Natuur in het parlement

Natuur in het parlement

Ook ons politieke klimaat is onderhevig aan klimaatverandering

Hoe moeten onze politici omgaan met het veranderende klimaat? Jos Spijkerman is masterstudent Filosofie en Maatschappij aan de RUG en in dit essay beschrijft hij hoe klimaatverandering ook invloed heeft op de dagelijkse gang van zaken in het parlement en hoe wij ons politieke systeem hierop aan moeten passen. Naast de inwoners van een land, moet de veranderende natuur ook een stem krijgen in het parlement.

In mijn favoriete boek, de roman Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman, beschrijft hoofdpersoon Ida hoe zij als kind deed alsof ze een komkommer was. Dit vergde veel van haar empathisch vermogen. Het is niet genoeg om telkens te denken “ik ben een komkommer”, want een komkommer denkt niet. Ze moest haar gedachten volledig uitschakelen om zich te kunnen inleven. 

Ook politici moeten zich veel inleven, want binnen een democratie is het belangrijk dat iedereen gehoord wordt. Het is de rol van het parlement om, tijdens zijn besluitvorming, de betrokkenen bij bepaalde politieke kwesties zoveel mogelijk te representeren. Dat wil zeggen, politici moeten opkomen voor de belangen van betrokkenen. Maar wanneer wordt iets een politieke kwestie? En hoe bepaal je wie alle betrokkenen zijn? Bovendien, door de klimaatverandering staat moeder natuur voor de deur van het parlement. Hoe zorgen we dat we haar er zorgvuldig in laten, zodat ze straks niet opeens naar binnen stormt?

De politieke gemeenschap

Volgens de Amerikaanse filosoof John Dewey draait politiek voornamelijk om de zoektocht naar de betrokkenen bij een kwestie. Hij beschrijft dit in zijn boek The Public and its Problems (1927). Politiek bestaat noodzakelijkerwijs uit kwesties (issues), want wanneer alle kwesties opgelost zijn, is politiek niet meer nodig, aldus Dewey. Alle betrokkenen bij een bepaalde kwestie vormen een community of the affected, ofwel: de getroffen gemeenschap. Volgens Dewey is een noodzakelijk aspect van politiek dat zij telkens moet worden herzien, omdat de getroffen gemeenschap per kwestie anders is. 

Regelmatig zitten er ‘s nachts ruziënde katten in mijn achtertuin. De een jaagt de ander weg, zodat de zwakkere kat zijn eigen tuin niet meer in kan en besluit om bij mijn voordeur lawaai te gaan maken. Voorbijgangers bellen vervolgens bij mij aan, maar het is niet mijn kat, dus ik laat hem niet binnen. Als ik wist waar hij woonde, zou ik de kat naar binnen kunnen laten om hem achter mijn huis weer uit te zetten in zijn eigen tuin, of zou ik bij de juiste buren aan kunnen bellen. 

Ten behoeve van mijn nachtrust overweeg ik vaak om een buurtvergadering te organiseren. Hier zouden dan de katteneigenaars en ik rond de tafel kunnen zitten om de kwestie te bespreken (de katten zouden zelfs aanwezig kunnen zijn, om hun ruzie bij te leggen). In deze vergadering zouden dus alle betrokkenen zich samen ontfermen over een kwestie. De gemeenschap vormt zich zo om de kwestie heen. Voor Dewey is dit precies wat politiek is. 

Politici en betrokkenen zijn niet altijd even goed ingelicht. Volgens Dewey is het inlichten van de gemeenschap de taak van experts. Zij moeten het volk en de politiek informeren over hun bevindingen, zodat deze hun oordelen kunnen vellen. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de wetenschapsjournalistiek: journalisten proberen het nieuws uit de wetenschap behapbaar te maken voor leken. Mensen worden zo zoveel mogelijk op de hoogte gesteld van wat er aan de hand is, waarna zij kunnen beoordelen of dit hen iets aangaat. Maar deze politieke situatie is aan het veranderen. De natuur heeft steeds meer politieke invloed; zij eist als het ware een stoel aan de vergadertafel. De veranderingen die de opwarming van de aarde teweegbrengt kunnen immers niet meer onbesproken worden gelaten.

Het anthropoceen

Op volwassen leeftijd is Marsmans protagonist Ida klimaatwetenschapper. Zij gaat voor een stage naar Italië om de regering daar te begeleiden bij het afbreken van een stuwdam die niet genoeg energie meer oplevert. De zalmen die er leefden zijn inmiddels uitgestorven en de rest van de omgeving heeft zich aangepast aan de dam. Ze merkt op dat we geneigd zijn om groene energie die komt van een stuwdam, een gigantische factor in een ecosysteem, natuurlijk te noemen. “Maar kun je nog wel van natuur spreken als er sprake is van menselijke invloed?”

Mensen hebben de aarde altijd al gevormd. De agrarische revolutie en het domesticeren van dieren zijn hier voorbeelden van. Sinds de industriële revolutie hebben wij hier nog een voorbeeld bijgekregen: het gat in de ozonlaag. De mens heeft zoveel invloed dat zelfs de chemische opbouw van onze buitenlucht niet om ons heen kan. Een aantal geografen beargumenteert zelfs dat wij door deze menselijke invloed in een nieuw geografisch tijdperk zijn beland. Zij noemen dit het Antropoceen; het tijdperk van de mens. 

Klimaatverandering gaat niet alleen over de natuur om ons heen, ons politieke klimaat verandert ook. De zeespiegel stijgt. Wanneer in Nederland de dijken dreigen door te breken, is dit een politieke kwestie die ons allemaal aangaat. Omdat we bijna allemaal natte voeten dreigen te krijgen, vormen wij Nederlanders samen de getroffen gemeenschap. Deze strijd met de zee is voor Nederlanders niets nieuws, evenals het politieke belang van de dijken. In Nederland is de scheiding tussen natuur en cultuur al tijden ver te zoeken, omdat politiek zich noodgedwongen altijd al bezighoudt met natuur. 

De Franse filosoof en socioloog Bruno Latour maakt in zijn sociale en politieke theorie geen onderscheid tussen mensen en niet-mensen. Zijn zogenoemde Actor-Netwerktheorie (ANT) analyseert alle actoren (zowel menselijk als niet-menselijk) op gelijke voet. ANT is een sociale theorie die niet alleen focust op mensen, maar ook op objecten. In een technologische samenleving is dit belangrijk. Immers, niet-menselijke actoren zijn steeds vaker aanwezig in de maatschappij; denk bijvoorbeeld aan kunstmatige intelligentie en robots, die soms effecten hebben waar mensen allang niet altijd meer invloed op hebben. Maar dus ook de natuur, die voorheen werd gezien als een onuitputtelijke bron van grondstoffen, laat zelf steeds meer van zich horen. 

Zodoende hebben niet-menselijke actoren, zoals de natuur, steeds meer invloed in de politiek: door de dreiging die een niet-menselijke actor zoals de stijgende zeespiegel vormt, kan deze zelfs een grotere invloed hebben op de politiek dan menselijke actoren zoals parlementariërs. Wij delen onze politieke macht (die wij in de democratie voorheen alleen deelden met andere mensen), nu dus ook met de natuur. Het lastige aan deze nieuwe politieke situatie is dat de niet-menselijke actoren niet kunnen stemmen. Het is daarom de vraag hoe zij gerepresenteerd dienen te worden. Volgens Latour ligt hierin de taak van experts.

Representatie

Er zijn twee vormen van representatie te onderscheiden. De eerste is representatie binnen de wetenschap: hoe worden natuurlijke feiten bijvoorbeeld wetenschappelijk gerepresenteerd? Een voorbeeld: een graswetenschapper plukt een sprietje gras uit zijn tuin en stopt deze in een reageerbuisje om er experimenten mee te doen. Wanneer zij vervolgens haar bevindingen opschrijft, gebruikt zij de nummers van de reageerbuisjes. Het grassprietje wordt nu gerepresenteerd door een nummer. In grafieken en artikelen heeft het grassprietje een andere vorm gekregen dan voorheen.

Een andere vorm van representatie is politiek. Het wordt een zooitje als alle burgers worden uitgenodigd om in het parlement hun meningen te verkondigen en hun ideeën uit te voeren, vandaar dat Nederland een representatieve democratie heeft waarbij politici namens het volk spreken. Omdat er een mogelijkheid is dat politici dit niet goed doen is er het recht om te demonstreren. Kijk bijvoorbeeld naar de stikstofcrisis. Boeren protesteerden onlangs in verschillende steden, van Den Haag tot Groningen, tegen een beleid waarin zij moesten inleveren op hun uitstoot. Vervolgens werd de bouw door bouwvakkers en grote hijskranen gerepresenteerd op het Malieveld. Maar wie protesteert namens de frisse lucht? De wetenschappers! Door middel van hun cijfers en grafieken representeren zij de chemische samenstelling van onze buitenlucht.

Wanneer wij Latour volgen en het onderscheid tussen mensen en niet-mensen opschorten, verandert onze politieke situatie. Niet alleen mogen burgers hun stem laten horen in de politiek, ook niet-menselijke actoren verdienen stemrecht. Een zeespiegel laat haar stem niet horen door naar de stembus te gaan, maar door simpelweg te stijgen. De wetenschappers die dit ontdekken, geven dit door aan de parlementariërs en representeren zo op politiek niveau de zeespiegel. De niet-menselijke actor ‘gras’ wordt gerepresenteerd in het menselijke collectief (een groep graswetenschappers), evenals de niet-menselijke actor ‘zeespiegel’ gerepresenteerd kan worden in het menselijke collectief (in dit geval, het parlement). De twee vormen van representatie zijn dus eigenlijk één en dezelfde.

Tijdens het jubileum van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) in 2007, was Bruno Latour aanwezig als spreker. In zijn lezing uitte hij zijn enthousiasme over het feit dat de Nederlanders iets gelukt was, waar de Fransen alleen van konden dromen: wij weten, onder andere middels deze raad, de natuur te representeren in het parlement. Latour experimenteerde eerder al eens zelf met dit ‘natuurlijke parlement’; hij bouwde een parlement na waar, in plaats van mensen, acteurs zich uitspraken namens bijvoorbeeld bergen, meren en zalmen.

De politiek dient dus te blijven luisteren naar wetenschappers. Niet omdat het objectief te onderzoeken is wat de beste beslissing is om te maken, maar omdat de wetenschap ongehoorde stemmen hoorbaar maakt. We zijn wat dit betreft in Nederland al goed op weg en hier mogen we best meer bij stilstaan. Wat wij klaarspelen middels organen als de WRR en Rijkswaterstaat is een geweldige prestatie, maar dit was allemaal slechts een oefening voor de veranderingen die er nodig zijn. Wanneer wij meer de focus leggen op deze aspecten van politiek, kunnen wij (zonder moeite, want we zijn eraan gewend) een leidende rol spelen op het politieke wereldtoneel in omgang met klimaatverandering.

Het is dus van groot belang dat de politiek blijft experimenteren met het representeren van niet-menselijke betrokkenen. Hoewel het moeilijk is, is het hiervoor nodig dat mensen zich enigszins leren inleven in bijvoorbeeld wolven en oceanen. Dit vergt wat oefening. Mijn advies zou zijn om klein te beginnen; met een komkommer bijvoorbeeld. 

Facebooktwittertumblrmail
Avatar

Jos Spijkerman

Jos volgt momenteel de master Filosofie en Maatschappij en is sinds 2019 lid van de redactie

Related Posts

Filosoferen over het samenzweren

Filosoferen over het samenzweren

De snijd-en-plak-industrie

De snijd-en-plak-industrie

Martin Buber

Martin Buber

As-salāmu alaykum, wa ʿalaykumu s-salām

As-salāmu alaykum, wa ʿalaykumu s-salām

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *