Frederick de Grote De filosofische manifestaties van een verlichte monarch

Onder de talloze koningen, keizers en andere geweldenaren die in de loop van de geschiedenis de revue zijn gepasseerd, bevinden zich bar weinig heersers die filosofisch georiënteerd zijn. Dit is eigenlijk best vreemd, omdat de persoon die over het lot van de bevolking, van het eigen land en vaak ook de omringende landen beslist een enorme verantwoordelijkheid draagt. Hoe de heerser moraliteit beschouwt, wat hij onder regeren verstaat en hoe hij ten opzichte van geweld staat is niet alleen cruciaal voor zijn eigen handelen, maar ook voor zijn onderdanen en de toekomst van zijn land. Gezien filosofie gemoeid is met deze vragen lijkt het in theorie een waardevolle toevoeging voor een heerser.

Door Gillis Wiltenburg

In de praktijk lijkt het echter alsof heersen en filosofie twee heel verschillende zaken zijn. Ik ben in ieder geval niet de eerste die met het concept van de filosofenkoning heeft gespeeld. Toch hebben ze bestaan, deze filosofenkoningen. Niet op de wijze zoals Plato ze had voorgesteld, en zeker niet in de getalen die wij als filosofen zouden willen zien (uiteraard). Sterker nog, in de Westerse geschiedenis is er maar één filosofenkoning geweest in de afgelopen eeuwen. We hoeven daar niet over te treuren, want tussen een enorme hoeveelheid matige tot ronduit incompetente en achterlijke alleenheersers behoort deze filosofenkoning tot de schamele groep van de ‘geweldenaren’. Ik spreek hier over de eerste verlichte monarch, bijgenaamd ‘Fritz’ en ‘de Oom van Duitsland’; ofwel Frederick de Grote. Voor degenen die van hem gehoord hebben is het misschien opmerkelijk dat ik Frederick een filosofenkoning noem. De titel van ‘de Grote’ wordt over het algemeen geschonken aan de heerser die het land verrijkt, meestal door middel van succesvolle en intensieve oorlogsvoering. Dit is bij Frederick zeker het geval, maar zoals wordt besproken is de rol die filosofie speelt in zijn leven, heerschappij en strijd zowel onbekend als onbetwist. Ik belicht hoe zijn succes als heerser gepaard ging met zijn liefde voor filosofie. 

Waarom Frederick ‘de Grote’?

Eerst even een opfrisser over de politieke situatie waaraan Frederick zijn bekendheid ontleend. Frederick de Tweede is geboren op 24 januari in 1712 in Pruisen. Duitsland was nog geen eenheid, maar een lappendeken van prinsdommen, hertogdommen, graafschappen en bisdommen. Deze stonden onder leiding van de Oostenrijkse tak van de Habsburgers, keizers van het Heilig Roomse Rijk. Ondanks de verdeeldheid hadden de Duitse staten één belangrijke overeenkomst; allen waren bewoond door het Germaanse volk. De omringende machtige staten (voornamelijk Frankrijk) vreesden voor de unificatie van het Germaanse volk onder één leider terwijl Oostenrijk de Duitse staten juist onder eigen vlag probeerde te consolideren. Pruisen had zich onder leiding van Fredericks vader, Frederick Willem, ontpopt tot de machtigste vazal van het Heilig Roomse Rijk. Oostenrijk beschouwde Pruisen als een directe concurrent voor controle over de Duitse staten, terwijl de Fransen en de Engelsen een kans zagen om de macht van het Heilig Roomse Rijk over de Duitse staten te ontmantelen. Voor 1740 werd de strijd tussen de grootmachten om Pruisen voor zich te winnen beslecht aan het koninklijk hof van Frederick, waar Engelse, Franse en Oostenrijkse spionnen een huwelijk met Frederick de Tweede probeerden te organiseren. De Oostenrijkers slaagden hierin, maar het mocht niet baten. Toen Frederick in 1740 de troon besteeg, viel hij de provincie Silezië binnen, dat onder het bewind van Oostenrijk stond, geregeerd door Maria Theresa van de Oostenrijkse Habsburgers. Hierdoor verviel het Duitse landschap in een reeks successieoorlogen waaraan alle grootmachten deelnamen. Tegen alle verwachtingen in was Frederick niet alleen in staat om het rijke Silezië vast te houden en de Oostenrijkers te verslaan, hij had ook de politieke invloed van de Fransen, de Engelsen en zelfs de Russen in de Duitse staten gebroken. Aan het einde van Fredericks heerschappij was Pruisen de natuurlijke leider van de Duitse staten. Pruisen werd Bismarcks bakermat van Duitsland, zonder Frederick de Grote had Duitsland niet bestaan. Hij werd daarom ook een nationaal symbool voor de Nazi’s en een persoonlijke inspiratie voor Adolf Hitler (wat Frederick tijdelijk een slechte reputatie heeft opgeleverd).

Jeugd en ontwikkeling

Eer Frederick aan de macht kwam in 1740, leidde hij een dubbelleven aan het hof van zijn vader, Frederick Willem. Frederick Willem had een enorme afkeer van de Franse cultuur, dusdanig dat ter doodveroordeelde criminelen in Franse kledij werden geëxecuteerd. Frederick Willem was zelf protestants, plat, militaristisch, efficiënt, wreed en absoluut. Dit zorgde ervoor dat zijn zoon een uitermate moeilijke tijd had in zijn schaduw. Frederick de Tweede was namelijk zijn vaders tegenpool, hij had op jonge leeftijd de teksten van Aristoteles al in zijn hoofd gestampt (ondanks het verbod deze teksten te lezen, dat zijn vader hem had opgelegd), terwijl hij niks van zijn eigen Germaanse cultuur afwist. Hij vond de Germaanse cultuur te barbaars en te bijgelovig om hier enige aandacht aan te besteden. Frederick had ook een afkeer jegens alle vormen van religie, hij was een zuiver atheïst. Het was de Franse cultuur, met haar verlichtings-ideeën en geraffineerde gedragsvormen, die hem verademing verschafte. Telkens wanneer zijn vader geconfronteerd werd met Fredericks liefde voor alles Frans, volgde een gewelddadige uitbarsting en werd Frederick bont en blauw geslagen. Uiteindelijk heeft dit ervoor gezorgd dat Frederick zijn persoonlijk intellectuele leven afgezonderd heeft van zijn officieel leven aan het koninklijk hof, een scheiding die de rest van zijn leven is doorgezet. Toch vormt dit intellectuele leven de leidraad van zijn politieke carrière, want zijn beslissingen en ideeën over besluitvorming kwamen in deze afzondering tot stand.

De verlichtingsdenker

Vier jaar voor Frederick de troon besteeg in 1740, schreef hij zijn eerst brief naar de filosoof Voltaire, in de hoop indruk op hem te maken. Voltaire was een verlichtingsdenker, destijds de bekendste en invloedrijkste intellectueel in Frankrijk, en misschien zelfs in heel Europa. De brief trof zijn doel, en Voltaire sprak zijn hoop uit voor de opkomst van een filosofen-prins. Vanaf dat moment hebben de twee een uitermate onstabiele vriendschap genoten. Het contact met Voltaire heeft Frederick gesterkt in zijn streven naar verlichting. Frederick was niet simpelweg een verlichte despoot, omdat de omgeving hem zo had geschapen. Hij had een bewuste keuze gemaakt om een verlichte despoot te worden, en met deze gedachte in zijn achterhoofd had hij een dissertatie geschreven in 1738. De dissertatie heet de Anti-Machiavel, hierin richt Frederick zich tegen het concept van heerschappij zoals beschreven in Il Principe van Niccolo Machiavelli. In deze dissertatie betoogt Frederick dat een koning niet machts-gericht dient te handelen, zonder acht te slaan op moraliteit. Hij begint met de vraag: ‘Waarom zouden vrije mensen zich onder een meester scharen?’ Frederick stelt dat Machiavelli zou antwoorden dat de reden noodzaak is. Mensen hebben iemand nodig die hen beschermd, die in dispuut een oordeel kan vormen en iemand die uit alle afzonderlijke belangen één collectief belang kan distilleren. Frederick vervolgt dat de taak van de vorst daarom voornamelijk het nastreven van rechtvaardigheid betreft, gezien dat hem in staat stelt de mensen te dienen. Dit betekende dat regeren voor Frederick een morele aangelegenheid is. Er blijft geen plek over voor de absolute en op machtsbeluste vorst die Machiavelli beschrijft. De vorst is slechts de eerste dienaar van het volk. Hier komt Fredericks verlichtingsdenken duidelijk naar voren, zeker omdat hij zijn onderdanen in eerste instantie als vrije mensen beschouwt.

Hervormingen

Toen Frederick de troon besteeg wachtte Europa in anticipatie af wat er zou gaan gebeuren. Het was inmiddels wel bekend dat Frederick een voorliefde voor intellectuele zaken had, en de militaristische houding van zijn vader niet deelde. Tot Voltaire’s genot maakte Frederick in de eerste week van zijn heerschappij direct een scala hervormingen ongedaan die doorgevoerd waren door zijn vader. Daarnaast voerde hij zelf hervormingen door. Zo heropende Frederick de Berlijnse academie direct, en gaf hij de opdracht om filosofische verhandelingen prioriteit te verschaffen. Dit was dezelfde academie waar Immanuel Kant een aanstelling kreeg en in alle vrijheid zijn ideeën kon produceren en verspreiden. De mate van intellectuele vrijheid die Kant genoot aan de academie was ongeëvenaard, deze vrijheid werd gegarandeerd door Frederick en zorgde ervoor dat Kant kon bespreken en publiceren wat elders gecensureerd zou worden of zelfs tot verbanning zou leiden. De hervormingen limiteerden zich niet tot het intellectuele leven; marteling van burgers werd afgeschaft, de pers kreeg totale en ongecensureerde vrijheid en een tolerantiebeleid werd doorgevoerd met betrekking tot alle religies. Dit resulteerde in de bouw van de Rooms-Katholieke St. Hedwigs kathedraal in het overwegend protestantse Berlijn. Frederick was klaarblijkelijk een fanatieke voorstander van vrije expressie. Zo hief hij ook de verbanning op van de filosoof Christian Wolff, wiens filosofie impliceerde dat gedeserteerde soldaten niet gestraft mochten worden. Dit was bij Fredericks vader, de soldatenkoning, het verkeerde keelgat ingeschoten waarop de verbanning volgde. De straf op desertie werd overigens niet tezamen met de verbanning opgeheven, vanwege militaire overwegingen over disciplinering. Fredericks handelen trok verlichtingsfilosofen van her en der naar zijn hof. Naast Voltaire kwam ook Pierre-Louis de Maupertuis voor het eerst langs om met Frederick te spreken. Maupertuis werd in 1744 aangesteld als hoofd van de Berlijnse academie door Frederick.

Sanssouci

In het jaar 1745 besloot Frederick om zijn persoonlijke leven op een fysieke wijze af te zonderen van zijn officiële leven, zodoende beval hij de bouw van een klein paleis te Potsdam. Het paleis werd afgebouwd in 1747 en ‘Sanssouci’ (zonder zorgen) gedoopt. Slot Sanssouci was gebouwd in de Franse Rococo-stijl en had veel weg van een Franse Orangerie zoals in Versailles is te vinden. Dit stond in schril contrast met de rigide Germaanse bouwstijl van de omringende Duitse paleizen, het was een ode van Fredericks liefde voor de Franse ‘hoge’ cultuur. Slot Sanssouci werd de plek waar Frederick zijn persoonlijke en intellectuele leven voltrok. In haar zalen ontving hij schrijvers, toneelspelers, dansers, componisten, wetenschappers, filosofen en ieder die enig blijk gaf van intellectuele en culturele aspiraties. Sanssouci representeerde Fredericks open houding tegenover ideeën en invloeden, niemand werd ooit weggestuurd op artistieke grond of vanwege een intellectueel geschil. De invloed van Sanssouci op Fredericks besluitvorming kan niet genoeg onderschreven worden. Op elk onbewaakt moment vluchtte Frederick uit Berlijn naar Potsdam, en hij deed zijn uiterste best om vooraanstaande intellectuelen en kunstenaars, zoals Voltaire en Sebastiaan Bach, naar het paleis te lokken om hem gezelschap te houden. Bach was dusdanig onder de indruk van Fredericks vrije en bevorderende houding ten op zichtte van kunst, zowel als Fredericks vaardigheden als componist en fluitspeler, dat Bach een symfonie heeft opgedragen aan Frederick: het ‘Musicalisches Opfer’. De liefde voor kunst en wetenschap ging voorbij de muren van Sanssouci, Frederick gaf toe dat de meeste politieke ideeën tot hem kwamen onder het spelen van de fluit of tijdens een grondige discussie. Sanssouci was de broedplek voor Fredericks politieke besluiten, een plek waar politiek en cultuur samensmolten. De openlijke aard van de levensstijl omtrent het paleis vat het verlichtingsdenken van Frederick zelf. Kant merkte later op dat een waar verlichte vorst vrijheid van kunst en wetenschap bevorderd, omdat dit leidt tot kritische en vrijdenkende onderdanen. De vorst ziet dit niet als een bedreiging voor zijn heerschappij. In referentie tot Frederick zei Kant in 1784: “we leven niet in een verlichte eeuw, maar wel in een eeuw van verlichting”. De verlichting had zich nog niet compleet voltrokken, maar Frederick had de weg vrijgemaakt als waarlijk verlicht monarch.

De verlichte monarch en zijn plicht tot oorlog en verovering

Frederick had de harten van de verlichtingsdenkers veroverd met politieke besluitvorming vanaf het moment dat hij de troon besteeg. In stilte hadden de omringende staten de hoop dat zijn veroveringen hierbij zouden blijven. Frederick had inmiddels een reputatie als intellectueel, kunstliefhebber en zelfs pacifist. Hij had zich in de Anti-Machiavel sterk uitgelaten tegen agressieve oorlogvoering. Dit betekende niet dat Frederick geen aanleg voor strategie had, helaas voor de Habsburgers. Pruisen was arm, het was geen aaneengesloten gebied en het had geen natuurlijke grenzen die de staat tegen agressors beschermde. Daarnaast was Pruisen de grootste van de Duitse staten, wat betekende dat grootmachten zich actief bemoeide met het controleren van de Pruisische politiek, uiteindelijk altijd ten koste van Pruisen zelf. Het scheen alsof Pruisen zich niet kon onttrekken aan deze status quo, maar Frederick zag een mogelijkheid. Het grootste strategische voordeel van Pruisen was het uitstekende leger dat door Fredericks vader op de been was gebracht. Daarnaast was de Habsburgse keizer Karel de Zesde net gestorven zonder mannelijke erfgenaam. Zijn dochter Maria Theresa kreeg de regie in handen, en het duurde even voordat zij het rijk kon consolideren. Haar heerschappij werd in eerste instantie nauwelijks geaccepteerd door de aristocratie, omdat zij een vrouw was. Maria Theresa bleek mettertijd uitermate capabel, en zij groeide uit tot een geduchte tegenstander van Frederick, maar tot dat moment was het Habsburgse rijk verzwakt.

Frederick zag dus zijn kans schoon om de grote en rijkste provincie, Silezië, van de machtige Oostenrijkers afhandig te maken, tegen het advies van al zijn adviseurs in. In het jaar van zijn huldiging viel hij aan en begon hij de Oostenrijkse successieoorlog. Niemand had verwacht dat de jonge koning zo snel zo’n enorme gok zou wagen. Europa was verbluft. Frederick had het in deze oorlog voor elkaar gespeeld om de Fransen voor zijn kar te spannen, die heil zagen in een verzwakt Oostenrijk. Echter, toen de oorlog bijna gewonnen was verraadde hij hen, omdat hij niet wilde dat de Fransen de Duitse politiek dicteerden. Frederick had afzonderlijk vrede gesloten met Oostenrijk, omdat ook zij de invloed van de Fransen wilden bedwingen, daarnaast hadden de Fransen Praag bezet. De Fransen leden een zware nederlaag in Praag dankzij het verraad, toegebracht door het Oostenrijkse leger. De Fransen kwamen met lege handen thuis. Frederick heeft zijn eigen handelingsregels in deze oorlogen dus meerdere malen gebroken. In de Anti-Machiavel spreekt hij zich namelijk uit tegen het bedrijven van politiek op basis van bedrog en leugens, als zowel tegen het voeren van een offensieve oorlog in naam van macht en glorie. Toch kon hij zijn handelen rechtvaardigen. Pruisen verkeerde in een precaire staat, en de oorlog om Silezië bood een mogelijkheid om deze staat op te heffen. De Fransen gebruikten hun invloed in de Duitse regio voor het uitvoeren van een verdeel-en-heers politiek, door de Duitse staten tegen elkaar (en Oostenrijk) uit te spelen. Frederick gebruikte deze kennis om Franse hulp te krijgen tegen de Oostenrijkers, maar in plaats van het spelletje mee te spelen verraadde hij de Fransen en brak daarmee de status quo. Gelijktijdig vergaarde hij het rijke gebied dat de Pruisische onafhankelijkheid garandeerde ten opzichte van Oostenrijk. Twee vliegen in één klap.

Frederick handelde dus als eerste dienaar van het volk door Pruisen te bevrijden van het juk der grootmachten. Hij liet in de oorlog zien dat hij in staat was het politieke spel op een vernuftige en berekende wijze te spelen, maar hij speelde het spel niet omwille van macht. De annexatie van Silezië en de openlijke intentie om de Fransen buiten de Duitse politiek te houden leidde tot continue oorlogen met twee grootmachten. Alle adviseurs van Frederick hadden hem verzocht (en zelfs gesmeekt) om Oostenrijk niet binnen te vallen en de Fransen niet te verraden. Frederick zag het echter als zijn plicht als koning om de mogelijkheid te benutten om Pruisen onafhankelijk te maken, zodat hij zijn taak als koning onbelemmerd kon uitvoeren. Hij had de Franse generaal Belle-Isle zelfs zijn excuses aangeboden voor het verraad dat hij pleegde, Belle-Isle aanvaarde deze excuses nadat Frederick oprecht berouw toonde. De Oostenrijkse successieoorlog was zowel de eerste als de laatste offensieve oorlog die Frederick voerde, hoewel vele defensieve oorlogen volgden. Frederick kreeg langzamerhand een steeds grotere hekel aan oorlog en de wreedheden die hierin werden begaan. Hij heeft hierover nog een dissertatie geschreven dat de naam Discours de la Guerre draagt. Hij zet hierin de wreedheden van oorlog uiteen, en de dunne lijn tussen glorie en ijdelheid. Zijn mening over oorlog spreekt uit de strategie die hij gebruikte in de laatste oorlog die hij voerde. Hij bezette met zijn leger de oeverbank van de Elbe, terwijl het Oostenrijkse leger de andere oeverbank bezette. Frederick wist dat Maria Theresa de dreiging van de Turken voelde, en terughoudend was over een kostbare aanval. Hij bleef daarom rustig wachten tot de Oostenrijkers geen heil meer in de expeditie zagen. De oorlog eindigde zonder dat een slag was geleverd, precies zoals Frederick had bedoeld. De oorlog werd daarom ook wel de Aardappeloorlog genoemd, omdat het verzamelen van aardappels het hoogtepunt van de oorlog was.

Frederick de Grote was ondanks zijn militaire veroveringen en politieke spel volledig toegewijd aan de onderliggende filosofische ideologie die voortkwam uit zijn persoonlijke en intellectuele leven. Deze ideologie vertaalde zich in daadkracht en doortastendheid, waardoor hij in staat was tegen het advies van al zijn raadgevers in te gaan, wat uiteindelijk ten goede kwam van het rijk. Hij was zich uitermate bewust van de redenen die hem bewogen en de rechtvaardiging van zijn besluiten. In zijn ogen was hij in de eerste plaats koning; de eerste dienaar van het volk, en hij was flexibel als hij zich voor deze taak moest schikken (zij het op redelijke grond). Zeker als men kijkt naar de binnenlandse politiek en naar de levensstijl op slot Sanssouci wordt direct duidelijk dat Frederick de filosofie der verlichting in de praktijk wilde toepassen. Hij is misschien niet een filosoof in de traditionele zin, maar dit komt omdat Frederick in de eerste plaats een staatshoofd was. Frederick laat als een perfect voorbeeld zien dat een filosofisch onderlegd staatshoofd een volledig staatshoofd is.

Facebooktwittertumblrmail

Gillis is vierdejaarsstudent filosofie. Hij kent de ultieme waarheid al, dus hij studeert alleen nog voor zijn lol.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *