“En toch is het zonde” Column

Het was een enigszins treurig gezicht, de man die bij de barbecue stond. Terwijl hij met één hand de goedkope speklappen van de Aldi omdraaide, sloeg hij met zijn andere hand een half blikje bier achterover. Op één van de vingers die het blikje Schultenbräu omklemde was duidelijk de witte plek te zien waar ooit een trouwring had gezeten. Zijn vervaalde shirt, bespat met vetvlekken, slaagde er net niet in zijn omvangrijke bierbuik geheel te omvatten waardoor een stukje behaarde huid zichtbaar was boven de riem van zijn korte broek. Zijn waterige oogjes keken me aan. En toen, nadat hij een indrukwekkende boer gelaten had, sprak hij de legendarische woorden: “En toch is het zonde.”

Door Femke Vulto

Ik was op de geslaagdenbarbecue van een vriend van mij en was op één of andere manier met diens vader aan de praat geraakt. Het was de zomer van 2015, de eindexamenuitslagen waren net bekend en voor mij en al mijn klasgenoten was nu de eindeloze vakantie aangebroken, die gevolgd zou worden door het begin van een heel nieuw leven. De stemming was euforisch en iedereen was gevuld met hoop en ambitieuze plannen. Zelf had ik daar net over verteld aan Herman, de vader van degene die de barbecue organiseerde. Ik vertelde over de reis die ik deze zomer zou maken, de stad waar ik naartoe zou verhuizen, de studie die ik zou gaan doen en alle dingen die ik daarnaast nog wilde ondernemen. Tot ik door hem onderbroken werd. Fronsend keek hij me aan. ‘”Maar wat voor sport doe je dan?” vroeg hij op duidelijk minachtende toon.

Het antwoord op die vraag was simpel: geen. Het is niet dat ik het niet geprobeerd heb- als kind werd ik van sportclubje naar sportclubje gestuurd. Jazzdance, volleybal, hardlopen; ik heb het allemaal geprobeerd, maar mis helaas elke motorische aanleg die je hiervoor als basisvaardigheid nodig hebt. Niet dat ik dat heel erg vind, integendeel. Ik zat op tekenles, speelde toneel, had acht jaar vioolles, debatteerde, las zo’n beetje elk boek wat me onder ogen kwam en had de laatste jaren van mijn middelbare schooltijd ook nog een leuk bijbaantje. Ik heb niet het gevoel dat ik veel heb moeten missen in mijn leven. Maar daar dacht Herman dus anders over.

Hoewel het uiterlijke contrast niet groter had kunnen zijn, deed hij me een beetje denken aan sommige veertienjarige meisjes. Deze meisjes, midden in een hormonale achtbaan en op het toppunt van hun puberale onzekerheid, hebben vaak een heel nare eigenschap: om hun eigen onzekerheid te verbloemen gaan ze anderen zwartmaken. Het meisje wier hoofd bezaaid is met puistjes, roddelt over het meisje dat net iets te dik is. Dit meisje fluistert vervolgens tegen haar vriendin gemene dingen over het meisje dat nog helemaal geen borsten heeft. En het meisje zonder borsten verkondigt graag luidkeels dat ze zo blij is dat ze in ieder geval geen lelijke pukkels heeft.

Mensen voelen zich graag goed over zichzelf en doen dat vaak door zich met anderen te vergelijken. Hierbij helpt het om anderen laag in te schatten, maar het zelfbeeld dat hierdoor bij mensen ontstaat is alleen lang niet altijd terecht. Zo denkt veel meer dan 50% van de mensen dat ze intelligenter zijn dan de gemiddelde Nederlander, en ligt het percentage mensen wat denkt dat ze lelijker zijn dan gemiddeld juist ver beneden dat percentage. Maar pas wanneer iemand weet dat hij eigenlijk tekort schiet op een bepaald vlak, begint het grote compenseren. Iemand die niet kan sporten, zal de eerste zijn om te benoemen hoe muzikaal hij wel niet is. Een vrouw die al jaren single is, zal haar eigen carrière bejubelen, en iemand die nog nooit iets avontuurlijks heeft gedaan zal zich snel beroepen op zijn intelligentie. En dan is er nog Herman. Herman, die weliswaar gescheiden, ontslagen en waarschijnlijk al enkele jaren aan erectiele disfunctiestoornissen onderhevig is, wielrent in ieder geval wel. Toch maar weer één keer per week.

Van het zwartmaken van anderen wordt natuurlijk niemand beter. Hoewel je hiermee je eigen gedrag probeert goed te praten, zal je diep van binnen toch wel beseffen dat je minder perfect bent dan je eigenlijk zou willen. Bovendien worden anderen die door deze mensen naar beneden zijn gepraat juist weer onzeker, waardoor zij misschien ook weer anderen gaan zwartmaken. Op deze manier slagen mensen erin elkaar collectief diep ongelukkig te maken. De enige manier waarop die vicieuze cirkel kan worden opgeheven, is door te beginnen jezelf te accepteren. Hoewel deze boodschap zo cliché is dat hij van Filosofie Magazine tot Cosmopolitan, van de Happinez tot de Girlz gepredikt wordt, hoewel deze boodschap zelfs bijna letterlijk op een tegeltje bij Herman in de WC hangt, ligt hierin toch de oplossing besloten voor het probleem. Pas wanneer je volledig achter je eigen levenskeuzes en morele waarden staat, zal je niet meer de behoefte voelen je aan anderen te meten, simpelweg omdat je tevreden bent met de persoon die je bent. Je hoeft je eigen imperfecties niet weg te werken door ze te bedelven onder de lelijke eigenschappen van anderen.

Dus besloot ik tegen Herman niks te vertellen over de reizen die ik had gemaakt naar plekken waar hij nooit zou komen. Ik zei niks over de boeken die hij nooit zou lezen, en hoe die me vervuld hadden van iets wat minstens even overweldigend is als het dopamineshot wat je krijgt van een intensieve training. Ik hield mijn mond over de inspiratie die je even heftig kan bevliegen als adrenaline dat doet bij het sporten. Ik zei zelfs niks over de kiloknallers die lagen te verbranden op de barbecue, over hoe het pas echt zonde was hoe erg de varkens geleden hadden om vervolgens hier te verkolen. In plaats daarvan zei ik dat dacht dat ik niet veel miste zonder sport. Afkeurend schudde Herman zijn hoofd. Zijn onderkinnen en bierbuik trilden weemoedig mee. “En toch is het zonde.”

Facebooktwittertumblrmail

Femke is tweedejaarsstudent wijsbegeerte aan onze faculteit en schrijft sinds een jaar voor de Qualia.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *