Jij doet maar wat Zin geven of zin hebben

“Kerkbezoek daalt verder”, zo meldde de NOS afgelopen maand. Dat nieuws is allesbehalve nieuw: op deze faculteit weten wij als geen ander dat de Heer al een tijdje het leven heeft gelaten. Ook ondergetekende was ooit godvrezend, maar heeft dat helaas niet vol weten te houden.

In mijn jaren als zelfingenomen en graag provocerende puber was het wel anders, maar het laat mij tegenwoordig koud of iemand voor een geloof kiest in de waarheid van een boek, de wetenschap of desnoods een gezelligheidsvereniging. Als student van de geschiedenis van de Ideeën zet het nieuwsbericht mij echter aan het denken. Het is toch mijn intuïtie dat het handig is voor ‘men’ om een Idee aan te hangen. Een levensbeschouwelijke opvatting geeft in theorie de broodnodige context aan onze activiteiten. Je wilt toch een soort verklaring voor al die uren studie, werk, gedraaide wasjes en bezoekjes aan het strand. Een ‘groot verhaal’ zoals dat volgens Lyotard niet meer bestaat. Maar voor wie zijn die grote verhalen eigenlijk? Met alle respect, maar de manier waarop zo’n Fransman de menselijke bezigheden duidt verandert niets aan wat mensen doen. Een ongelovige wendt zich in nood niet snel tot het gebed, maar leeft hij daar kwalitatief anders door?

Misschien is het tijd om het vraagteken niet bij zingeving te zetten, maar bij de zin van zingeving. In hoeverre maakt het nu écht uit? Een verkennende zoektocht naar een potentieel antwoord hoeft niet lang te duren; daar hebben we tegenwoordig een zoekmachine voor. Wie op Google images zoekt naar ‘zingeving’ vindt afbeeldingen van zonnestralen die de wolken doorbreken, vrouwen in lotushouding en pogingen tot motiverende quotes tegen achtergronden van natuurlijke landschappen als bergen, meren of woestijnen. Dat doet eerder denken aan de religieuze folders die eens in de zoveel tijd op straat worden uitgedeeld dan aan een doordacht antwoord op de Grote Vragen.

De voorgaande bespiegeling roept het beeld op van de gekwelde filosoof/schrijver/kunstenaar die geen reden kan vinden om gehoor te geven aan de roep van de wekker. Sigaretten op de borden, kruimels in het bed en Camus en Kierkegaard in de boekenkast. Als er dvd’s aanwezig zijn in dit scenario, dan bevatten die moeilijke Frans- en Duitstalige films die niemand eigenlijk wil kijken maar hopelijk indruk maken op de occasionele gast. Op een bepaalde technische manier bekeken is het najagen van biologische noodzakelijkheden en andere ingesleten gewoontes zonder metaverhaal voor het hierboven beschreven stereotype en vele anderen misschien een armoedige bezigheid.

Tenminste, dat zou je zeggen. In de praktijk komt de overgrote meerderheid de dag prima door (in ons Koninkrijk tenminste, buiten Europa is het vaak wat minder. Maar daar wonen onze lezers niet). De academicus leest eens een boek, de hipster klust eens aan de fixed gear bike. Mensen drinken eens speciaalbier, downloaden eens een film, kijken eens naar voetbal of slapen eens uit. Et cetera. Ik heb niet de indruk dat iemand die dagelijkse bezigheden in het licht van zo’n metanarratief verricht. ‘Men’, zo zou ik dan ook weer zeggen, ‘doet maar wat’. En dat lijkt prima te werken.

In Mulisch’ Ontdekking van de hemel schrijft hoofdpersonage Onno Quist aan zijn zoon iets vergelijkbaars over politiek en bestuur. Voor de gewone man kan het lijken alsof de regering en haar ministeries verstand hebben van allerlei ingewikkelde en prestigieuze zaken. Al die ambtenaren en politici bevinden zich volgens Onno echter aan de andere kant van wat hij een ‘gouden muur’ noemt, die verbergt wat een ongeregelde bende het eigenlijk is. Alle improvisatie en ad hoc besluiten lijken voor de buitenstaander professioneel. Misschien is dat een beetje wat wij allemaal doen. Geen groot verhaal, maar een grote muur dus.

Het cliché wil dat de filosoof in opleiding op zoek is naar antwoorden, maar uiteindelijk blijft zitten met alleen maar meer vragen. Met het oog op bovenstaande overpeinzingen moeten we dat cliché misschien enigszins aanpassen. Het cliché is wellicht in zoverre waar, dat de student geen diepere structuur ontwaart die licht werpt op de menselijke gang van zaken. Eigenlijk wordt vooral duidelijk hoe ongestructureerd de menselijke gang van zaken is. Maar of dat te vergelijken is met de Socratische wijsheid dat we onwetend zijn, dat weet ik dan weer niet. Overigens hoop ik wel dat genoeg mensen naar de kerk blijven gaan. Het Oostbloksocialisme daargelaten zorgen grote verhalen namelijk wel voor mooie gebouwen.

 

Facebooktwittertumblrmail

Remco is onderzoeksmasterstudent en voert graag de discussie over het 'waarom?' van de universiteit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *