Wachten op het schot De alwetende verteller

Vladimir: Zullen we maar gaan? 
Estragon: Ja, laten we gaan.  
[Ze bewegen niet] 

Door Justin Warners

Anton Tsjechov zei ooit het volgende over de structuur van verhalen:

“Verwijder alles dat niet relevant is voor het verhaal. Als je in het eerste hoofdstuk zegt dat er een geweer aan de muur hangt, moet deze in het tweede of derde hoofdstuk afgaan. Als er niet met het geweer geschoten wordt, zou het er niet moeten hangen.”

Chekhov’s gun’ is sindsdien de naam van een dramatisch principe dat ook buiten de Russische literatuur dankbaar wordt gebruikt door verhalenvertellers van alle soorten en maten. Het principe stelt dat, als een element vroeg in het verhaal sterk benadrukt wordt, dit element later ook een belangrijke rol moet gaan spelen. Als een orakel Oedipus aan het begin van zijn reizen een raadselachtige voorspelling geeft, kun je er donder op zeggen dat die voorspelling uit zal komen. Luke Skywalker leert al snel over the force, en als hij uiteindelijk bij de Death Star aanbelandt kan hij zijn missie alleen volbrengen door the force te gebruiken. Objecten, mensen, en zelfs ideeën kunnen als ‘geweren’ dienen. Het geweer kan zelfs verstopt worden; dat wat aan het begin even voorbij kwam als kleine bijzaak, is uiteindelijk de redding van de held.

Ierse toneelschrijver Samuel Beckett neemt in zijn bekendste werk, Wachten op Godot, een loopje met Tsjechovs geweer. Door constant een verwachting op te wekken die nooit wordt waargemaakt, laat Beckett ons iets zien over de echte wereld die door meer conventionele vormen niet naar het oppervlakte gebracht kan worden. Waar Godot precies voor staat, zal duidelijk worden door eerst dat geweer nog eens nader te onderzoeken.  Lees verder Wachten op het schot De alwetende verteller

Justin is vijfdejaarsstudent wijsbegeerte en alwetend op het gebied waar de kunsten de filosofie kruisen.

Rape: asking for it Over een onterechte verschuiving van morele verantwoordelijkheid

In de straat waar ik woon worden veel fietsen gestolen. Je moet twee sloten hebben, anders ben je, je fiets kwijt. Ik had maar één slot en de rest laat zich raden. De dief heeft bewust mijn fiets weggepakt, terwijl ik het daar niet mee eens was. De dief heeft morele verantwoordelijkheid voor zijn misdaad en het is logisch dat hij de schuld krijgt, en ik als slachtoffer niet… toch?

Door Lonneke Oostland

Een moordenaar krijgt een gevangenisstraf en iemand die geen parkeerkaartje koopt krijgt een boete. Hartstikke logisch, toch? Waar wij er dagelijks van uitgaan dat wetsovertreders gestraft worden, lijkt dit echter vaak niet op te gaan voor de verkrachter. Hoewel je zou denken dat de daders gestraft horen te worden, komen de daders er vaak mee weg omdat de verantwoordelijkheid deels of zelfs helemaal bij het slachtoffer wordt gelegd. Met name in de Verenigde Staten worden slachtoffers van verkrachting vaak verweten dat ze niet meer gedaan hebben om hun verkrachting te voorkomen. “Dan had je maar geen alcohol moeten drinken”, “dan had je maar geen kort rokje moeten dragen”, “dan had je maar terug moeten vechten”, zijn beschuldigingen die slachtoffers maar al te vaak te horen krijgen. Dit fenomeen wordt ook wel victim blaming genoemd. Het slachtoffer krijgt de schuld. Er worden allerlei preventiemiddelen uitgevonden zodat mensen kunnen voorkomen dat ze verkracht worden. Zo is er bijvoorbeeld nagellak ontwikkeld dat van kleur verandert wanneer het een drug zoals GHB in een drankje detecteert. Maar dragen dit soort uitvindingen wel een goede boodschap met zich mee? Geven we door uitvindingen als ‘drugsnagellak’ niet toe aan een onterechte verschuiving van verantwoordelijkheid van dader naar slachtoffer?  Lees verder Rape: asking for it Over een onterechte verschuiving van morele verantwoordelijkheid

Lonneke was redacteur van de winter van 2014 tot aan de zomer van 2016. Ze heeft een grote passie voor feministische kwesties en natuurlijk de wijsbegeerte.

Breng de cultuurfilosofie terug! Een pleidooi voor een veelzijdige faculteit

De Faculteit Wijsbegeerte is een zelfstandige, bloeiende en veelzijdige faculteit”, zo valt op de site van de RuG te lezen. Het is echter de vraag of het tegenwoordig niet schort aan die veelzijdigheid. Hele generaties studenten leren sinds het verdwijnen van enkele vakken niet tot nauwelijks meer over Marx, Adorno, Rorty, Foucault, Lyotard en Habermas. Toch zijn dit ontegenzeggelijk allemaal denkers die deel uitmaken van de kern van het wijsgerig canon van de afgelopen eeuw. Een bachelorprogramma, zeker op één der laatste faculteiten filosofie, moet veelzijdig en gebalanceerd zijn. Daarom hier een pleidooi: meer continentale (politieke) filosofie in het bacheloronderwijs in Groningen.

Door Remco van der Meer

Het onderscheid tussen de meer literaire ‘continentale’ traditie en de precieze ‘analytische’, met haar exact-wetenschappelijke pretenties, is sinds het einde van de vorige eeuw steeds moeilijker te maken. Toch kan de werkwijze van de meeste hedendaagse academici nog wel enigszins in één van beide categorieën worden ingedeeld. De Groninger faculteit heeft een zeer goede naam als het gaat om het analytische onderzoek en vakkenaanbod. De belangrijke vraag is echter of de continentale traditie, en dan met name het sociaal-filosofisch georiënteerde deel, niet is gaan lijden onder die specialisatie. De faculteit wijsbegeerte in Gronigen lijkt in de ban geraakt van de analytische academische mode. Studenten en bestuur zouden hand in hand moeten strijden tegen deze bedreiging. Lees verder Breng de cultuurfilosofie terug! Een pleidooi voor een veelzijdige faculteit

Remco is onderzoeksmasterstudent en voert graag de discussie over het 'waarom?' van de universiteit.

Easy as 1, 2, 3 ? Wittgenstein on counting

“A B C

It’s easy as, 1 2 3

As simple as, do re mi

A B C, 1 2 3

Baby, you and me girl”

Door Catarina Dutilh Novaes

45 years ago, Michael Jackson and his troupe of brothers famously claimed that counting is easy peasy. But how easy is it really? (We’ll leave aside the matter of the purported simplicity of A B C and do re mi for present purposes!)

Counting and basic arithmetic operations are often viewed as paradigmatic cases of ‘easy’ mental operations. It might seem that we are all ‘born’ with the innate ability for basic arithmetic, given that we all seem to engage in the practice of counting effortlessly. However, as anyone who has cared for very young children knows, teaching a child how to count is typically a process requiring relentless training, involving a host of practices such as that of physically pointing at objects and for each object enunciating a numeral. The child may well know how to recite the order of numbers (‘one, two, three…’), but from that to associating each of them to specific quantities is a big step. Even when they start getting the hang of it, they typically do well with small quantities (say, up to 3), but things get mixed up when it comes to counting more items. For example, they need to resist the urge to point at the same item more than once in the counting process, something that is in no way straightforward!  Lees verder Easy as 1, 2, 3 ? Wittgenstein on counting

Dit artikel is geschreven door een gastauteur. Schrijf ook voor de Qualia! Kopij kan gestuurd worden naar de redactie via fil-qualia@rug.nl.

Luie studenten in het onderwijs Een verschil in opvattingen nader bekeken

Op de meeste universitaire opleidingen is er een spanning voelbaar tussen docenten die hun vakgebied ontzettend interessant vinden en studenten die er maar weinig van willen weten. Vanuit een educatief opzicht is dit niet heel vreemd – dit valt over het hele onderwijs te zeggen. Maar zou dit bij juist universitaire opleidingen niet anders moeten zijn?

Door Nathan Santema

“Nu is er in de loop der tijden wel het een en ander aan de structuur van de studentenmaatschappij veranderd. De grote aantallen mensen, die de universiteit gaan bevolken, dwingen tot stringentere studieregelingen (…) Het eerste doel van uw komst in Groningen is nu eenmaal de voltooiing van een studie en er zijn nog steeds teveel studenten, vooral meisjes, die deze consequenties niet aan hun inschrijving verbinden. M.a.w. komt u alleen maar kijken wat het studentenleven te bieden heeft, blijft dan weg en zoek andere mogelijkheden om u te ontplooien. (Afdeling Voorlichting der Universiteit, 1970)

Volgens het informatieboekje voor toekomstige Groningse studenten waren er in 1970 al motivatieproblemen onder een groeiend aantal studenten. Ook toen probeerde de RUG dit aan te pakken door meer verplichtingen op te leggen, opdat de studenten meer de handen uit de mouwen zouden steken. Veel is er in de tussentijd dus niet veranderd, behalve het interessante maar verder voor nu onbelangrijke feit dat de meisjes inmiddels de boventoon voeren. Veel studenten hebben wellicht niet direct behoefte aan het onderwijstype dat hun aangeboden wordt, maar willen met oog op een toekomstige carrière toch de opleiding volgen. In hoeverre speelt dit probleem een rol en wat kan gedaan worden om het te voorkomen?  Lees verder Luie studenten in het onderwijs Een verschil in opvattingen nader bekeken

Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

De rubriek ‘O Jee, wat nu?!’ is sinds jaar en dag een briefwisseling waarin vragen worden beantwoord, gemoederen worden gesust en zorgen worden verlicht. Ditmaal komt de hulpkreet van een radeloze student die door het uitdunnen van het wijsgerig vakkenpakket aan de Groninger filosofiefaculteit nauwelijks meer kan communiceren met zijn jongere medestudenten. Het antwoord komt van een autoriteit: wie kan immers beter duiden wat er mis is met het ontbreken van deze  continentale traditie dan onze laatste hoogleraar cultuurfilosofie, prof. dr. René Boomkens?

Beste René Boomkens,

Ik heb mijn cultuurfilosofisch vocabulaire in quarantaine geplaatst. Er zat niets anders op. Als ik het over aura’s had dan dachten mijn medestudenten dat ik teveel Astro-tv had gekeken, als ik daarna ook nog aankwam met ‘the medium is the message’, dan wisten ze het zeker.

Na uw vertrek als hoogleraar cultuurfilosofie heb ik lijdzaam toegekeken hoe tijdens kantinegesprekken en STUFF-borrels cultuurfilosofische termen steeds vaker onbegrepen bleven. Terwijl de faculteit zich verder afsluit van alle filosofie die niet gereduceerd kan worden tot definities of formules, gebruik ik mijn gereedschapskist voor het denken alsmaar eenzijdiger. Het scheermes van Ockham, het spuitbusje met Putnams XYZ en Wittgensteins taalspel worden regelmatig gebruikt, maar mijn cultuurfilosofisch begrippenapparaat ligt (samen met Nietzsches hamer en Habermas’ blauwe monster) ergens onderin mijn gereedschapskist stof te verzamelen. Inmiddels ben ik vergeten hoe het te gebruiken. Lees verder Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

Jochem maakt sinds 2013 deel uit van de redactie, en was de afgelopen twee jaar tevens eindredacteur.

Skeptical worries about hypnotists A (hopefully) engaging read about things that are better shown than said

In this lead of exactly fifty words I feel obliged to warn you NOT to read this article if you are both very susceptible to hypnotic suggestions and in an environment where being distracted would be a really bad idea. Also, it should make you feel ever so slightly curious.

Door Hendrik Siebe

Once I read Nozick’s suggestion that the mere presence of a hypnotist could destroy my knowledge that I was in philosophy class,1 I was interested. For those of us who are not so well-acquainted with Nozick’s account of knowledge, suffice it to say that it requires our beliefs to be strongly sensitive to truth. Thus, would I believe that I am in class if I were not in class, then, according to Nozick, I do not know that I am in class even when, in fact, I am. Of course, under normal circumstances I would not believe that I am in class if I were not. However, with the hypnotist hanging around, the closest possible world in which I were not in class might very well be one in which he would cause me to believe that I am. But then, my belief would not be very sensitive to the truth of the matter, and skeptical worries follow.

Lees verder Skeptical worries about hypnotists A (hopefully) engaging read about things that are better shown than said

Dit artikel is geschreven door een gastauteur. Schrijf ook voor de Qualia! Kopij kan gestuurd worden naar de redactie via fil-qualia@rug.nl.

Lekker dik zijn in je yoga pants Is de verwesterde yoga nog wel yoga?

In de Westerse wereld doen we veel aan ons uiterlijk. We hebben daar allerlei manieren voor en een vrij nieuwe manier is het beoefenen van yoga. In dit artikel zal Lonneke onderzoeken of de verwesterde varianten van yoga wel verenigbaar zijn met de traditionele yoga. Is de verwesterde yoga eigenlijk nog wel yoga?

De zomer komt er weer aan. De zon breekt door en de reclames van kleding- en lingeriewinkels proberen de mens eraan te herinneren dat hij bikini ready en in shape moet zijn. De ACLO en overige sportscholen stromen weer vol met mensen die denken in twee maanden een wasbordje te kunnen creëren, en de ingrediënten voor diverse salades vliegen de toonbank over. We zijn in de Westerse wereld gewoon erg veel bezig met ons uiterlijk. Het is een soort basisprincipe om er ‘mooi’ uit te zien en om te passen in het schoonheidsideaal.

Lees verder Lekker dik zijn in je yoga pants Is de verwesterde yoga nog wel yoga?

Lonneke was redacteur van de winter van 2014 tot aan de zomer van 2016. Ze heeft een grote passie voor feministische kwesties en natuurlijk de wijsbegeerte.

Het zijn net mensen Over de verering van valse idolen

“Een zomer met Montaigne”, “Plutarchus over Huwelijk & Liefde”, “Bouwstenen voor levenskunst: van Plato tot Sloterdijk”. Om te kotsen, allemaal. Als er straks een dagboek wordt gevonden waarin Sartre klaagt over een bepaald type shampoo zullen popfilosofen er ongetwijfeld een trilogie van weten te maken die 4 van de 5 sterren van de Volkskrantrecensent krijgt. Nu was de definitie van ‘filosofie’ door boekhandels sowieso al opgerekt tot haar uiterste grenzen met de toevoeging van allerlei Oosterse religieuze zelfhulpboeken, maar het lijkt wel steeds erger geworden. Misschien is met pogingen filosofie toegankelijk te maken de doos van Pandora geopend, en het is nog maar de vraag of we haar nog kunnen sluiten.

Door Remco van der Meer

De toegenomen belangstelling voor de filosofie heeft zo schijnbaar een keerzijde: de knieval voor de massa. Alsof het niet erg genoeg is dat ‘geïnteresseerde’ leken domme vragen stellen aan het einde van anderszins intrigerende lezingen, waardoor ik een halfuur tot drie kwartier met stuiptrekkingen van plaatsvervangende schaamte moet blijven zitten, zorgen ze er ook nog eens voor dat het grootste deel van de wijsgerige afdeling bestaat uit pulp over ‘vriendschap’, ‘huwelijk & liefde’, en ‘de werkvloer’. Alsof de Wijsbegeerte een spelletje is!

Lees verder Het zijn net mensen Over de verering van valse idolen

Remco is onderzoeksmasterstudent en voert graag de discussie over het 'waarom?' van de universiteit.

You, the other De alwetende verteller

Een basisschooljuf zit voor haar klaslokaal. Groep 3, 4. Ze kijkt vertwijfeld om zich heen, begint ineens te huilen en rent het lokaal uit. De klas volgt haar, met één jongetje voorop.
“Wat is er, mevrouw?”
“Mijn man heeft me een oud kreng genoemd.”
“Wat is dat?”
“Dat moet je maar aan hem vragen!”

Door Justin Warners

Ik zal er vanuit moeten gaan dat jij, de lezer, niet bekend bent met het werk van Roy Andersson. Zijn films (met name het drieluik van Songs from the Second Floor, A Pigeon sat on a Branch Reflecting on Existence en You, the Living), zijn je waarschijnlijk geheel vreemd. En zelfs al heb je ze gezien, dan zijn ze je waarschijnlijk nog steeds vreemd. Ze laten zich niet makkelijk beschrijven, laat staan analyseren. Zo’n analyse, die nu toch zal volgen, kan het best beginnen bij het gegeven dat de films zo ongewoon zijn.

Lees verder You, the other De alwetende verteller

Justin is vijfdejaarsstudent wijsbegeerte en alwetend op het gebied waar de kunsten de filosofie kruisen.