Hoera, een meningsverschil! Een lofzang op de discussie

Welke filosofiestudent komt het niet bekend voor? In een gesprek met een vriend/familielid/kennis merk je dat er verschil van mening bestaat, waarna je besluit daar eens op in te gaan. Je verklaart het oneens te zijn, vraagt om de redenen voor het geuite standpunt, of geeft direct een tegenargument. Je bent benieuwd naar het antwoord, je voorziet een interessante discussie, maar de reactie laat je beduusd achter: ‘nou, ik wil hier geen ruzie over maken hoor!’ In dit stuk zal ik laten zien hoe belangrijk het verschil is tussen discussie en debat.

Door Rein van der Laan

Discussie wordt door velen ervaren als ruzie. Want je twijfelt aan iemand. Je daagt uit. Je gaat de strijd aan. Het verwijt dat je ruzie maakt, of dat je iemand aanvalt, is (meestal) onterecht. Het berust op een misvatting van wat een discussie is en wat de intenties van de gesprekspartner zijn. De kritische discussie is een manier om samen de waarheid te zoeken en is daarmee misschien wel het belangrijkste hulpmiddel van de filosoof. Iedereen zou van discussie moeten houden. Maar het wordt vaak verward met debat. En dat is zeer kwalijk, want het debat heeft een heel andere werkwijze en functie. Hierdoor wordt een discussie soms gevoerd alsof het een debat is, wat niet ten goede komt aan de uitkomst – noch aan de gemoedstoestand van de gesprekspartners.

Debat of discussie?

Maar wat is dan het verschil tussen een debat en een discussie? Het belangrijkste is dat ze een ander doel hebben. Bij een debat wil je winnen, bij een discussie draait het om waarheid. Anders gezegd: debat gaat om gelijk krijgen, discussie om de vraag wie gelijk heeft. Beide zijn prima, maar wel in verschillende contexten. Uit dit verschil in doel volgt ook een verschil in werkwijze. In een debat begin je met een zeker standpunt dat je verdedigt. Dit standpunt kan je zelfs gegeven zijn; je hoeft er dus niet per se ook echt achter te staan. Je probeert koste wat kost niet te verliezen. Daarvoor kun je gerust drogredelijke trucs uithalen. Bovendien hoef je de gesprekspartner niet te overtuigen, als je het publiek maar aan jouw zijde krijgt. Een debat is daarmee erg geschikt voor in een verkiezingscampagne; om verschillende standpunten en argumenten over een bepaalde kwestie op tafel te krijgen; of om je argumentatieve en retorische vaardigheden mee te oefenen.

Een discussie draait daarentegen niet om het publiek, of om winnen en verliezen. Het is leuk om een discussie te winnen, maar dat is niet het doel. Omdat je in een discussie samen naar de waarheid zoekt, ook al ben je het met elkaar oneens, moet je je openstellen voor de argumenten van de ander. Dit betekent dat je tijdens de discussie best je standpunt kunt bijstellen of zelfs inwisselen voor het standpunt van de ander. Sterker nog, in een goede discussie help je eerst het argument van de ander sterker te maken voordat je er tegen in probeert te gaan. Die kwetsbaarheid zou funest zijn in een debat, maar kan je naar het ‘juiste’ standpunt brengen in een discussie. Je probeert de ander te overtuigen van jouw standpunt, maar houdt er rekening mee dat je het zelf ook bij het verkeerde eind zou kunnen hebben. Drogredenen moet je vermijden: bewust een onjuiste redenering gebruiken dient het doel namelijk niet. Overigens: als je bij een discussie gelijk krijgt, betekent het gewoon dat je het in het begin al bij het juiste eind had – wellicht per toeval. De ‘verliezer’ van een discussie heeft eigenlijk het meest gewonnen: hij heeft iets nieuws geleerd.

Het probleem

Het wordt nu duidelijk waarom het niet werkt als er verwarring optreedt over de manier waarop een meningsverschil wordt benaderd. Verwijten dat je persoonlijk wordt aangevallen zijn snel gemaakt als je denkt dat ik een debat met je aanga, terwijl ik probeer een discussie te beginnen. Ook zorgt de verwarring voor problemen als één van de discussiepartners niet goed luistert naar de argumenten van de ander omdat hij bang is dan een debat te verliezen. En wat te denken van situaties waarin een discussie voor de hand ligt, maar er debat wordt gevoerd? Denk bijvoorbeeld aan een discussie over wat moreel gezien de beste keuze is in een bepaalde situatie, of een discussie over welk beleid gevoerd moet worden om de werkloosheid te verminderen. De kans dat er overeenstemming wordt bereikt en de juiste conclusie wordt getrokken is een stuk kleiner als daarover wordt gedebatteerd. Het zal de sfeer ook geen goed doen.

Waarom lijken velen dit verschil tussen discussie en debat niet te kennen? En waarom ziet men het debat als de standaardoptie? Ik denk dat er twee oorzaken aan te wijzen zijn. Ten eerste is debat, in tegenstelling tot discussie, alomtegenwoordig in de publieke ruimte. Op tv, in de krant, op internet… overal wordt gedebatteerd. Debat is duidelijk en dus goed te volgen, het geeft spektakel, het kan kort zijn en het heeft altijd een winnaar en een verliezer. Stuk voor stuk kwaliteiten die een gunstig effect hebben op de kijkcijfers. Wanneer heb je voor het laatst iemand zijn mening zien bijstellen bij Pauw en Witteman? Juist. Maar wat we niet zien, zijn de discussies die achter de schermen plaatsvinden. In de Tweede Kamer zien we debat, in de besloten fractievergaderingen zal voornamelijk gediscussieerd worden. Het feit dat alleen het eerste zo zichtbaar is, beïnvloedt ons. Als je een meningsverschil hebt, ga je debatteren. En het liefst doe je dat bevlogen of zelfs een beetje boos. Althans, dat is wat media je doen geloven.

Ten tweede leren we jongeren vooral debatteren, maar niet discussiëren. Op de middelbare school worden bij het vak Nederlands debatten gevoerd: je bent voor of je bent tegen en je krijgt een goed cijfer als je wint. Als scholieren moeten samenwerken, zoals ze steeds vaker moeten, kan er weliswaar discussie ontstaan, maar vaak ligt de nadruk op planning, verantwoordelijkheid en geen ruzie maken. Als er echt gediscussieerd wordt, is dat bij een filosofieles. Heel goed natuurlijk, maar slechts een klein deel van de scholieren wordt dat aangeboden. Veel scholen hebben wel een debatclub. Die clubs doen weer mee aan debatwedstrijden, waar de waarheid geen rol speelt en winnen vooropstaat. Al je heel goed bent, kom je op tv bij Het Lagerhuis. Geïnteresseerde leerlingen met een scherpe geest worden zo aangespoord om zich meer te richten op retoriek dan op argumentatie. We leren de jeugd om voor hun eigen gelijk te vechten, in plaats van open te staan voor kritiek en het zo nodig bijstellen van hun mening.

Discussieer meer

Het gevolg is dat we denken dat er één manier is om met een meningsverschil om te gaan: debatteren. Op internet zijn ‘argumentatietrainingen’ te vinden die hierop inhaken. Één adverteert met deze drieslag: leer (1) overtuigen met (niet-)rationele argumenten (2) de kracht van verbale en non-verbale communicatie en (3) gelijk krijgen in plaats van gelijk hebben. Retoriek zegeviert over de rug van argumentatie. En dat terwijl voor het uiteenzetten en evalueren van argumenten, voor het testen van theorieën, voor het zoeken naar overeenstemming, voor het begrijpen van de standpunten van een ander en voor het zoeken naar antwoorden op gestelde vragen de discussie nog altijd beter is. Laten we dat goed onthouden. Wees dus bewust van het type gesprek dat je voert. Benadruk in een discussie dat je niet iemand wilt aanvallen. Stel je kwetsbaar op en luister naar tegenargumenten. Wees niet bang ongelijk te krijgen, want daar is niets mis mee. We doen het al in de filosofie, maar laten we ook buiten de academie kritische discussies voeren. Dat zou iedereen moeten willen.

Facebooktwittertumblrmail

Rein schreef enkele jaren voor de Qualia, maar nadat hij klaar was met studeren vervolgde hij zijn rubriek op een eigen website.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *