DAG wil democratisering, decentralisering en transparantie Interview met Gerrit Nagel en Jesse Havinga

Op 15 maart was het symposium ‘Toekomst van de Filosofie’. Verschillende genodigden spraken over problemen als de moeilijkheid met onderzoeksfinanciering, onderwijsverschraling en een gebrek aan democratische besluitvorming aan universiteiten. Het probleem werd herkend door veel aanwezige studenten, zowel filosofen als niet-filosofen. Een aantal werd zo geïnspireerd dat zij een nieuwe beweging oprichtten: de Democratische Academie Groningen (DAG).

In de universiteitsraad worden studenten, medewerkers en docenten vertegenwoordigd met als doel mee te kunnen praten over het beleid van de universiteit. Dit jaar doet er aan de Rijksuniversiteit Groningen echter voor het eerst een partij mee die expliciet om een open en kritisch debat over de fundamentele waarden van de universiteit vraagt: waartoe is de universiteit op aarde? Volgens de Democratische Academie Groningen is de universiteit een concurrerend bedrijf geworden, waarbij kwantitatieve criteria afbreuk doen aan de kwaliteit van onderzoek en onderwijs. Dé oplossing: meer democratie en transparantie. ‘Pas met échte democratie hebben we de mogelijkheidsvoorwaarden om de nieuwe universiteit concreet vorm te geven.’

Reden genoeg voor de Qualia om twee betrokkenen bij DAG eens te vragen waar het allemaal om te doen is: Gerrit Nagel (nr. 11 op de lijst) is masterstudent Rechtsgeleerdheid en Jesse Havinga (nr. 36 op de lijst) is masterstudent Wijsbegeerte.

Om maar met de deur in huis te vallen: jullie noemen DAG een beweging en niet een partij, waarom is dat?
Jesse: ‘Veel studenten hebben geen idee wat de universiteitsraad eigenlijk doet. Er is daarom een beweging nodig om studenten te betrekken bij universiteitspolitiek. Op de informatiebijeenkomst van DAG heb ik gesproken met mensen van de twee andere studentenfracties, Calimero en SOG, en zag ik dat het toch wel vaak verzandt in een politiek spel. Dit is dus precies wat wij niet willen. Wij gaan ons niet doodstaren op uitsluitend onze partij, deze is namelijk instrumenteel. De partij is vooral een middel om ons verkiesbaar te kunnen stellen in de universiteitsraad en om zo informatie van het College van Bestuur te krijgen. Mocht DAG als partij stuklopen, dan is er nog altijd DAG als beweging en dat is veel belangrijker.’
Gerrit: ‘Er staan ook veel punten in het programma die niet alleen binnen één universiteit op te lossen zijn, omdat ze met de landelijke politiek te maken hebben, zoals geldstromen (financiering van de universiteit, red.). Dit is waar DAG als beweging echt ter sprake komt. We willen een mogelijkheid hebben om tegen bepalende organen te kunnen zeggen: ‘dit is ons idee en dit is de kant die wij opwillen’.’

Dus jullie zijn sowieso van plan om na de verkiezingen door te gaan? Ook als DAG geen zetels behaalt?
Jesse: ‘Absoluut. We hebben werkgroepen opgezet om na te denken over onderwerpen als ‘Waartoe is de universiteit op aarde?’, ‘Democratisering en decentralisering’ en ‘Onderwijs’.  Dat zien we echt iets als wat de beweging verder moet helpen en dat stopt absoluut niet na de verkiezingen.’
Gerrit: ‘Binnen die werkgroepen kunnen we bepaalde universiteitszaken uitzoeken en aankaarten. Daarna kan vervolgens een opiniestuk naar buiten gebracht worden. Het is natuurlijk ook onze eigen informatievergaring. Over een onderwerp als Yantai (de RUG wil een tweede campus vestigen in Yantai, China, red.), is ongelofelijk veel onduidelijkheid en om daar informatie over naar buiten te brengen is een gedegen onderzoek noodzakelijk. Het is een dossier dat zich over meerdere jaren spant.’
Jesse: ‘Dat komt ook doordat het allemaal niet zo heel transparant is. Als je bijvoorbeeld de notulen van de universiteitsraad inziet over iets als Yantai, dan blijken alle stukken vertrouwelijk te zijn. Je hebt dus al bijna een werkgroep nodig om uit te zoeken wat zich daar nou eigenlijk daadwerkelijk heeft afgespeeld. Daar komt nog bij dat studenten ook steeds minder geïnformeerd en geïnteresseerd zijn. Dit is een enorme kip-ei-kwestie. Als de universiteit steeds makkelijker en schoolser wordt en mensen het snel moeten afwerken, dan worden studenten ook steeds passiever, net als op de middelbare school. Het wordt bijna aangemoedigd om niet meer betrokken te zijn. Dit terwijl studenten een groot belang hebben bij universiteitsbeleid. Helaas weten veel studenten dit niet en we zien het als een taak van ons om studenten duidelijk te maken waarom en waarin zij dat belang hebben.’

Hoe zou een democratische universiteit er, naast transparant, verder uitzien?
Gerrit: ‘Dat moet natuurlijk per niveau gebeuren en daar is decentralisatie een heel groot onderdeel van. We hebben het er niet alleen over dat de universiteitsraad zelf te weinig invloed heeft, maar ook dat de faculteitsraden en studentassessoren op dit moment niet echt inspraak hebben. Het lijkt er bijvoorbeeld op alsof beslissingen bijna altijd al genomen worden voordat faculteitsraden erbij betrokken worden. Ze mogen nog even een vinkje eronder zetten, maar er is absoluut geen sprake van een ‘meepratende student’ in het besluitvormingsproces. We zijn ook aan het nadenken over de mogelijkheid dat besturen zichzelf verkiesbaar moeten stellen.’

In jullie programma staat dat jullie willen dat een universiteit studenten behandelt als kritische volwassenen die iets te melden hebben, in plaats van een universiteit als bedrijf dat studenten zo snel en goedkoop mogelijk moet klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Andere mensen zouden zeggen: universiteiten worden betaald van belastinggeld, dus: waarom zouden studenten eigenlijk niet gezien moeten worden als mensen die dat belastinggeld later terug moeten betalen?
Gerrit: ‘De universiteit zie ik als een plek waar mensen niet alleen komen om zich klaar te laten stomen voor een baan, maar ook om zich academisch te laten vormen. Als je alleen maar gaat kijken ‘hoe kun je mensen klaarstomen voor een baan en maak je dat zo gestroomlijnd mogelijk?’, dan denk ik dat daar heel veel mee verloren gaat.’
Jesse: ‘Dat denk ik ook. Als je een beroepsopleiding wil doen dan is HBO daar het meest geschikt voor. De universiteit is echter iets anders, namelijk een gezamenlijk kennisproject. De vorming van studenten moet je niet vernauwen tot iets als NEXT of Career Service. Studenten moeten kennis hebben en die ook terug kunnen geven aan de wereld. Dat omvat meer dan een goed CV kunnen schrijven, dus dat zijn niet de dingen waar je op zou moeten focussen als universiteit.’
Gerrit: ‘Bij Rechtsgeleerdheid zie ik dit probleem ook. In mijn volledige studie heb ik misschien één mogelijkheid gehad om een vormend vak zoals rechtsfilosofie te kunnen volgen. Verder is het alleen materieelrechtelijk stampen: volle collegezalen met 800 mensen twee keer in de week, zonder verdere mogelijkheden om uit te zoeken wat rechtswetenschappen zijn en hoe je daarbinnen onderzoek uit kan voeren. Daar wordt helemaal geen aandacht aan besteed, puur omdat iedereen weet dat wat je bij materieel recht leert één op één toe te passen is in het bedrijfsleven. Dat geldt niet voor rechtsfilosofie of rechtssociologie, dat je academisch zou kunnen vormen. Juridische vaardigheden zijn niet langer vaardigheden om jezelf te ontwikkelen, maar om meer te leren over hoe je de beste voordracht of het beste verzoek schrijft. En dat is best wel pijnlijk, vind ik zelf.’

In een artikel op jullie website schrijven jullie dat er impliciet bepaalde waarden een rol spelen bij het beleid van de universiteit. ‘Iedereen wil “goed onderwijs” en “betere voorzieningen”, maar of iets een verbetering is hangt af van de meetlat die je gebruikt. Nu is dat vaak, bedoeld of onbedoeld, de meetlat van het rendement, de efficiëntie, de groei en de arbeidsmarkt, pardon, de ‘career transition’. Waaraan denken jullie deze waarden te kunnen herkennen?
Gerrit: ‘Het hele idee van excellentie, topmensen, topdiploma’s, daar zitten allerlei waarden in verscholen van wat de universiteit vindt dat een academicus is, namelijk iemand die bijvoorbeeld artikelen output voor rendement. Dat is al een heel kwalijk iets omdat je daarmee heel veel dingen van het academisch leven voorbijschiet, zoals echte ontplooiing.’
Jesse: ‘Die waarden worden niet altijd even expliciet gemaakt, maar bij Yantai zijn ze bijvoorbeeld niet zo verhuld. In veel documenten over Yantai gaat het niet over zaken die intrinsiek waardevol zijn voor de universiteit, maar dat we meer studenten binnen moeten halen omdat er over enkele jaren minder achttienjarigen in Nederland zijn. Die zouden we dus uit China kunnen halen. Volgens Poppema [Sibrand Poppema is de voorzitter van het College van Bestuur, red.] is het dus goed voor de universiteit als er zoveel mogelijk studenten op afkomen. Maar er wordt nergens gevraagd: is dat wel nodig? Is het wel handig, een faculteit in China, waar helemaal niet zoveel academische vrijheid is? Nou, dan zijn die waarden ook wel vrij expliciet duidelijk.’

Jullie pleiten voor een hoge kwaliteit en niveau van het onderwijs. Het gevaar is dat jullie als elitair worden gezien omdat jullie er dan uitsluitend zijn voor de studenten die het al goed doen en die al geen hulp nodig hebben om goed te studeren. Hoe denken jullie daarover?
Gerrit: ‘Ten eerste hebben we al aangegeven er niet voor elke student te zijn. Dat klinkt inderdaad elitair, maar daar bedoelen we natuurlijk mee dat wij er zijn voor de student die sowieso betrokken is bij zijn of haar eigen studie. Dat zijn impliciet de mensen die we willen bereiken, maar waarschijnlijk ook de enige studenten die we kunnen bereiken. Iemand die het zichzelf maar zo gemakkelijk mogelijk wil maken, is ook niet geïnteresseerd in wat wij te zeggen hebben. Dat is gewoon iemand die heel ideaal is voor het universiteitsbestuur, die door zijn of haar studie heen rolt en dan aan het einde de eerste de beste baan kiest.’

Volgens Calimero ‘staat DAG voor facultaire problemen die niet op de agenda van de Universiteitsraad thuishoren’. Er zouden, volgens hen, vooral veel zaken die kenmerkend zijn voor filosofie- en letterenstudenten in het programma staan. Kunnen jullie ook iets betekenen voor studenten van bètafaculteiten, zoals Ruimtelijke wetenschappen en ‘Science and Engineering’?
Jesse: ‘Het is niet zo dat DAG enkel voor facultaire problemen staat. Veel punten over onderwijs en onderzoek zijn universiteitsbreed, soms zelfs op landelijk niveau. Daarnaast hebben uiteindelijk ook natuur- en scheikundestudenten baat bij een universiteit die teruggaat naar het ideaal van Bildung. Als wij er nu niet helemaal in slagen om dat hen te laten inzien, dan is dat misschien aan ons.’
Gerrit: ‘Als rechtenstudent kan ik inzien dat sommige problemen waar DAG het over heeft niet op de rechtenfaculteit spelen, zoals budgetteringsproblemen in de letterenfaculteit. Maar we zouden wel explicieter kunnen maken dat wat wij op het oog hebben voor de universiteit ook goed is voor bètafaculteiten. Dat er een bepaald financieel belang achter onderzoek moet zitten, is bijvoorbeeld soms nog meer van toepassing in bètawetenschappen. Maar op dit moment zijn de problemen voor Letteren veel duidelijker zichtbaar, en ik denk dat het bij de bètafaculteiten, waar sowieso al heel veel geld heen gaat, veel moeilijker is punten aan te wijzen waar het fout gaat, hoewel die er natuurlijk ook zullen zijn.’

Hoe democratisch is DAG zelf?
Gerrit: ‘Best wel democratisch eigenlijk. Meedoen aan werkgroepen staat bijvoorbeeld voor iedereen open. Dat vinden we sinds de oprichting al belangrijk. Iedereen die iets te zeggen heeft, niet alleen over de onderwerpen die al in de werkgroepen worden besproken, maar ook wat er in ons programma staat, kan meedenken en schrijven. De kernwaarden werden natuurlijk al voor de werkgroepen vastgesteld, maar we hebben ons zeker laten beïnvloeden door wat er ingebracht is in die werkgroepen.’
Jesse: ‘Een mooi onderscheid hierbij is het verschil tussen vote democracy en voice democracy. Bij het ene heb je een stem en ga je naar de stembus, en bij het andere mag iedereen zijn of haar stem laten horen. Dat laatste is bij ons heel erg aanwezig. Iedere bijeenkomst van DAG is een enorme discussie. Het is dus niet zo dat er een paar mensen bovenaan staan die zeggen hoe het allemaal geregeld moet worden. Er blijft natuurlijk een spanning tussen democratisch willen zijn en ook een partij zijn. We staan wel ergens voor, we willen wel íets bereiken, dan kun je niet zomaar iedereen laten meepraten. Maar iedereen heeft inspraak en mag gehoord worden. Daarom denk ik dat het aspect van democratie binnen onze partij goed geregeld is.’

De verkiezingen voor de universiteitsraad zijn van 15 t/m 19 mei. Naast nieuwkomer DAG doen ook studentenfracties Calimero en SOG mee. Alle studenten kunnen stemmen via ProgRESS WWW.

Facebooktwittertumblrmail

Maaike is tweedejaarsstudent filosofie en op dit moment hoofdredacteur van de Qualia.

Een gedachte over “DAG wil democratisering, decentralisering en transparantie Interview met Gerrit Nagel en Jesse Havinga

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *