Luie studenten in het onderwijs Een verschil in opvattingen nader bekeken

Op de meeste universitaire opleidingen is er een spanning voelbaar tussen docenten die hun vakgebied ontzettend interessant vinden en studenten die er maar weinig van willen weten. Vanuit een educatief opzicht is dit niet heel vreemd – dit valt over het hele onderwijs te zeggen. Maar zou dit bij juist universitaire opleidingen niet anders moeten zijn?

Door Nathan Santema

“Nu is er in de loop der tijden wel het een en ander aan de structuur van de studentenmaatschappij veranderd. De grote aantallen mensen, die de universiteit gaan bevolken, dwingen tot stringentere studieregelingen (…) Het eerste doel van uw komst in Groningen is nu eenmaal de voltooiing van een studie en er zijn nog steeds teveel studenten, vooral meisjes, die deze consequenties niet aan hun inschrijving verbinden. M.a.w. komt u alleen maar kijken wat het studentenleven te bieden heeft, blijft dan weg en zoek andere mogelijkheden om u te ontplooien. (Afdeling Voorlichting der Universiteit, 1970)

Volgens het informatieboekje voor toekomstige Groningse studenten waren er in 1970 al motivatieproblemen onder een groeiend aantal studenten. Ook toen probeerde de RUG dit aan te pakken door meer verplichtingen op te leggen, opdat de studenten meer de handen uit de mouwen zouden steken. Veel is er in de tussentijd dus niet veranderd, behalve het interessante maar verder voor nu onbelangrijke feit dat de meisjes inmiddels de boventoon voeren. Veel studenten hebben wellicht niet direct behoefte aan het onderwijstype dat hun aangeboden wordt, maar willen met oog op een toekomstige carrière toch de opleiding volgen. In hoeverre speelt dit probleem een rol en wat kan gedaan worden om het te voorkomen? 

Vraag en aanbod

Het doel van de universiteit kan ruwweg opgesplitst worden in twee kerntaken: het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en het opleiden van toekomstig wetenschappelijke onderzoekers. Studenten moeten zich hun vakgebied op een professionele manier eigen maken, zodat zij met de methoden van hun vakgebied tot nieuwe kennis kunnen komen. Hoewel er steeds meer een trend zichtbaar is waarbij er een grotere nadruk komt te liggen op praktische kennis gericht op een economisch perspectief, in plaats van het oude Humboldt-achtige idee van kennis om de kennis, blijft de kern centraal staan. De student wordt opgeleid zodat deze de andere kerntaak van de universiteit later goed kan uitvoeren.

Maar de meeste studenten die een universitaire opleiding volgen doen dit niet omdat ze later wetenschapper willen worden. Werkgevers willen voor hoge functies mensen aannemen die een hoog denkniveau en een goede opleiding hebben, hier komen universitair opgeleide studenten natuurlijk het meest voor in aanmerking. Studenten kunnen hierdoor meestal het beste een universitaire opleiding volgen als ze een baan willen hebben die voor een goede maatschappelijke status zorgt. Zolang de WO-studie gezien wordt als de beste opleiding voor dit type student zullen ze meestal kiezen voor de universiteit als ze hun VWO hebben gehaald. Dat de universitaire opleiding een ander doel heeft – het opleiden tot een wetenschappelijk onderzoeker – is vanuit dit oogpunt voor hen niet belangrijk. Hun keuze kan hen dan ook niet kwalijk genomen worden, het is de beste keuze voor hun toekomst.

Een verschil in perspectieven

Het gevolg is dat veel studenten worden doodgegooid met allemaal wetenschappelijke theorieën terwijl ze hier geen interesse in hebben en het niet nuttig vinden. De eeuwige speeches van hoogleraren die het belang van hun vakgebied prediken zullen vast belangrijk zijn voor iemand die haar vakgebied zo interessant vindt, dat ze er haar hele leven aan wil wijden. Maar ik zit hier om mijn papiertje te halen zodat ik later het leven kan hebben dat hier niet veel mee te maken heeft. Doordat er een verschil is tussen wat de studie aanbiedt en wat de student wil ontstaat er een gebrek aan motivatie. Veel studenten hebben simpelweg geen behoefte aan de leerstof die hun voorgeschoteld wordt, omdat zij vinden dat die niet relevant is voor hun verdere leven. Ze zien hun studie als een noodzakelijk ongemak naast het verdere leven.

De universiteit zelf kampt zoals gezegd al tijden met motivatieproblemen. Studenten maken hun huiswerk niet, praten door colleges heen en vinden het prima wanneer ze hun studie met zesjes halen. Voor professoren is dit vaak erg vervelend omdat zij hun vakgebied wel heel interessant vinden. Steeds strengere regels worden ingevoerd om studenten nog redelijk door hun studie te halen, terwijl docenten genoodzaakt zijn om soms tot hun grote irritatie (‘jullie zitten toch op de universiteit!’) schoolmeester te spelen. Om de gemotiveerde studenten tegemoet te komen worden er extra studieprogramma’s opgezet zoals het honours college en topmasters. De meeste aandacht gaat uit naar de groep die daadwerkelijk geïnteresseerd is terwijl een groot aantal ongemotiveerde studenten losjes aanhangt. Een teveel aan studenten die het niet haalt is onwenselijk. Het is per slot van rekening het onderwijs, niet iedereen kan het even leuk vinden.

Voor eigen bestwil

Het is mogelijk dat de problematische studenten veel baat hebben bij een wetenschappelijke studie terwijl ze dit zelf niet doorhebben. Net zoals de kinderen op een basisschool niet doorhebben wat het belang is van wat ze leren, waardoor ze iedere dag met tegenzin hun schoolwerk maken. Het universitair onderwijs is in dit geval noodzakelijk om ze voor te bereiden op hun toekomstige baan, omdat alleen dit type onderwijs ze op de goede manier kan voorbereiden. De maatschappij, en dus uiteindelijk ook de studenten zelf, hebben in deze situatie behoefte aan een vaste aanwas studenten die een universitaire opleiding volgen. Of ze hun stof interessant vinden doet er niet toe, de studies zijn goed zoals ze nu zijn.

Maar net zoals de studenten zelf meestal denken is dit niet het geval. Het heeft vaak weinig tot geen enkel nut om alle wetenschappelijke theorieën te kennen binnen het vakgebied, men zal ze niet tot nauwelijks toepassen in de latere niet-wetenschappelijke baan. Het vak van een wetenschappelijk onderzoeker verschilt namelijk erg van de banen die deze studenten meestal willen. Voor de studenten in kwestie zou de studie zich veel meer moet richten op hun belangen. Maar ze volgen nu eenmaal de geschiktste studie dus moeten ze het er maar mee doen. Het is al met al niet erg vreemd dat universiteiten grote motivatieproblemen kennen, omdat deze ongemotiveerde studenten vaak niet de studie volgen die hen opleidt tot wat zij willen zijn. Dit is nadelig voor de universiteit, de student en toekomstige werkgevers.

Mogelijke oplossingen

Idealiter zouden HBO-opleidingen een kwalitatieve upgrade krijgen zodat ze daadwerkelijk een kruising worden tussen een wetenschappelijke en een praktische studie. De problematische studenten zullen, zoals eerder gezegd, niet veranderen van opleiding totdat er alternatieven zijn die dezelfde ‘hoge’ status hebben. Een goede wetenschappelijk-kritische houding is daarom een vereiste in het leerproces, maar hier is het HBO op dit moment niet sterk in. Ze zou moeten zijn zoals de Engelse benaming aangeeft: the university of applied sciences. Hiermee worden drie vliegen in één klap geslagen: de kwaliteit van het HBO wordt verhoogt, werkgevers nemen werknemers die beter voorbereid zijn en de problematische studenten krijgen een relevantere opleiding. Het is echter de vraag of er een verschuiving zal kunnen plaatsvinden in het beeld van wat nu de ‘hoogste’ studies zijn; HBO of universitair?

Het lijkt me onwaarschijnlijk dat dit in de toekomst zal gaan veranderen. De universiteit levert al sinds haar bestaan de hoogwaardigste opleidingen, dit imago zal ze niet zo snel kwijt raken. Temeer omdat de mensen die studenten het beste de wetenschappelijke basis kunnen aanbrengen dit vaak liever aan de universiteit doen. De meeste studenten in kwestie op de universiteit zullen in dit geval niet snel voor een ander niveau kiezen. Een andere optie is het aanpassen van de huidige universitaire studies zodat ze praktijkgerichter worden. Dit zou niet erg verstandig zijn; het is natuurlijk ook erg belangrijk dat er nog steeds goede wetenschappelijke onderzoekers opgeleid worden.

Aangezien een oplossing buiten de universiteit nu erg onwaarschijnlijk wordt blijft er nog maar één oplossing over. Er zouden binnen de vakgebieden waar het probleem heerst twee soorten studies moeten komen, één voor hen die tot onderzoeker opgeleid willen worden, en één voor hen die dit niet willen. Binnen deze studies zouden er waarschijnlijk in mindere mate nog steeds motivatieproblemen bestaan; studenten blijven studenten. Maar die problemen worden nu niet meer veroorzaakt door studenten die vaak het gevoel hebben dat ze met stof bezig zijn die nutteloos is. Strenge regels en ondersteuning zorgen er in de nieuwe situatie voor dat de studenten worden aangespoord om hun studie goed af te ronden. Het is belangrijk voor hun eigen toekomst dat zij zich de stof eigen maken, zoals het op de universiteit zou horen. De regels en ondersteuning bestaan nu niet meer omdat het erg lastig is om onbelangrijke stof op te leggen.

Mijn voorstel is misschien wat idealistisch, maar er zal onder studenten weinig veranderen wanneer de huidige onderwijsorganisatie gelijk blijft. Van de universitaire student wordt verwacht dat deze zich het vakgebied graag eigen wil maken, de luie student maakt er echter vaak ook maar het beste van.

Literatuur

Afdeling Voorlichting der Universiteit, 1970. Studie en studentenleven in Groningen: Inlichtingen voor aspirant-studenten, Groningen: Rijksuniversiteit te Groningen, p.75.

 

 

 

Facebooktwittertumblrmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *