‘Hun hebben onze taal verpest’ Over taalridders en hun idealen in een moderne samenleving

We kennen ze allemaal: de beruchte grammar nazi’s. Vaak heel aardige, leuke personen, tot er een spelfout op hun pad komt. Of het nou typfouten zijn op WhatsApp of een verkeerd vervoegd werkwoord, verkeerd taalgebruik moeten ze altijd verbeteren. Dit levert vaak een geërgerd zuchten of oogrollen op van degenen die dat aan moeten horen. Het is niet dat deze grammar nazi’s geen gelijk hebben; de meeste mensen vinden het gewoon niet zo belangrijk wat ze te zeggen hebben over d’s en t’s. Maar dit is een erg oppervlakkig standpunt. Taal is zoveel meer dan slechts een communicatiemiddel: het is een uiting van cultuur en een middel om kunst mee te scheppen. Correcte spelling en mooi taalgebruik zijn daarbij een essentieel werktuig van deze functies van taal. Een ode aan alle grammar nazi’s.

Door Femke Vulto

Zelfs al vertel je een verhaal over hoe je met één hand een baby uit de bek van een vraatzuchtige krokodil hebt gered, terwijl je met je andere hand het volkslied in gebarentaal vertaalt: er zijn mensen die zo’n verhaal zouden onderbreken, enkel en alleen om een taalfout te verbeteren. En niemand zal ontkennen dat ze gelijk hebben. Sterker nog, dit soort zogenoemde taalpuristen, vaak uitgescholden voor grammar nazi’s, hebben bijna altijd gelijk. Misschien wel iets te vaak. Ze kampen met een imagoprobleem en worden gezien als betweters, als mierenneukers of als regelfetisjisten. Want, zo wordt gedacht, wat maakt het eigenlijk uit of je zo nu en dan een taal- of spelfout maakt? Veel mensen denken dat als een verhaal de bedoelde boodschap overbrengt, de spelling of de zinsbouw niet meer uitmaakt. Taal is immers een middel om jezelf te uit te drukken: zodra dat op een begrijpelijke manier lukt, dan is de ultieme ‘functie’ van taal vervuld. En als je jezelf duidelijk kunt maken zodat anderen snappen wat je wilt zeggen, dan maakt de manier waarop je dat doet ook niet meer uit, is de gedachte.

Sterker nog, sommige mensen gaan nog een stapje verder: zij staan niet neutraal tegenover taalfouten, maar moedigen dit in enkele gevallen zelfs aan. Zo zijn er taalwetenschappers die vinden dat een zin als ‘hun hebben gisteren een auto gekocht’ tot het ABN zou moeten behoren. Volgens hen is het onderscheid tussen ‘hun’ en ‘zij’ namelijk kunstmatig en slechts op gewoonte en traditie gebaseerd. Het is, volgens deze redenering, dan ook niet meer dan natuurlijk dat als het woord ‘hun’ door veel mensen als onderwerp gebruikt wordt, dit uiteindelijk gestandaardiseerd raakt in onze taal. Het Nederlands is immers in de afgelopen eeuwen ook sterk veranderd: oud-Nederlands is tegenwoordig voor een ongeoefende lezer vrijwel onleesbaar. Talen veranderen nou eenmaal, dat is iets wat nu gebeurt en wat altijd al is gebeurd. Oftewel, soms is het taalgebruik dat wij ‘fout’ noemen, niks meer of minder dan een nieuwe ontwikkeling binnen onze taal, zullen deze taalwetenschappers betogen.grammar nazi

Zijn de grammar nazi’s, die graag de erenaam ‘taalpurist’ dragen, dan niets meer dan een groepje eenzame taalridders, weliswaar met een nobele queeste, maar ronddolend in een tijdperk waarin alles in maximaal 140 tekens verteld moet worden? Zijn de ideeën en de doelen van deze taalridders even ouderwets als hun naam doet vermoeden?

Misschien zijn er mensen die dit oprecht geloven, die denken dat taalpuristen in hun drang naar zuivere, pure taal hun eigen doel voorbij schieten. Toch zien deze mensen naar mijn idee iets over het hoofd. Taal heeft namelijk niet alleen de functie om iets over te brengen, maar taal is ook een middel om kunst te scheppen. Een goed schilderij is niet alleen mooi om de boodschap die het overbrengt, het onderscheidt zich vooral van andere kunstwerken door de manier waarop het deze boodschap overbrengt. Op dezelfde manier is taal intrinsiek waardevol: het taalgebruik van een schrijver is wat diens boek tot kunstwerk kan verheffen. Het zou dus een misvatting te zijn om taal te reduceren tot een middel wat wij gebruiken om onszelf zo efficiënt mogelijk kenbaar te maken.

Nu is het natuurlijk wel zo dat een schrijver als Shakespeare heel veel nieuwe woorden introduceerde in zijn toneelstukken die ongebruikelijk waren voor zijn tijd. Hij hield juist niet vast aan wat in zijn tijd als goed of correct taalgebruik werd gezien. Dit wordt vaak ingebracht als argument voor de standaardisering van bepaalde, nu nog als onjuist beschouwde zinssneden en woorden in onze taal, zoals sommige afkortingen die al veel op sociale media gebruikt worden. Dit soort nieuwe taal is echter niet te vergelijken met de neologismen van Shakespeare of andere grote schrijvers. Neem de volgende zin uit The great Gatsby, van F. Scott Fitzgerald:

He smiled understandingly- much more than understandingly. It was one of those rare smiles with a quality of eternal reassurance in it, that you may come across four or five times in life. It faced -or seemed to face- the whole eternal world for an instant, and then concentrated on you with an irresistible prejudice in your favor. It understood you just as far as you wanted to be understood, believed in you as you would like to believe in yourself, and assured you that it had precisely the impression of you that, at your best, you hoped to convey.’

Niemand zal beweren dat eenzelfde emotie uit te drukken is in een simpel ‘XD’ of ‘LOL’. Hoewel een taal zich natuurlijk altijd ontwikkelt, kun je niet stellen dat elke nieuwe uitdrukking ook onderdeel is van een positieve ontwikkeling van een taal. Neologismen zoals die van Shakespeare vallen in een heel andere categorie dan de verhaspelingen en afkortingen in de spreektaal en WhatsApptaal van tegenwoordig.

Het verschil tussen de neologismen van Shakespeare en bijvoorbeeld de zelfbedachte taal van Snoop Dogg bestaat dus in de manier waarop taal gebruikt wordt: dat bepaalt of een tekst als kunst kan worden beschouwd of niet. Maar ook bij teksten die niet als kunst bedoeld zijn maakt het uit hoe je je uitdrukt in een taal. Taal is een uiting van cultuur en met bepaalde woordkeuzes draag je dan ook een bepaalde identiteit uit. Wanneer je in foutloze, goedgekozen en mooi klinkende volzinnen spreekt, draag je uit een intelligent, verfijnd en cultureel persoon te zijn.

Dit laat een heel ander licht schijnen over de zo gehate grammar nazi’s: zij streven niet alleen een mooie, pure taal na, maar een utopie, waarin alle mensen beschaafd en verfijnd met elkaar converseren over de meest uiteenlopende zaken. Want terwijl wij de taal vormen, vormt de taal ons en onze cultuur ook. Het taalpurisme is niet alleen uit op een mooiere taal, maar op een mooiere wereld. Laten wij dit idealisme delen; laten wij niet meer vermoeid zuchten wanneer we verbeterd worden, maar laten we ons scharen aan de ronde tafel der taalridders, en onze zwaarden trekken tegen spelfouten, foute zinsbouwconstructies en verkeerd gebruik van onze taal. Voor de kunst van de taal. Voor een mooiere samenleving.

Facebooktwittertumblrmail

Femke is tweedejaarsstudent wijsbegeerte aan onze faculteit en schrijft sinds een jaar voor de Qualia.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *