Het gevaar van een goed geweten Een deugdethisch perspectief op de morele verwondingen van oorlogsveteranen

In de nasleep van de langste oorlogen in de Amerikaanse geschiedenis is er groeiende aandacht gekomen voor de morele wonden van teruggekeerde veteranen. De morele last van schuld- en schaamtegevoelens is niet met pillen op te lossen, maar vraagt vooral om filosofische aandacht. Hoe is het mogelijk voor veteranen om deze loden last te torsen? De deugdethiek kan verder inzicht bieden in deze wonden evenals in het lange herstellingsproces.

Door Daniël Muller

“Morele wonden hebben de bijzondere eigenschap dat ze wel sluiten, maar nooit genezen; ze doen altijd pijn, en gaan altijd weer bloeden bij de  minste aanraking – zielswonden zijn voor immer gevoelige en gapende wonden.”
– Alexandre Dumas, De graaf van Monte Cristo

Ik herinner me nog goed de openingsscène van Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now. Een wazig omgekeerd gezicht smelt samen met beelden van razende helicopters in een door napalm vuurballen brandende jungle. Gevangen in een groezelige hotelkamer vol gruwelijke herinneringen slaat Captain Willard zijn vuist kapot op zijn eigen spiegelbeeld, woedend op de persoon die hij is geworden met bloed bevlekte handen. Coppola’s film brengt de waanzin van het oorlogsgeweld dat innerlijk voortwoekert voelbaar nabij. Willard’s tocht op de rivier is in wezen een afdaling in zijn eigen ziel. De stille oorlog van binnen is een moreel slagveld. 

Hoewel Coppola’s innerlijke oorlog primair betrekking heeft op de moreel-eroderende werking van de strijd in Vietnam is zijn film tevens een parabel van het moderne krijgstoneel. Als gevolg van de opkomst van nieuwe oorlogsomstandigheden zoals guerrilla tactieken, stedelijke oorlogsvoering en ongeüniformeerde strijders is het voor hedendaagse militairen steeds moeilijker om verantwoorde keuzes te maken in dit moeras van morele ambiguïteit. De term posttraumatische stressstoornis (PTSS) heeft na de Vietnamoorlog wijdverspreide bekendheid verworven. Uit ongenoegen met de beperkte reikwijdte van de PTSS diagnose heeft de Amerikaanse psychiater Jonathan Shay de term moral injury geïntroduceerd vanuit zijn werk met Vietnam veteranen. Terwijl PTSS hoofdzakelijk gerelateerd is aan angst als resultaat van het verkeren in een levensbedreigende situatie verwijst de term moral injury naar een verwonding aan iemands morele geweten en wereldbeeld.

Een morele verwonding kan veroorzaakt worden doordat iemand getuige of pleger is geweest van handelingen die zijn of haar eigen diepverankerde morele opvattingen en verwachtingen schenden, of doordat iemand niet in staat is geweest om dergelijke handelingen te voorkomen. Deze ervaringen van ethisch-existentiële ontwrichting leiden vaak tot een morele identiteitsverwarring bij oorlogsveteranen. In dit artikel zal ik kort betogen dat een neo-Aristoteliaans deugdethisch perspectief verhelderend inzicht kan bieden in de morele verwondingen van veteranen. Allereerst zal ik een analyse bieden van het fenomeen van moral luck in toevalsituaties en dirty hands in tragisch morele dilemma’s. Hierbij aansluitend zal ik aandacht schenken aan de morele verantwoordelijkheid van de burgergemeenschap voor moral injury en haar essentiële rol in het complexe herstellingsproces.

Moreel toeval

Door de morele troebelheid en operationele complexiteit van het hedendaagse gevechtsterrein lopen militairen aanzienlijk vaak een morele verwonding op als gevolg van het fenomeen van moral luck. De Britse filosoof Bernard Williams heeft het probleem van moral luck geïntroduceerd in de moderne morele filosofie en verwijst hiermee naar het paradoxale gegeven dat we onszelf moreel verantwoordelijk lijken te houden voor factoren die niet volledig binnen onze controle vallen. Het probleem van moreel toeval kan worden geïllustreerd door een voorval tijdens een missie in Afghanistan in 2010 met voormalig Marinier kapitein Timothy Kudo. Tijdens dit voorval zag Kudo en zijn team in de verte een motor verschijnen met twee mensen erop die leken te schieten. Na eerst verschillende waarschuwingssignalen te hebben gegeven gaf Kudo uiteindelijk het bevel om het vuur te openen op de naderende motor. Wat in eerste instantie op geweren leek bleken uiteindelijk knapzakken te zijn en de lichtflitsen die ze zagen bleken achteraf zonnestralen te zijn geweest die op de motor afketsten. De mensen bleken twee Afghaanse tieners te zijn die vanuit het oorlogsgeweld naar huis probeerden te vluchten. Kudo zegt dat er geen dag voorbij gaat waarop hij zich niet schuldig voelt voor deze gebeurtenis.

Williams noemt deze reactieve attitude van spijt en schuld agent-regret, wat uitdrukking geeft aan iemands besef dat hij of zij, hetzij onbewust, een rol heeft gespeeld in het tot stand brengen van een schadelijke gebeurtenis. Het gevoel van agent-regret erkent dus het feit dat onze handelingsmogelijkheden in de wereld slechts gedeeltelijk van onze wil afhankelijk zijn.

Ondanks dat Timothy Kudo geen verwijtbare onwetendheid valt aan te rekenen heeft hij niettemin een morele verwonding opgelopen, omdat hij beseft dat de sfeer van zijn morele verantwoordelijkheid verder reikt dan de omvang van zijn oorzakelijke verantwoordelijkheid. Moreel ongelukkige situaties bevatten aspecten die zich aan onze greep onttrekken, maar veel militairen voelen zich juist, al dan niet terecht, verantwoordelijk vóór dit gebrek aan controle. Moreel toeval creëert zo een probleem voor een conceptie van morele verantwoordelijkheid waaraan het controle-principe ten grondslag ligt. Het diepe besef van professionele rolverantwoordelijkheid van een marinier kapitein zoals Timothy Kudo is echter veelal gebaseerd op het bovenstaande robuuste, zo niet rigide, morele verantwoordelijkheidsbegrip.

Kudo’s moral injury is dus ontstaan doordat hij het idee heeft dat hij tekort is geschoten aan zijn morele maatstaven behorende bij zijn professionele rolverantwoordelijkheid als marinier kapitein, ondanks dat hij volgens elke stap van de Rules of Engagement heeft gehandeld. Enerzijds krijgen militairen tijdens hun militaire training onderwijs in de hoogste morele principes en oorlogsnormen die noodzakelijk zijn om de grootst mogelijke mate van ethisch en professioneel handelen te waarborgen op het strijdveld. Anderzijds lijkt deze gedegen morele vorming waarbij militairen leren te handelen volgens rigide absolute morele maatstaven aanleiding te geven tot de impliciete dan wel expliciete verwachting dat er nagenoeg altijd in elke situatie een eenduidig moreel juiste handelwijze bestaat die zou kunnen worden gevolgd. De militaire gedragscode biedt morele houvast, maar de hierin vervatte geïdealiseerde ethische standaarden kunnen tegelijkertijd ook juist diepe morele wonden slaan wanneer een militair het idee heeft dat hij daaraan ernstig te kort schiet.

Vuile handen

Hoewel moreel ongelukkige situaties vaak één van de oorzaken zijn van moral injury kunnen moreel verwondende ervaringen ook ontstaan wanneer iemand, buiten zijn of haar eigen schuld om, terechtkomt in bepaalde omstandigheden waarin álle mogelijke keuzeopties bestaan uit moreel verwerpelijke handelingen. Aangezien iemand in dergelijke morele dilemma’s genoodzaakt is om ‘vuile handen’ te maken kan men überhaupt niet spreken over een eenduidig moreel juiste handeling, maar resteert enkel de keuze voor het kleinste kwaad. Een deels fictief voorbeeld van zo’n dirty hands scenario wordt verbeeld in de de film American Sniper waarin Chris Kyle in Irak voor de onmogelijke keuze staat om een moeder en haar kind neer te schieten die beide plotseling een poging doen om een forse granaat naar de rest van zijn team te gooien. Deze vrouw en haar kind zijn waarschijnlijk doelbewust door Talibanstrijders op pad gestuurd om deze situatie te creëren. Aangezien iemand in dit soort dirty hands-situaties door de omstandigheden wordt gedwongen om op de één of andere wijze betrokken te raken bij de immorele handelingen van anderen kan hierdoor zijn of haar eigen morele integriteit ernstig worden geschonden. Stephen de Wijze betoogt dat de gepaste morele emotie in dit geval het beste aangeduid kan worden met de term tragic-remorse. Deze notie drukt het idee uit dat een persoon diep berouw heeft over het tragische feit dat hij of zij genoodzaakt was om een moreel verwerpelijke handeling te verrichten als keuze voor het kleinste kwaad in plaats van voor de beste morele daad.

Het fenomeen van dirty hands in tragische morele dilemma’s kan mijns inziens niet adequaat worden begrepen vanuit een deontologisch en consequentialistisch normatief-ethisch kader. Volgens standaard versies van deze op handeling gebaseerde theorieën kun je niet moreel verkeerd hebben gehandeld zo lang je hebt gehandeld volgens je hoogste plicht of de beste resultaten tot stand hebt gebracht. Personen die handelen in tragische dilemma’s denken echter terecht dat ze de beste optie hebben gekozen of hebben gehandeld volgens hun hoogste plicht. Hieruit volgt dat ze geen gegronde reden hebben om te denken dat ze werkelijk iets verkeerd hebben gedaan en daarom ook geen reden hebben om zich schuldig te voelen. Het probleem is echter dat zelfs wanneer mensen in tragische situaties handelen volgens deontologische en consequentialistische beslissingsprocedures ze niettemin een moreel overblijfsel ervaren in de vorm van een aanhoudend moreel schuldgevoel. Deontologische en consequentialistische theorieën doen daarom geweld aan de weerbarstige morele realiteit waarmee personen worden geconfronteerd in tragische dilemma’s.

Deugdethiek en moral injury

Een neo-Aristoteliaans deugdethisch perspectief is daarentegen in staat om meer adequaat recht te doen aan de morele emoties van personen die genoodzaakt zijn om te handelen in een tragisch dilemma. De deugdethiek past goed bij een particularistische conceptie van moraliteit waarin de morele realiteit wordt opgevat als een domein bestaande uit verschillende waarden.

Als we het doel van ons handelen vervolgens begrijpen als het op een gepaste manier reageren op bepaalde waarden, dan kunnen we tragische dilemma’s beschouwen als situaties waarin álle mogelijke keuzeopties van de handelende persoon vereisen dat hij op een ongepaste manier reageert op een bepaalde waarde. In een dergelijke situatie vernietigt een persoon een waarde die hij herkent als een werkelijke waarde waaraan hij sterk is toegewijd. Wanneer een persoon kiest voor het kleinste kwaad in een tragisch dilemma blijft de waarde die de persoon vernietigt niettemin een bepaalde mate van morele aantrekkingskracht voor hem houden.

Hoewel deontologie en consequentialisme niet adequaat kunnen verklaren waarom iemand een aanhoudend schuldgevoel ervaart in tragische dilemma’s kan deze morele emotie verhelderd worden vanuit een deugdethische theorie van juiste handelingen. Volgens een neo-Aristoteliaanse deugdethische benadering is een handeling moreel juist als een deugdzaam persoon onder de gegeven omstandigheden die handeling zou verrichten. Door zo te handelen dat het doel van één of van meerdere deugden wordt ondermijnd handelt men in een tragisch dilemma zoals een ondeugdzaam persoon normaal gesproken zou handelen en daarom is de handeling moreel verkeerd. Aangezien de omstandigheden in tragische dilemma’s dusdanig zijn dat er geen enkele handeling beschikbaar is die niet karakteristiek is voor een ondeugdzaam persoon moeten dergelijke dilemma’s worden opgevat als situaties waarin iemand genoodzaakt is om een moreel verkeerde handeling te verrichten. Omdat personen in een tragisch dilemma genoodzaakt zijn een moreel verkeerde handeling te verrichten zullen ze daarom een schuldgevoel ervaren en dus nooit geheel moreel ongeschonden achterblijven.

Collectieve verantwoordelijkheid

Aangezien moraliteit hoofdzakelijk een sociale aangelegenheid is suggereert dit dat het morele herstelingsproces van moral injury niet enkel om een klinisch therapeutische behandeling vraagt. De morele fragmentatie inherent aan moral injury is niet enkel en alleen een psychologisch probleem, maar duidt vooral op het betekenisverlies van morele concepten die mensen in staat stellen om narratieven te construeren aan de hand waarvan ze hun ethische besef kunnen duiden. Binnen een deugdethisch perspectieft wordt het morele leven van een militair niet opgedeeld in een privé moraliteit en een professionele ethiek, maar worden daarentegen álle aspecten van zijn of haar leven als één geheel (narratief) gezien. Op deze manier kan een deugdethische benadering veteranen helpen om hun leven als een integrale eenheid te beschouwen en zo wederom concepten te vinden die op samenhangende wijze uiting geven aan hun ethische waarden en idealen.

Een deugdethisch perspectief kan ook goed inzichtelijk maken waarom het morele herstel niet beperkt kan worden tot enkel een therapeutische context, omdat deze holistische totaalbenadering benadrukt dat morele betekenissen zijn ingebed in een gemeenschap die geconstrueerd wordt door verhalen en symbolen. Vaak gaat het bij een morele verwonding om de verwoesting van de conceptie van een bepaalde ethische levenswijze en de daarmee gepaard gaande capaciteit om een specifieke voorstelling van een waardevol leven te kiezen en actief na te jagen. Gemeenschappen binnen de burgersamenleving kunnen een essentiele rol spelen het morele herstelproces door visies op een goed leven te belichamen om hiermee het morele vertrouwen van veteranen in zichzelf en de samenleving weer op te bouwen.

Het complexe herstellingsproces vindt dan ook plaats door de reconstructie van het persoonlijk narratief in de context van een empathische gemeenschap van betrouwbare luisteraars die tevens overgangsrituelen bieden voor militairen na een uitzending. Hoewel premoderne beschavingen reinigingsrituelen hadden voor krijgers waarmee de verantwoordelijkheid voor oorlog werd gedeeld met de gehele stam of gemeenschap, zijn er geen vergelijkbare rituelen in de moderne wereld. Er zullen daarom in onze tijd nieuwe manieren gevonden moeten worden gevonden om maatschappelijke erkenning te bieden aan de morele wonden van veteranen en de overgang naar de burgersamenleving te verbeteren.

Wanneer veteranen terugkeren in gemeenschappen die wérkelijk zijn aangedaan door het feit dat de vereisten van oorlog altijd gepaard gaan met potentieel onherstelbare menselijke kosten, wordt de morele last van oorlog voor veteranen meer draagzaam.

Facebooktwittertumblrmail

Daniël is masterstudent Filosofie en Maatschappij aan onze faculteit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *