Skeptical worries about hypnotists A (hopefully) engaging read about things that are better shown than said

In this lead of exactly fifty words I feel obliged to warn you NOT to read this article if you are both very susceptible to hypnotic suggestions and in an environment where being distracted would be a really bad idea. Also, it should make you feel ever so slightly curious.

Door Hendrik Siebe

Once I read Nozick’s suggestion that the mere presence of a hypnotist could destroy my knowledge that I was in philosophy class,1 I was interested. For those of us who are not so well-acquainted with Nozick’s account of knowledge, suffice it to say that it requires our beliefs to be strongly sensitive to truth. Thus, would I believe that I am in class if I were not in class, then, according to Nozick, I do not know that I am in class even when, in fact, I am. Of course, under normal circumstances I would not believe that I am in class if I were not. However, with the hypnotist hanging around, the closest possible world in which I were not in class might very well be one in which he would cause me to believe that I am. But then, my belief would not be very sensitive to the truth of the matter, and skeptical worries follow.

Lees verder Skeptical worries about hypnotists A (hopefully) engaging read about things that are better shown than said

Lekker dik zijn in je yoga pants Is de verwesterde yoga nog wel yoga?

In de Westerse wereld doen we veel aan ons uiterlijk. We hebben daar allerlei manieren voor en een vrij nieuwe manier is het beoefenen van yoga. In dit artikel zal Lonneke onderzoeken of de verwesterde varianten van yoga wel verenigbaar zijn met de traditionele yoga. Is de verwesterde yoga eigenlijk nog wel yoga?

De zomer komt er weer aan. De zon breekt door en de reclames van kleding- en lingeriewinkels proberen de mens eraan te herinneren dat hij bikini ready en in shape moet zijn. De ACLO en overige sportscholen stromen weer vol met mensen die denken in twee maanden een wasbordje te kunnen creëren, en de ingrediënten voor diverse salades vliegen de toonbank over. We zijn in de Westerse wereld gewoon erg veel bezig met ons uiterlijk. Het is een soort basisprincipe om er ‘mooi’ uit te zien en om te passen in het schoonheidsideaal.

Lees verder Lekker dik zijn in je yoga pants Is de verwesterde yoga nog wel yoga?

Het zijn net mensen Over de verering van valse idolen

“Een zomer met Montaigne”, “Plutarchus over Huwelijk & Liefde”, “Bouwstenen voor levenskunst: van Plato tot Sloterdijk”. Om te kotsen, allemaal. Als er straks een dagboek wordt gevonden waarin Sartre klaagt over een bepaald type shampoo zullen popfilosofen er ongetwijfeld een trilogie van weten te maken die 4 van de 5 sterren van de Volkskrantrecensent krijgt. Nu was de definitie van ‘filosofie’ door boekhandels sowieso al opgerekt tot haar uiterste grenzen met de toevoeging van allerlei Oosterse religieuze zelfhulpboeken, maar het lijkt wel steeds erger geworden. Misschien is met pogingen filosofie toegankelijk te maken de doos van Pandora geopend, en het is nog maar de vraag of we haar nog kunnen sluiten.

Door Remco van der Meer

De toegenomen belangstelling voor de filosofie heeft zo schijnbaar een keerzijde: de knieval voor de massa. Alsof het niet erg genoeg is dat ‘geïnteresseerde’ leken domme vragen stellen aan het einde van anderszins intrigerende lezingen, waardoor ik een halfuur tot drie kwartier met stuiptrekkingen van plaatsvervangende schaamte moet blijven zitten, zorgen ze er ook nog eens voor dat het grootste deel van de wijsgerige afdeling bestaat uit pulp over ‘vriendschap’, ‘huwelijk & liefde’, en ‘de werkvloer’. Alsof de Wijsbegeerte een spelletje is!

Lees verder Het zijn net mensen Over de verering van valse idolen

You, the other De alwetende verteller

Een basisschooljuf zit voor haar klaslokaal. Groep 3, 4. Ze kijkt vertwijfeld om zich heen, begint ineens te huilen en rent het lokaal uit. De klas volgt haar, met één jongetje voorop.
“Wat is er, mevrouw?”
“Mijn man heeft me een oud kreng genoemd.”
“Wat is dat?”
“Dat moet je maar aan hem vragen!”

Door Justin Warners

Ik zal er vanuit moeten gaan dat jij, de lezer, niet bekend bent met het werk van Roy Andersson. Zijn films (met name het drieluik van Songs from the Second Floor, A Pigeon sat on a Branch Reflecting on Existence en You, the Living), zijn je waarschijnlijk geheel vreemd. En zelfs al heb je ze gezien, dan zijn ze je waarschijnlijk nog steeds vreemd. Ze laten zich niet makkelijk beschrijven, laat staan analyseren. Zo’n analyse, die nu toch zal volgen, kan het best beginnen bij het gegeven dat de films zo ongewoon zijn.

Lees verder You, the other De alwetende verteller

Objectieve seksualiteit Wanneer sigaren echt sigaren zijn

“Pap. Mam. Ik moet jullie iets vertellen.” Er is nu geen weg meer terug, maar je vindt de juiste woorden niet en het duurt te lang. “Schat, je mag ons alles vertellen.” Je hoofd ruist en alles lijkt ver weg. “Ik ben anders,” hoor je jezelf ineens zeggen. Je moeder pakt je handen en oppert voorzichtig: “Wil je ons misschien vertellen dat je homo bent?” Je zucht. “Nee, mam, dat is het niet. Ik ben verliefd op de Eiffeltoren.”

Door Jochem Dijkstra

In het algemeen wordt het als problematisch bestempeld wanneer de partner in een seksuele relatie als object wordt afgedaan. Er bestaan echter ook mensen voor wie geldt dat hun partner een object is. Erika Eiffel bijvoorbeeld kwam niet toevalligerwijs aan haar achternaam; in 2007 trouwde zij namelijk met de Eiffeltoren. Mensen als Erika voelen zich seksueel aangetrokken tot objecten en noemen zichzelf daarom objectumseksueel. Deze toch wel exotische seksuele voorkeur staat erg ver af van de manier waarop de meeste mensen seksualiteit ervaren en is juist om die reden interessant voor kennis over seksualiteit in het algemeen. Want ondanks de grote verschillen worden homo-, hetero- of objectumseksualiteit allemaal als seksualiteit ervaren. Wat is dan het gemeenschappelijke vlak dat ze delen waardoor ze toch allemaal onder het kopje ‘seksualiteit’ kunnen vallen?

Lees verder Objectieve seksualiteit Wanneer sigaren echt sigaren zijn

De cruciale fase Over schijnkeuzevrijheid in het middelbaar onderwijs

Tijdens het derde jaar van hun opleiding worden alle havo- en vwo-scholieren geconfronteerd met die onvermijdelijke vraag: welk profiel kies ik? Een ogenschijnlijk vreugdevol moment. De overgang naar de tweede fase is een potentieel belangrijke stap in de intellectuele en persoonlijke ontwikkeling. Voor het eerst kan de scholier het vakkenpakket afstemmen op de eigen interesses en talenten. Maar hoe vrij is de profielkeuze eigenlijk?

Door Stefan Sleeuw

Het gebrek aan differentiatie van de eerste drie jaren wordt in de tweede fase ingeruild voor een specifiek pakket, aangevuld met beperkt aantal keuzevakken. Waar de scholier in de onderbouw nog volledig gebonden is aan één lesprogramma, biedt de tweede fase de mogelijkheid om een eigen stempel te drukken op het onderwijs. Een zegen, zou je zeggen. Toch vormt juist dit keuzemoment voor velen een bron van onzekerheid en frustratie. In veel gevallen is het een noodzakelijkheid die eerder gevreesd dan verwelkomd wordt. Hoe is dit mogelijk, gegeven dat we keuzevrijheid doorgaans als waardevol beschouwen? De oorzaak schuilt in het feit dat de tweede fase in haar huidige vorm ten onrechte wordt gepresenteerd als volwaardige keuze. Dat wat we in het algemeen waardevol vinden aan het maken van keuzes, zelfexpressie en autonomie, komt in het kiezen van een profiel maar gedeeltelijk tot uiting. Dit leidt niet alleen tot teleurstelling en demotivatie bij scholieren, maar ook tot een verwrongen beeld van de waarde van keuzevrijheid. Herdefiniëring is vereist; herziening is wenselijk.

Lees verder De cruciale fase Over schijnkeuzevrijheid in het middelbaar onderwijs

De immigrant en de robot als Scylla en Charybdis van de globalisering Of: waarom zouden we moeten werken voor ons geld?

Het is binnenkort gedaan met de maatschappelijke middenklasse in Europa. Deze ruggengraat van de naoorlogse verzorgingsstaat gaat de komende decennia steeds zwaarder gebukt onder de last van concurrentie van robots enerzijds en migranten anderzijds. Politici kunnen de discussie over deze effecten van globalisering niet langer uit de weg gaan en moeten fundamentele politiek-filosofische principes ter discussie durven stellen: waarom zouden we in 2050 nog werken voor ons geld?

Door Jan Ybema

Vroeger was de toekomst beter. Dat is in ieder geval een sentiment waar een groeiend deel van de Europese bevolking mee behept is, getuige de aanhoudende opmars van bewegingen en partijen aan de randen van het politieke spectrum. Ter rechterzijde zien we het in een breed scala aan nationalistische anti-immigratiepartijen in vrijwel alle (West-)Europese landen en ter linkerzijde duiken oud-links-achtige partijen op als Syriza en Podemos in Griekenland en Spanje, terwijl in eigen land de SP als een representant in die hoek kan worden beschouwd. Wat deze bewegingen aan de randen van het spectrum gemeen hebben, is een afkeer van gevestigde bestuurlijke elites en een tendens om angstgevoelens onder de bevolking te mobiliseren.

Lees verder De immigrant en de robot als Scylla en Charybdis van de globalisering Of: waarom zouden we moeten werken voor ons geld?

De cadeautjesimperatief Column

Ik vind het fenomeen ‘cadeau’ al lange tijd erg intrigerend. Het extraatje dat eigenlijk toch verplicht is, de ‘vrijwillige bijdrage’ die door een chagrijnige juffrouw gevraagd wordt in het openbaar toilet. Onlangs heb ik een verandering doorgemaakt in mijn houding ten opzichte van het geven en krijgen van cadeautjes. Filosofisch vrij oninteressant zou je denken. Totdat ik drie fasen in mijn cadeau-geschiedenis onderscheidde die me sterk deden denken aan de morele ontwikkelingsstadia van Lawrence Kohlberg. Er leek in deze drie fasen namelijk sprake van een zekere vooruitgang. Is een cadeau dan niet alleen een beleefdheids- of aardigheidsetiquette, maar inderdaad een indicatie van morele vaardigheid waarvoor wellicht zelfs morele principes op te stellen zijn? Een overzicht van mijn cadeaugedrag.
Lees verder De cadeautjesimperatief Column

De Ware Alphamale Over een strijd tussen twee culturen

De intellectueel. Wie kent hem niet? Iedere situatie weet hij te duiden met een relevant citaat uit Dostojevski, Shakespeare of Camus. Hij is even intelligent als belezen. Hij is welbespraakt en gaat geen kans uit de weg om politieke of maatschappelijke ontwikkelingen te bediscussiëren met gelijkgestemden. Is daarmee alles gezegd? Volgens schrijver C.P. Snow niet: wij zouden ‘de intellectueel’ te veel associëren met de letteren: ook de exacte wetenschappen hebben wapenfeiten te bieden die voor onze intellectuele bagage onmisbaar zijn.

Door Remco van der Meer

Volgens een anekdote bezocht de Oxfordse historicus A. L. Smith eens een diner in Cambridge, waar het gezelschap samengesteld was uit een mengelmoes van academische achtergronden. Hij was nog al sociaal ingesteld en probeerde een gesprek te voeren met zijn tafelgenoten. Hij opende tegen de man tegenover hem, maar deze gaf niet meer thuis dan een grom. Een tweede poging, ditmaal gericht op de man links van hem, werkte niet veel beter. De decaan van de desbetreffende gastfaculteit zag Smiths verbazing, en fluisterde hem vervolgens in het oor: “Oh, those are mathematicians! We never talk to them.”

Lees verder De Ware Alphamale Over een strijd tussen twee culturen

Het redden van de bedreigde taal Over de verhouding tussen taal, denken en cultuur

Er wordt wel gezegd dat iedere taal een ander perspectief op de wereld is, en dat we daarom een diversiteit aan talen moeten behouden. Maar waarom denkt men dat eigenlijk? En als er inderdaad een verband tussen ons denken en onze taal is, kan dat dan gebruikt worden als argument om bedreigde talen te behouden?

Door Sarah Bloem

Van de 7000 talen die onze wereld rijk is, loopt meer dan veertig procent het risico om te verdwijnen. Veel talen worden maar door een klein groepje mensen gesproken. Er zijn bijvoorbeeld heel veel verschillende indianentalen die maar door een klein aantal mensen gesproken worden. Deze groepjes worden tezijnertijd steeds kleiner, bijvoorbeeld omdat het aanleren van een andere taal tot een grotere kans op een baan kan leiden of omdat er getrouwd wordt met iemand die een dominantere taal spreekt. De mogelijke oorzaken zijn talrijk. De vraag is of we ons er druk om moeten maken dat deze talen verdwijnen. Als er minder talen zijn, dan spreken meer mensen dezelfde taal en kan communicatie dus ook makkelijker verlopen. Aan de andere kant verdwijnt er wel een stukje cultuur van het desbetreffende volk. Een veel gebruikt argument voor een grote diversiteit aan talen is dat we daarmee een grote diversiteit aan perspectieven op de wereld behouden. Het idee is dat ons wereldbeeld gekleurd wordt door de specifieke taal die we spreken. Waarom denkt men dit eigenlijk?

Lees verder Het redden van de bedreigde taal Over de verhouding tussen taal, denken en cultuur