Filosoferen over het samenzweren

Filosoferen over het samenzweren

Een filosofische duik in de wereld van de complottheorieën

Wanneer ik mijn medestudenten vertel over mijn fascinatie over de filosofie van de complottheorieën, wordt mijn enthousiasme eerst beantwoord met een vragende blik: “huh, is dat een ding?” Niettemin heb ik vaak weinig tijd nodig om mijn interesse over te dragen op mijn gesprekspartner: iedereen heeft immers wel een mening over (sommige) complottheorieën en de vraagstukken zijn vaak actueler en dringender dan ze misschien op het eerste gezicht lijken. Op basis van drie bekende en minder bekende case studies hoop ik ook jou warm te maken voor het enerverende filosoferen over het samenzweren. 

Case study 1: 9/11

Wie denkt aan complottheorieën, denkt al snel aan de nasleep van 11 september 2001. Want hoewel de Amerikaanse autoriteiten de terroristische organisatie Al-Qaeda verantwoordelijk houden voor de aanslagen op het Pentagon en de Twin Towers, heeft de Amerikaanse regering volgens verschillende complottheorieën het geweld (deels) zélf op haar geweten. De aantijgingen variëren: volgens sommigen was de Amerikaanse overheid direct betrokken bij de aanslagen (die daarmee deels het gevolg zouden zijn van een controlled demolition), terwijl anderen stellen dat men vooraf op de hoogte was van de door Al-Qaeda geplande aanslagen maar verzuimde hiernaar te handelen. Als motief voor deze complotten denkt men veelal aan het – bij wijze van vergelding – rechtvaardigen van de Amerikaanse interventies in Afghanistan en Iran, die een aantal jaren later plaatsvonden. Onzinnig? Geloofwaardig? Dat is lang niet het enige wat de filosoof zich afvraagt…

Filosoferen begint met definiëren: wat bedoelen we precies met de term ‘complottheorie’? Je kunt kiezen voor een vrij minimale definitie: een complottheorie benoemt dan slechts het bestaan van een geheime samenzwering die een bepaald doel wil bereiken. Dit is echter misschien te minimaal, want onder deze definitie zou het vermoeden dat je vrienden een verrassingsfeestje organiseren, ook al een complottheorie zijn. Daarnaast, mede om dat soort randgevallen uit te sluiten, valt er iets voor te zeggen om complotten per definitie als kwaadwillend te beschouwen: in de praktijk zijn deze namelijk vaak bedoeld om een leugen voor te schotelen aan het publiek in plaats van de gevoelige waarheid. Het spreekt voor zich dat het laatste het geval is met 9/11. 

Maar wanneer we het hebben over definities, roept de 9/11-casus misschien nog wel een interessantere vraag op. Het valt namelijk prima te beargumenteren dat zowel de theorie die we normaal bestempelen als ‘de complottheorie’ (dat de Amerikaanse autoriteiten samenzwoeren om de aanslagen te plegen) alsook de officiële verklaring (dat een groep terroristen samenzwoer om de aanslagen te plegen) onder de bovenstaande definities van ‘complottheorie’ vallen, want beide verklaringen benoemen een kwaadwillend complot als oorzaak. Maar dat is verwarrend: het kenmerkende van wat wij doorgaans een ‘complottheorie’ noemen, is nou juist dat deze een andere verklaring van hetzelfde fenomeen tegenspreekt. Zodoende wordt complottheorie soms standaard gedefinieerd als een verklaring die tegenover de ‘mainstream’ of officiële verklaring van hetzelfde fenomeen staat. 

De kritiek hierop is dat dit al snel resulteert in een negatief geladen definitie. Immers, officiële verklaringen zijn officieel omdat ze worden onderschreven door een bepaalde autoriteit, bijvoorbeeld een regering of wetenschappelijke gemeenschap. Als een complottheorie per definitie verwijst naar een ontkenning van deze autoriteit, geeft zo’n definitie meteen een reden om sceptisch te zijn over complottheorieën. Intuïtief lijkt dat misschien niet zo problematisch, want complottheorieën worden veelal bestempeld als overdreven en paranoïde, maar dat is nou juist precies het probleem. Waargebeurde complotten, zoals de moord op Julius Caesar of het recente ‘Dieselgate’-schandaal, wijzen erop dat complotten bestaan en een complottheorie dus niet per definitie problematisch is, of überhaupt de ontkenning van een ‘mainstream’ verklaring behelst. Een neutralere definitie lijkt daarmee wellicht meer op zijn plaats. Bovendien: de claim dat complottheorieën minder geloofwaardig zijn omdat ze de gevestigde orde tegenspreken, is circulair. Het is namelijk precies de betrouwbaarheid van die gevestigde orde die door een complottheorie in twijfel wordt getrokken. Wie dus een beroep doet op deze geloofwaardigheid om te beargumenteren dat een complottheorie niét waar is, stelt eigenlijk dat we de autoriteiten moeten geloven omdat ze geloofwaardig zijn. Een cirkelredenering. 

Maar dat is misschien wel erg makkelijk praten. Kunnen de autoriteiten dan überhaupt ooit bewijzen dat ze ook maar een beetje betrouwbaar zijn, en eenvoudigweg gelijk hebben? De 9/11-casus laat zien dat dit twijfelachtig is. De complottheorie voorspelt namelijk precies dat de Amerikaanse regering het complot probeert te verbergen, door het bestaan daarvan te ontkennen en het officiële verhaal te bewijzen. Bewijs tégen de complottheorie kan zo dus eenvoudig worden beschouwd als bewijs vóór de complottheorie. Maar allereerst komen complottheorieën vaak voort uit het vermoeden dat er ‘iets niet klopt’ met het officiële verhaal. Complottheorieën zijn zodoende meestal zo geformuleerd dat ze alle errant data van het officiële verhaal, specifiek bewijs dat het officiële verhaal tegenspreekt, wél kunnen verklaren. Als voorbeeld van errant data bij het officiële verhaal van 9/11 verwijst de complotdenker naar het bezwijken van de staalconstructie van de Twin Towers: de explosie van de invliegende vliegtuigen zou onmogelijk genoeg hitte kunnen genereren om dat te veroorzaken. Toch is dit laatste wel gebeurd. Onverklaarbaar binnen de officiële verklaring, stelt de complotdenker, maar prima te verklaren met de controlled demolition hypothesis.

Hier is iets interessants aan de hand: complottheorieën zijn gestuwd op bewijs tegen de officiële verklaring én interpreteren bewijs tegen hun theorie al snel als bewijs vóór hun theorie. Het wordt zodoende wel gesteld dat een complottheorie per definitie meer verklarende kracht heeft dan haar officiële tegenhanger. Maar tegelijkertijd heeft een complottheorie op deze manier vaak zoveel verklarende kracht dat de theorie praktisch niet meer te falsificeren is. Hoe problematisch dit is, is een punt van discussie. Van het ‘perfecte complot’ zou je immers verwachten dat de complotleden er alles aan doen om het complot te verbergen. Dus weinig concreet bewijs voor een complot is niet per se een reden om niet te geloven in een complot. Strikt genomen ziet een complotvrije samenleving er zodoende waarschijnlijk precies hetzelfde uit als een samenleving die wordt beheerst door een (perfect) complot.  Maar wat moeten we nu geloven? Dat hangt af van je persoonlijke houding: ben je sceptisch en zie je achter iedere boom een complot, of ben je goedgelovig genoeg om te denken dat de samenleving complotvrij is? Beide houdingen hebben het grote nadeel dat ze finaal verkeerd kunnen zijn. Een dilemma. 

Case study 2: Watergate

Goed, 9/11 is interessant en actueel, maar wanneer filosofen aan complottheorieën denken, denken ze veelal gelijk aan Watergate. Watergate is een waargebeurd complot: president Nixon luisterde in de jaren ’60 zijn politieke tegenstanders in het geheim af, zodat hij de verkregen informatie kon gebruiken om de politieke opinie naar zijn hand te zetten en steeds een voorsprong te hebben in zijn politieke campagne. Waarom is deze theorie filosofisch zo interessant? 

Zoals gesteld zijn veel mensen van mening dat complottheorieën op het eerste gezicht onwaar of in elk geval onbetrouwbaar zijn. Sommige filosofen delen een dergelijke mening. De zogeheten generalisten proberen te beargumenteren dat we complottheorieën in het algemeen niet zo serieus moeten nemen. Maar Watergate is een actueel voorbeeld van een typische complottheorie die waarheid bleek te zijn, dus we doen er goed aan om complottheorieën soms wel serieus te nemen. Welke complottheorieën wel of juist niet geloofwaardig zijn, is een vraag die we vervolgens binnen de filosofie moeten beantwoorden door iedere complottheorie apart te evalueren. Filosofen die voor deze aanpak pleiten, keren de generalisten de rug toe en scharen zich onder de particularisten.  

Maar hoe gaat dit precies in z’n werk? Kunnen we duidelijke criteria opstellen waarmee we complottheorieën kunnen toetsen op geloofwaardigheid? Er bestaan voldoende pogingen daartoe, maar zoals meestal met dit soort pogingen, is er ook voldoende kritiek hierop. Wat een filosoof beschouwt als criteria voor een ongeloofwaardige complottheorie (zoals niet te falsificeren zijn), beschouwt de ander dat als een logische eigenschap van iedere serieuze complottheorie. Daarnaast, wie moet deze complottheorieën evalueren? Complottheorieën stellen, zoals eerder gezegd, namelijk vaak de autoriteit en betrouwbaarheid van de gevestigde wetenschap of politiek op de proef. Heeft het dan nut als wetenschappers of filosofen, als resultaat van het evalueren van een complottheorie, naar buiten te brengen dat een specifieke complottheorie niet gerechtvaardigd is? Waarschijnlijk niet: zoals we net al zagen, is dit vooral koren op de molen van de complotdenker. Stel je voor: een Nixon die publiekelijk bekend maakt dat er géén sprake is van geheime afluistersessies… We snappen inmiddels dat zoiets eerder averechts werkt.  

In het geval van Watergate waren het onafhankelijke onderzoeksjournalisten die het complot blootgelegd hebben. Zou zo’n onafhankelijke partij dan misschien eveneens voldoende geloofwaardigheid hebben om een complottheorie definitief te ontkrachten, wanneer ze daar de aanleiding voor ziet? Sommige particularisten zoeken inderdaad een uitweg in zo’n onafhankelijke partij. Sommigen vinden dat we complottheorieën zouden moeten laten evalueren aan de hand van zogeheten communities of inquiry: gemeenschappen die bestaan uit mensen met veel verschillende achtergronden: wetenschappers, complotdenkers, mensen die geen sterke mening hebben, noem maar op. Deze gevarieerde groep gaat vervolgens een specifieke complottheorie bestuderen en evalueren. Het idee is dat zo’n community of inquiry te gevarieerd en willekeurig is om een gedeelde vooringenomenheid te hebben, en daarmee duidelijk zelf geen onderdeel van een complot kan zijn.

Terug naar Watergate. Wat eveneens opvalt, is dat het hier gaat om een politiek complot: politici die geheime dealtjes sluiten voor hun eigen gewin en het landsbelang niet altijd vooropstellen. Geen onbekend verhaal, want ook in Nederland hebben we te maken met bonnetjesaffaires, achterkamertjespolitiek, lobbyende bedrijven, uitgelekte dossiers, noem maar op. Anders gesteld: wanneer iemand deel uitmaakt van een onzuiver complot, is de onzuivere politicus misschien het meest voor de hand liggend. Er valt daarom wat te zeggen voor een soort conceptueel onderscheid tussen politieke complottheorieën en andere soorten complottheorieën. Het idee is dan dat complottheorieën die zuiver over politieke kwesties gaan, meer geloofwaardigheid hebben dan een complottheorie die stelt dat Elvis nog steeds leeft. Het feit dat Watergate steeds wordt aangehaald als typisch voorbeeld van een ware complottheorie, is dan ook geen toeval!

Met het oog op dit onderscheid kunnen we de laatste vraag van de vorige case studies in een nieuw jasje gieten: hoe weten we of we leven in een samenleving die al dan niet doordrenkt is van politieke complotten? Hier wordt soms een heel praktische oplossing voor geboden: de instituties die onze samenleving besturen en beheersen (zoals de regering) moeten zo transparant zijn dat een complot daarbinnen min of meer onmogelijk wordt. Een transparantere invulling voor een samenleving die nu vooral nog erg gesloten is en op basis van een top down structuur bestuurd wordt. Maar hoe deze ‘praktische’ oplossing in de praktijk precies werkt, blijft de vraag.

Case study 3: de flat earth theory

We hadden het net over complotten die te maken hadden met een eenmalige gebeurtenis en onzuivere politieke gebeurtenissen. Maar het is geen geheim dat de meest spectaculaire complottheorieën veel verder gaan dan dat. Wat als ons hele dagelijks leven een grote hoax is? Dat onze meest basale overtuigingen over de realiteit gebaseerd zijn op een leugen – een leugen die de mensheid al generaties lang slikt voor zoete koek en daarom niet eens durft te bevragen? Want zeg nou eens eerlijk, hoe zeker ben jij van je overtuiging de aarde rond is?

‘Heel zeker,’ zul je zeggen. En terecht: jouw overtuiging is gebaseerd op honderden of zelfs duizenden jaren aan wetenschappelijke vooruitgang, en is daarmee zowat in beton gegoten. Maar aanhangers van de flat earth theory nemen het niet zo nauw met dit soort wetenschappelijke overtuigingen. Heb je ooit zelf gezien hoe de aarde er vanaf een afstandje er uit ziet? Nee hè? Sterker nog, flat-earthers zullen je vertellen dat niemand dat ooit heeft gezien. Want al onze ruimtevaarttechnologie heeft nooit bestaan en de mens heeft onze dampkring nooit verlaten. Het beeld van een bolvormige aarde is een eeuwenoude wetenschappelijke misvatting die simpelweg nog nooit is ontkracht. Onze astronomen en kosmologen leven sinds mensenheugenis in één grote leugen, en jij daarmee ook. Naast de uitverkoren aanhangers van de flat earth theory weet alleen een select groepje wereldleiders dat de aarde in werkelijkheid plat is.

Vooral dit laatste maakt duidelijk dat de flat earth theory niet slechts gaat om een gebrek aan vertrouwen in de wetenschap, maar ook vooral om de overtuiging dat de mensheid middels een complot bewust wordt voorgelogen over de vorm van de aarde. Je ziet hier dan ook veel kenmerken van complotdenken terug. De flat earth theory lijkt niet te falsificeren, want eenieder die de theorie (al dan beargumenteerd) bestempelt als onzinnig, wordt door de flat-earther beschouwd als een naïeve volgeling van de bedriegende autoriteiten of als onderdeel van het complot zelf. Bovendien wijzen de flat-earthers ons maar al te graag op de resultaten van hun (alternatieve) wetenschappelijke experimenten, die hun platte-aarde-evangelie ondersteunen en zodoende worden beschouwd als errant data van het ronde-aardemodel. Ditzelfde geldt voor letterlijke interpretaties van de Bijbel die lijken te impliceren dat de aarde plat is. In die zin lijkt deze theorie op onze bovenstaande twee casussen, maar dan groter en extremer.

Véél groter en extremer. De flat earth theory klinkt zo absurd dat het lijstje met kritische vragen eindeloos lijkt: hoe kan zo’n grote leugen op zo’n schaal achtergehouden worden? Wie zouden dit willen? En waarom zou men dit eigenlijk willen? Maar wie de flat-earthers hierover ondervraagt, ontdekt dat er ongeveer zoveel theorieën zijn als aanhangers: iedereen heeft andere ideeën over hoe het precies zit en de eensgezindheid is zoek. Dat alleen al maakt zo’n theorie verdacht vanuit wetenschappelijk(-filosofisch) oogpunt. Daarnaast moet zo’n complot wel in alle opzichten perfect zijn: het moet genoeg invloed hebben om de hele wereld voor te liegen, het moet een missie hebben die duidelijk genoeg is dat alle neuzen binnen het complot dezelfde kant op staan én individuele complotleden moeten voorzichtig genoeg zijn om te voorkomen dat de publieke argwaan minimaal blijft. Bovendien moet ieder lid van het complot betrouwbaar genoeg zijn om helemaal niets aan helemaal niemand uit te lekken. Dat mensen onmogelijk op zo’n schaal zo perfect kunnen (samen)werken, is volgens velen al genoeg evidentie om total hoaxes als deze niet al te serieus te nemen.

Maar de filosofische uitdaging ligt misschien helemaal niet in het ontkrachten van een absurd complotscenario als de flat earth theory. De flat earth theory lijkt, net als veel andere complottheorieën, een manifestatie van een onderliggend gebrek aan vertrouwen in de gevestigde autoriteiten: de wetenschap, de media, de politiek. Dat dit gebrek aan vertrouwen concretere gevolgen heeft dan slechts een toenemend aantal flat earth-filmpjes op internet, is terug te zien in de steeds groeiende aanhang van klimaatontkenners of antivaxxers. Dit doet vermoeden dat gevestigde en heersende politieke en wetenschappelijke instituties te ondoorzichtig, ongrijpbaar en te exclusief zijn om het nodige vertrouwen te genieten van het grote publiek. We kunnen complotdenkers uitlachen en blijven benadrukken dat hun theorieën gebaseerd zijn op een waanvoorstelling van de realiteit, maar de weerbarstige praktijk van het complotdenken doet vermoeden dat dit wij-zij-denken de kloof tussen de complotdenkers en de gevestigde order eerder verbreedt, dan dat het de mensen met conflicterende ideeën bij elkaar brengt. De les die de academische wetenschap en de politiek kunnen leren van complotdenkers, zit hem dus misschien vooral in het proberen te bereiken van juist die mensen die de autoriteit van deze instanties expliciet in twijfel trekken. Want dat er in onze wereld genoeg aanleiding bestaat voor het doen groeien en bloeien van complottheorieën – dát is duidelijk.  

Facebooktwittertumblrmail
Avatar

Sybolt Friso

Sybolt is redactielid sinds 2018 en momenteel eindredacteur intern terwijl hij master Filosofie (Research) - in z’n vrije tijd loopt hij bijna constant rond met een koptelefoon op zijn hoofd

Related Posts

Natuur in het parlement

Natuur in het parlement

De snijd-en-plak-industrie

De snijd-en-plak-industrie

Martin Buber

Martin Buber

As-salāmu alaykum, wa ʿalaykumu s-salām

As-salāmu alaykum, wa ʿalaykumu s-salām