Geef ons onze verantwoordelijkheid terug! Over de invoering van het practicum filosofie

Wij filosofen hebben hier in het Hoge Noorden veel om trots op te zijn: een zelfstandige faculteit, een studie filosofie die al jaren hoog scoort en waar studenten les krijgen van docenten en hoogleraren waarvan sommigen zelfs een Spinozaprijs op hun naam hebben staan. Waar filosofiestudenten worden geschoold in alle takken van de filosofie en teksten lezen van de meest uiteenlopende filosofen. En waar we sinds vorig jaar een aanvulling hebben gekregen op dit prachtige onderwijs: het practicum filosofie. Een kritische analyse.

Door Femke Vulto

Een practicum filosofie klinkt een beetje als een contradictio in terminis: filosofie is bij uitstek een theoretische studie en een practicum roept al snel associaties op van experimenten met veel knallen, rook en ingewikkelde meetapparatuur. Experimenteren met Kant, Schopenhauer of Heidegger klinkt echter nogal suggestief, en bovendien nogal onhaalbaar. Veel oudere studenten zullen daarom ook niet weten wat ze zich bij zo’n practicum voor moeten stellen, terwijl eerste- en tweedejaarsstudenten zich er misschien niet bewust van zijn waarom we ze dit vak krijgen. Sterker nog, binnen een paar jaar zullen de jongere studenten het volgen van dit vak als een onveranderbare vanzelfsprekendheid beschouwen. Vandaar hier de kritische analyse van het practicum waar iedereen al zo lang op zat te wachten: over wat het practicum inhoudt en over waarom het geen aanvulling maar juist een afbreuk aan onze opleiding is. Lees verder Geef ons onze verantwoordelijkheid terug! Over de invoering van het practicum filosofie

In Absentia Lezen tussen de regels van De Jefferson Bijbel

Bijna tweehonderd jaar geleden bewerkte Thomas Jefferson zijn eigen Bijbel. De schrijver van de Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten knipte en plakte zijn favoriete passages bij elkaar. Eerder dit jaar publiceerden oud-redacteur Thomas Heij en Sadije Bunjaku een Nederlandse vertaling van deze Jefferson Bijbel. In dit Qualia-artikel, nu verschenen op De Leesclub van Alles, bespreekt Justin Warners datgene wat aanwezig maar bovenal datgene wat afwezig blijft in dit oude werk.

Lees verder op De Leesclub van Alles

Filosoferen vanuit je Ikea-fauteuil Een kleine inleiding inwaarts

Sinds kort werkt de Qualia samen met De Leesclub van Alles, het nieuwe initiatief van Roeland Dobbelaer, oprichter en ex-hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Deze week plaatste dit platform voor wetenschappelijke en culturele boekbesprekingen een Qualia-artikel van Jochem Dijkstra, waarin hij zich buigt over ex-cultuurfilosofiedocent Thijs Lijster zijn essaybundel De grote vlucht inwaarts.

Lees en huiver.

Je moeder en cheeseburgers Column

Op een filosofiefaculteit doet het bezit van een smartphone eerder af aan je geloofwaardigheid als geleerde dan dat dit hieraan bijdraagt. De tijd doden tijdens saaie colleges – ze bestaan – doe je met oog op je academische loopbaan liever met een vergeten naziwerk van Heidegger dan met ‘grammetjes’ en ‘filoselfies’. De status van de smartphone is nu eenmaal een wat oppervlakkige. Toch is er een keerzijde. Hoewel het schrijven van een invloedrijk filosofisch werk vrijwel onmogelijk is op zo’n schermpje – behalve misschien op de Samsung Galaxy W – kun je met sommige toepassingen je omgeving wel degelijk een belezen dienst bewijzen. Taal is ons intellectuele vervoersmiddel en de smartphone kan een fenomenale rol spelen in therapie voor het afleren van de meest irritante taalgewoonte. Niet stotteren, niet slissen, zelfs geen Groningse tongval, maar onze duivelse stopwoorden kun je met het net zoveel gehate als geliefde apparaatje de kop indrukken. Lees verder Je moeder en cheeseburgers Column

Saamhorigheid en verbrokkeling Een verhandeling over het eeuwige streven naar de gemeenschap

De tijdsgeest waarin wij leven is een die in zeer grote mate de traditie heeft verworpen. Omwille haar eigen volledige autonomie te bevestigen, hebben vorige generaties zich willen bevrijden van een leidraad, datgene wat houvast geeft om zich te kunnen weren tegen de overweldigende realiteit van het bestaan. De verbrokkeling van een overkoepelend geheel betekende het begin van een nieuw tijdperk: de moderne samenleving.

Door Wouter van Staveren

“But what is liberty without wisdom, and without virtue? It is the greatest of all possible evils; for it is folly, vice, and madness, without tuition or restraint.”

Edmund Burke

Een van de vele resultaten van de geboorte van het modernisme is de dood van de hechte, persoonlijke gemeenschap en de geboorte van de geïsoleerde, onpersoonlijke samenleving. Dit onderscheid werd voor het eerst geïntroduceerd door de Duitse socioloog Ferdinand Tönnies in de negentiende eeuw, en zou later veel terug komen in het werk van de Duitse socioloog, Max Weber.1 Vaak ziet de moderne mens de gemeenschap als iets van vroeger, als een sociale structuur die net te veel waarde hechtte aan titels en zeden en bovendien minderheden, zoals vrouwen en buitenstaanders, onderdrukten. Alhoewel deze ideeën met de kennis van vandaag volledig terecht zijn, zijn wij nog niet gerechtigd om de gemeenschap te verwerpen, op basis van een aantal effecten van de gemeenschap die zich door de geschiedenis heen hebben voorgedaan. Integendeel, ik meen dat juist de huidige sociale structuur, oftewel de samenleving, volstrekt onwenselijk is, en dat we moeten streven naar de gemeenschap. Lees verder Saamhorigheid en verbrokkeling Een verhandeling over het eeuwige streven naar de gemeenschap

“En toch is het zonde” Column

Het was een enigszins treurig gezicht, de man die bij de barbecue stond. Terwijl hij met één hand de goedkope speklappen van de Aldi omdraaide, sloeg hij met zijn andere hand een half blikje bier achterover. Op één van de vingers die het blikje Schultenbräu omklemde was duidelijk de witte plek te zien waar ooit een trouwring had gezeten. Zijn vervaalde shirt, bespat met vetvlekken, slaagde er net niet in zijn omvangrijke bierbuik geheel te omvatten waardoor een stukje behaarde huid zichtbaar was boven de riem van zijn korte broek. Zijn waterige oogjes keken me aan. En toen, nadat hij een indrukwekkende boer gelaten had, sprak hij de legendarische woorden: “En toch is het zonde.” Lees verder “En toch is het zonde” Column

Frederick de Grote De filosofische manifestaties van een verlichte monarch

Onder de talloze koningen, keizers en andere geweldenaren die in de loop van de geschiedenis de revue zijn gepasseerd, bevinden zich bar weinig heersers die filosofisch georiënteerd zijn. Dit is eigenlijk best vreemd, omdat de persoon die over het lot van de bevolking, van het eigen land en vaak ook de omringende landen beslist een enorme verantwoordelijkheid draagt. Hoe de heerser moraliteit beschouwt, wat hij onder regeren verstaat en hoe hij ten opzichte van geweld staat is niet alleen cruciaal voor zijn eigen handelen, maar ook voor zijn onderdanen en de toekomst van zijn land. Gezien filosofie gemoeid is met deze vragen lijkt het in theorie een waardevolle toevoeging voor een heerser.

Door Gillis Wiltenburg

In de praktijk lijkt het echter alsof heersen en filosofie twee heel verschillende zaken zijn. Ik ben in ieder geval niet de eerste die met het concept van de filosofenkoning heeft gespeeld. Toch hebben ze bestaan, deze filosofenkoningen. Niet op de wijze zoals Plato ze had voorgesteld, en zeker niet in de getalen die wij als filosofen zouden willen zien (uiteraard). Sterker nog, in de Westerse geschiedenis is er maar één filosofenkoning geweest in de afgelopen eeuwen. We hoeven daar niet over te treuren, want tussen een enorme hoeveelheid matige tot ronduit incompetente en achterlijke alleenheersers behoort deze filosofenkoning tot de schamele groep van de ‘geweldenaren’. Ik spreek hier over de eerste verlichte monarch, bijgenaamd ‘Fritz’ en ‘de Oom van Duitsland’; ofwel Frederick de Grote. Voor degenen die van hem gehoord hebben is het misschien opmerkelijk dat ik Frederick een filosofenkoning noem. De titel van ‘de Grote’ wordt over het algemeen geschonken aan de heerser die het land verrijkt, meestal door middel van succesvolle en intensieve oorlogsvoering. Dit is bij Frederick zeker het geval, maar zoals wordt besproken is de rol die filosofie speelt in zijn leven, heerschappij en strijd zowel onbekend als onbetwist. Ik belicht hoe zijn succes als heerser gepaard ging met zijn liefde voor filosofie.  Lees verder Frederick de Grote De filosofische manifestaties van een verlichte monarch

Richtingloos Een schets van het depressieve bewustzijn

Depressiviteit laat zich maar moeizaam in woorden vatten. Zelfs onder lotgenoten is er vaak een stilzwijgend wederzijds begrip; het gaat over ‘dat’, en iedereen snapt ongeveer wat ‘dat’ is. Dit artikel is een poging om dat ‘dat’, via de fenomenologie, toch enigszins in kaart te brengen. Hopelijk biedt dit enige herkenning voor hen die zich in de beschrijving kunnen vinden, en een beter begrip van de depressieve medemens voor de rest.

Door Justin Warners

Eerst een paar waarschuwingen vooraf: dit is geen filosofische verhandeling. Ik beroep me alleen op fenomenologische ideeën omdat ik geloof dat een begrip van het bewustzijn als een gericht-zijn-op een zinnige ingang geeft tot de manier waarop depressie dat bewustzijn aantast. Het enige onderzoek dat ik voor dit stuk heb gedaan is het lezen van een deel van Toward a Phenomenology of Depression, de doctoraatsthesis van Jill Marie Gilbert; waar ik haar ideeën indirect aanhaal, is dat omdat ze bij mijn eigen ervaring aansluiten. Ik probeer geen sluitende argumentatie aan te voeren, maar een ervaring waarheidsgetrouw onder woorden te brengen. Daarnaast is het, gezien de subjectieve aard van dit stuk en depressie zelf, heel goed mogelijk dat niet iedereen zich erin kan vinden. Om dit zo veel mogelijk te voorkomen heb ik het stuk aan verschillende ‘ervaringsdeskundigen’ voorgelegd. Ten slotte is het goed om te weten dat het onderscheid tussen depressief en niet-depressief lang niet zo binair is als het hieronder geschetst zal worden, maar dat het eerder een spectrum is waarvan ik de twee uitersten probeer weer te geven. Lees verder Richtingloos Een schets van het depressieve bewustzijn

Conceptual Analysis™ te koop! Waarom echte filosofen geen experts zijn

Dat de letteren, en daarmee de wijsbegeerte, onder financiële druk staan is algemeen bekend. Academische disciplines die zich niet duidelijk laten vertalen naar een groter bruto nationaal product hebben er een zware kluif aan te bewijzen meer te zijn dan pretstudies. Filosofen laten zich daarom bijvoorbeeld inzetten als analisten van argumentatiestructuren en beleidsstukken. Het lijkt een goede zaak dat wijsgeren strijden om het filosofisch nut te bewijzen, maar in feite is het hun ondergang. Om weerstand te bieden tegen culturele en intellectuele verarming moeten filosofen niet simpelweg hun best doen om hun ‘maatschappelijk nut’ uit te leggen, ze moeten de vraag naar dat nut volledig afwijzen.

Door Remco van der Meer

Stellen dat de hedendaagse universiteit te lijden heeft onder het zogenaamde ‘rendementsdenken’ is het intrappen van een open deur. Het punt is hier niet om dat bijna clichématige verwijt te herhalen. Een subtieler probleem zit hem in de manier waarop filosofen zélf zijn gaan kijken naar hun bezigheden, niet simpelweg in de visie van managers en politici. Niet langer is een filosoof gewoon iemand met kritische en constructieve ideeën. In plaats daarvan is ‘de filosoof’ een specifiek soort expert, die met zijn expertise, Conceptual Analysis™, ingehuurd kan worden om bepaalde problemen op te lossen. Wanneer hen de vraag gesteld werd: “wat is nu eigenlijk het nut van jullie academische discipline?”, begonnen ze te sputteren: “hoezo zou dat nut er niet zijn?!” Na enige overpeinzingen kwamen ze dan toch met iets op de proppen: “conceptuele analyse, zoals niemand anders dat kan!”. Het gevolg is tenenkrommende stageverslagen waarin studenten zichzelf ervan overtuigd lijken te hebben dat ze met hun tekstanalyses en argumentatie een unieke, en toch vooral ‘filosofische’, bijdrage hebben geleverd aan een ambtelijk beleidsstuk of bedrijfsvergadering. Lees verder Conceptual Analysis™ te koop! Waarom echte filosofen geen experts zijn

Vergeten filosoof: Margaret Cavendish Waarom appels ook rationeel zijn

Dat het vroegmoderne tijdperk thuis was aan vele grote wijsgeren en wetenschappers staat buiten kijf. De traditionele canon is echter nooit compleet, en zeker vrouwelijke denkers vallen vaak buiten de boot. Eén zo’n onderbelichte denker is Margaret Cavendish, een materialist uit de 17e eeuw die in haar denken het debat aanging met prominente figuren als Thomas Hobbes en René Descartes.

Door Lonneke Oostland

Een persoon kan worden vergeten op verschillende manieren. Je kan iemand ooit belangrijk hebben gevonden maar diegene weer vergeten zijn, of je kan vergeten zijn iemand überhaupt belangrijk te vinden. Dit laatste is het geval bij Margaret Cavendish. Hoewel er – voor een vrouwelijke filosoof – in de academische wereld relatief veel onderzoek naar haar wordt gedaan, moet ik vaak uitleggen aan studiegenoten wie ze is en wat haar theorie behelst. Tijd om dat voor eens en voor altijd goed te doen. Tijd voor een vergeten filosoof.  Lees verder Vergeten filosoof: Margaret Cavendish Waarom appels ook rationeel zijn