy class,1 I was interested. For those of us who are not so well-acquainted with Nozick’s account of knowledge, suffice it to say that it requires our beliefs to be strongly sensitive to truth. Thus, would I believe that I am in class if I were not in class, then, according to Nozick, I do not know that I am in class even when, in fact, I am. Of course, under normal circumstances I would not believe that I am in class if I were not. However, with the hypnotist hanging around, the closest possible world in which I were not in class might very well be one in which he would cause me to believe that I am. But then, my belief would not be very sensitive to the truth of the matter, and skeptical worries follow.

Lees verder Skeptical worries about hypnotists A (hopefully) engaging read about things that are better shown than said

Lekker dik zijn in je yoga pants Is de verwesterde yoga nog wel yoga?

In de Westerse wereld doen we veel aan ons uiterlijk. We hebben daar allerlei manieren voor en een vrij nieuwe manier is het beoefenen van yoga. In dit artikel zal Lonneke onderzoeken of de verwesterde varianten van yoga wel verenigbaar zijn met de traditionele yoga. Is de verwesterde yoga eigenlijk nog wel yoga?

De zomer komt er weer aan. De zon breekt door en de reclames van kleding- en lingeriewinkels proberen de mens eraan te herinneren dat hij bikini ready en in shape moet zijn. De ACLO en overige sportscholen stromen weer vol met mensen die denken in twee maanden een wasbordje te kunnen creëren, en de ingrediënten voor diverse salades vliegen de toonbank over. We zijn in de Westerse wereld gewoon erg veel bezig met ons uiterlijk. Het is een soort basisprincipe om er ‘mooi’ uit te zien en om te passen in het schoonheidsideaal.

Lees verder Lekker dik zijn in je yoga pants Is de verwesterde yoga nog wel yoga?

Het zijn net mensen Over de verering van valse idolen

“Een zomer met Montaigne”, “Plutarchus over Huwelijk & Liefde”, “Bouwstenen voor levenskunst: van Plato tot Sloterdijk”. Om te kotsen, allemaal. Als er straks een dagboek wordt gevonden waarin Sartre klaagt over een bepaald type shampoo zullen popfilosofen er ongetwijfeld een trilogie van weten te maken die 4 van de 5 sterren van de Volkskrantrecensent krijgt. Nu was de definitie van ‘filosofie’ door boekhandels sowieso al opgerekt tot haar uiterste grenzen met de toevoeging van allerlei Oosterse religieuze zelfhulpboeken, maar het lijkt wel steeds erger geworden. Misschien is met pogingen filosofie toegankelijk te maken de doos van Pandora geopend, en het is nog maar de vraag of we haar nog kunnen sluiten.

Door Remco van der Meer

De toegenomen belangstelling voor de filosofie heeft zo schijnbaar een keerzijde: de knieval voor de massa. Alsof het niet erg genoeg is dat ‘geïnteresseerde’ leken domme vragen stellen aan het einde van anderszins intrigerende lezingen, waardoor ik een halfuur tot drie kwartier met stuiptrekkingen van plaatsvervangende schaamte moet blijven zitten, zorgen ze er ook nog eens voor dat het grootste deel van de wijsgerige afdeling bestaat uit pulp over ‘vriendschap’, ‘huwelijk & liefde’, en ‘de werkvloer’. Alsof de Wijsbegeerte een spelletje is!

Lees verder Het zijn net mensen Over de verering van valse idolen

You, the other De alwetende verteller

Een basisschooljuf zit voor haar klaslokaal. Groep 3, 4. Ze kijkt vertwijfeld om zich heen, begint ineens te huilen en rent het lokaal uit. De klas volgt haar, met één jongetje voorop.
“Wat is er, mevrouw?”
“Mijn man heeft me een oud kreng genoemd.”
“Wat is dat?”
“Dat moet je maar aan hem vragen!”

Door Justin Warners

Ik zal er vanuit moeten gaan dat jij, de lezer, niet bekend bent met het werk van Roy Andersson. Zijn films (met name het drieluik van Songs from the Second Floor, A Pigeon sat on a Branch Reflecting on Existence en You, the Living), zijn je waarschijnlijk geheel vreemd. En zelfs al heb je ze gezien, dan zijn ze je waarschijnlijk nog steeds vreemd. Ze laten zich niet makkelijk beschrijven, laat staan analyseren. Zo’n analyse, die nu toch zal volgen, kan het best beginnen bij het gegeven dat de films zo ongewoon zijn.

Lees verder You, the other De alwetende verteller

Objectieve seksualiteit Wanneer sigaren echt sigaren zijn

“Pap. Mam. Ik moet jullie iets vertellen.” Er is nu geen weg meer terug, maar je vindt de juiste woorden niet en het duurt te lang. “Schat, je mag ons alles vertellen.” Je hoofd ruist en alles lijkt ver weg. “Ik ben anders,” hoor je jezelf ineens zeggen. Je moeder pakt je handen en oppert voorzichtig: “Wil je ons misschien vertellen dat je homo bent?” Je zucht. “Nee, mam, dat is het niet. Ik ben verliefd op de Eiffeltoren.”

Door Jochem Dijkstra

In het algemeen wordt het als problematisch bestempeld wanneer de partner in een seksuele relatie als object wordt afgedaan. Er bestaan echter ook mensen voor wie geldt dat hun partner een object is. Erika Eiffel bijvoorbeeld kwam niet toevalligerwijs aan haar achternaam; in 2007 trouwde zij namelijk met de Eiffeltoren. Mensen als Erika voelen zich seksueel aangetrokken tot objecten en noemen zichzelf daarom objectumseksueel. Deze toch wel exotische seksuele voorkeur staat erg ver af van de manier waarop de meeste mensen seksualiteit ervaren en is juist om die reden interessant voor kennis over seksualiteit in het algemeen. Want ondanks de grote verschillen worden homo-, hetero- of objectumseksualiteit allemaal als seksualiteit ervaren. Wat is dan het gemeenschappelijke vlak dat ze delen waardoor ze toch allemaal onder het kopje ‘seksualiteit’ kunnen vallen?

Lees verder Objectieve seksualiteit Wanneer sigaren echt sigaren zijn

De cruciale fase Over schijnkeuzevrijheid in het middelbaar onderwijs

Tijdens het derde jaar van hun opleiding worden alle havo- en vwo-scholieren geconfronteerd met die onvermijdelijke vraag: welk profiel kies ik? Een ogenschijnlijk vreugdevol moment. De overgang naar de tweede fase is een potentieel belangrijke stap in de intellectuele en persoonlijke ontwikkeling. Voor het eerst kan de scholier het vakkenpakket afstemmen op de eigen interesses en talenten. Maar hoe vrij is de profielkeuze eigenlijk?

Door Stefan Sleeuw

Het gebrek aan differentiatie van de eerste drie jaren wordt in de tweede fase ingeruild voor een specifiek pakket, aangevuld met beperkt aantal keuzevakken. Waar de scholier in de onderbouw nog volledig gebonden is aan één lesprogramma, biedt de tweede fase de mogelijkheid om een eigen stempel te drukken op het onderwijs. Een zegen, zou je zeggen. Toch vormt juist dit keuzemoment voor velen een bron van onzekerheid en frustratie. In veel gevallen is het een noodzakelijkheid die eerder gevreesd dan verwelkomd wordt. Hoe is dit mogelijk, gegeven dat we keuzevrijheid doorgaans als waardevol beschouwen? De oorzaak schuilt in het feit dat de tweede fase in haar huidige vorm ten onrechte wordt gepresenteerd als volwaardige keuze. Dat wat we in het algemeen waardevol vinden aan het maken van keuzes, zelfexpressie en autonomie, komt in het kiezen van een profiel maar gedeeltelijk tot uiting. Dit leidt niet alleen tot teleurstelling en demotivatie bij scholieren, maar ook tot een verwrongen beeld van de waarde van keuzevrijheid. Herdefiniëring is vereist; herziening is wenselijk.

Lees verder De cruciale fase Over schijnkeuzevrijheid in het middelbaar onderwijs