Deugdenethiek en heldenverhalen Onderwijs door jedi, tovenaars en hobbits

Volgens Aristoteles heeft een kind geluk nodig om door een deugdzaam voorbeeld te worden opgevoed. Gillis betoogt dat geluk zeker een rol speelt, maar dat het heldenverhaal een methode biedt om de invloed van geluk in te perken. De held uit dit verhaal is namelijk een ideaal voorbeeld in de context van de deugdenethiek.

Door Gillis Wiltenburg

Ik denk dat elke ouder het beste wenst voor het kind en als opvoeder hieraan probeert bij te dragen. Een goede morele opvoeding is cruciaal om het kind een kans te geven op een goed leven. Helaas zijn niet alle ouders goede opvoeders en daarmee lijkt de toekomst van het kind door het lot bepaald te zijn. In dit artikel schets ik een situatie waarin (on)geluk een rol speelt voor de toekomst van een kind. Vervolgens betoog ik dat het kind in staat is om zich hier deels aan te onttrekken met behulp van de held uit het klassieke ‘goed’-versus-‘kwaad’ verhaal. Om dit aan te tonen correleer ik de moreel didactische waarde van het verhaal met de deugdenethiek. Eerst zal ik laten zien waarom de deugd en eudaimonia vertegenwoordigd zijn door de held, daarna waarom de deugd en eudaimonia van de auteur zelf aannemelijk is, en als laatste waarom het heldenverhaal een geschikt medium is voor de onderrichting in deugdzaamheid. Hieruit zal blijken dat het heldenverhaal het verwaarloosde kind hoop biedt, maar ook dat het waardevolle toevoeging is voor de opvoeding van elk kind. Als casussen gebruik ik de geschreven werken In de ban van de Ring en Harry Potter. Spoiler alert!

Jacobs ongeluk en zijn schrale troost

De wekker gaat om 8 uur ’s ochtends, Jacob staat op en bereidt zich voor om naar school te gaan. Zijn vader ligt nog te slapen, en als Jacob beneden komt ligt de woonkamer zoals gewoonlijk bezaaid met lege blikken bier. Jacobs moeder wenst hem een goede morgen toe, en gebaart hem zijn spullen te pakken. Ze is lief en ze wil dat het goed met Jacob gaat, maar zij heeft haar handen vol aan zijn autistische broertje en alcoholistische vader. Op school loopt het ook allemaal niet zo vlot met Jacob, hij kan het allemaal wel aan, maar hij is een buitenbeentje met weinig vrienden. Hij heeft er zelf natuurlijk geen flauw benul van dat hij in een penibele situatie verkeerd. Jacob is een aardig kereltje van negen, zich nog niet bewust van de moreel armoedige leeromgeving waarin hij zich bevindt. Hij heeft geen weet van de gebreken die alcoholisme en verwaarlozing voortbrengen, en de gebreken waaruit alcoholisme en verwaarlozing voortkomen. Pas later, wanneer hij zijn eigen weg inslaat zullen deze tekortkomingen de kop op steken. Het ongeluk dat hiermee gepaard gaat zal dit ongetwijfeld duidelijk maken, maar waardoor het ongeluk wordt voortgebracht blijft obscuur, want dit vergt het inzicht om onderscheid te maken tussen ‘goed’ en ‘slecht’, en de contemplatie van geluk. Dit is Jacob nooit op een juiste wijze aangeleerd, waardoor hij geen stabiele basis heeft om het zichzelf aan te leren in een later stadium.

Jacob is nog niet in staat de merites van zijn (morele) opvoeder te beoordelen en kan daarom geen keuze maken in wie hem opvoed. Daarvoor zou hij eerst moeten weten wat de merites zijn, en dit is precies wat hij nog moet leren. Jacobs ouders zijn simpelweg geweldenaren in zijn ogen, en daarom neemt hij hen tot voorbeeld. “Papa kan alles,” maar papa is een alcoholist. Het voorbeeld moet een goede held zijn wiens daden en denken inspireren, een nobele ridder voor een schildknaap. En net als de ridder die een schildknaap aanneemt, moet het voorbeeld deze functie ook aanvaarden. Als de ouders niet over de juiste merites beschikken, en er geen andere voorbeelden zijn die de taak op zich nemen, ziet de situatie er grimmig uit. Aristoteles kijkt Jacob hoofdschuddend toe, een tragisch geval, een toekomst tenietgedaan door het lot. Jacob heeft geen deugdzame voorbeelden die hem onderwijzen, en zodoende zal hij nooit deugdzaamheid kennen. Verslaving en eenzaamheid liggen voor het vriendelijke jochie in het verschiet. Tot hij op een dag John Williams’ bombastische intro hoort van Star Wars. Jacob maakt kennis met Luke Skywalker, iemand die Jacob identificeert als held, niet omdat hij hem kiest vanwege Lukes deugdzaamheid, maar omdat Luke de strijd aangaat met de angstaanjagende Darth Vader, én Luke heeft een lichtzwaard! Na Star Wars komt Jacob in aanraking met andere welbekende heldenverhalen, zoals In de ban van de Ring en Harry Potter. Zo vindt het licht der deugdzaamheid een niche in Jacobs verbeelding waardoor het naar binnen sijpelt, in de vorm van een scala aan fictieve helden.

De deugdzame held

Kunnen we de deugdzaamheid van deze helden vaststellen? Een deugd houdt een gematigde dispositie in om juist te handelen, en de capaciteit om hier op een complexe wijze over na te denken. Zoals de ouders van Jacob aantonen, hoeven helden en deugd niet per se samen te gaan. Een held uit het klassieke ‘goed’-versus-‘kwaad’-verhaal moet echter over deugdzame disposities beschikken, wil hij het ‘kwaad’ overwinnen. Het ‘kwaad’ is namelijk machtiger dan het ‘goede’, zo is Voldemort de machtigste tovenaar in Harry Potter, en Sauron is de machtigste van de ‘Maiar’ (de halfgoden) in In de ban van de Ring. De held wordt geconfronteerd met deze overweldigende macht, en voelt zich zwak in vergelijking. Toch kiest hij voor het juiste en gaat de confrontatie aan, omdat hij deugdzaam is. De deugd maakt hem krachtig. Zowel Frodo als Harry bezitten de deugd ‘dapperheid’ om zowel Sauron als Voldemort te weerstaan, maar ze zijn niet klakkeloos dapper. Doordat de held in allerlei verschillende en onbekende situaties wordt geworpen moet de held telkens stilstaan bij zijn handelingen. Nadat Smeagol Frodo probeert te vermoorden vergeeft Frodo hem, met gevaar voor eigen leven, omdat Frodo Smeagols pijn begrijpt. Hier past Frodo een ander soort ‘dapperheid’ toe, namelijk dapperheid in combinatie met ‘compassie’, anders dan wanneer hij zich tegen Sauron verzet. Frodo is dus in staat om op complexe wijze over zijn handelingen na te denken op basis van zijn deugdelijke disposities. Gedurende de ontwikkeling van het verhaal wordt de deugd van de held continu getest. Alleen doordat zijn deugdzaamheid overwint kan het ‘goede’ zegevieren en is de held daadwerkelijk een held.

Het ‘goede’ is in elk verhaal anders, toch moet elke auteur duidelijk voor zich hebben wat het ‘goede’ is. Het constitueert de onderliggende strijd die zich in de wereld afspeelt, en het geeft de held een doel om voor te vechten. Het ‘goede’ is dusdanig zelfontstijgend, dat de held zich in beide casussen zich er bewust voor opoffert. Dit is letterlijk eudaimonia, ofwel het ‘geluk waard om na te streven’. Voor Tolkien is dit schoonheid, vrede, harmonie en de vrijheid om dit te bereiken. Dit komt op een prachtige wijze naar voren in de manier waarop Tolkien het ontstaan van Midden-Aarde beschrijft. De God, Iluvatar, maakte een hemelse symfonie met de Valar (de lagere goden), en op hun verzoek maakte hij de symfonie Midden-Aarde. De Valar daalden hiernaar af, maar de aarde was leeg, als aan het begin van de symfonie, en de Valar konden haar naar hartenlust vullen met de schoonheid van hun creaties. Onwetend hoe de symfonie zich in Midden-Aarde zou ontvouwen, dit was slechts voor Iluvatar bekend, want hij wilde hun het genot van vrijheid niet ontnemen. Zij leefden in harmonie tot de machtigste van de Valar, Morgoth, jaloers en kwaad werd op de schoonheid die zij schiepen, en de onwetendheid waarin hij verkeerde. Zo begon het kwaad, want in zijn woede vernietigde en verzwolg hij, en na zijn dood werd hij opgevolgd door Sauron. Het ontstaan van Midden-Aarde is direct gekoppeld aan Frodo’s liefde voor de schoonheid en vrede van de Gouw. Dit geeft hem de motivatie om zich naar Mordor te begeven zonder de pretentie terug te keren. In de verhalen van J.K. Rowling is liefde en vriendschap het ‘ultieme goed’. Harry Potter leeft in de eerste plaats omdat zijn moeder zich uit liefde voor hem heeft opgeofferd, en het is de liefde voor zijn naasten, zowel als hun steun, die hem ertoe bewegen zich op te offeren. Eudaimonia is volledig met de wereld en de motivatie van de held verweven. Het laat zien dat de deugdelijke held een conceptie van het ‘geluk waard om na te streven’ nodig heeft, en dat dit tezamen met de deugd tot de verwezenlijking van geluk leidt. De twee helden overleven uiteindelijk, wat de opoffering symbolisch maakt. De fictieve held is niet alleen deugdzaam, het heldenverhaal zelf is een viering van de deugd en eudaimonia.

De deugdzame auteur

Door de relatie tussen de auteur en de deugdzame held wordt de deugd van de auteur ook vergroot. De handelingen, situaties en motivaties zijn door de auteur geconstrueerd, en moeten coherent zijn met zijn of haar conceptie van moraliteit. Als de held in de ogen van de auteur immers immoreel handelt, zonder dat daar een doel mee bereikt wordt, dan doet dat af aan de heldenstatus. De auteur is daarom constant bezig met morele kwesties. Dit betekent natuurlijk niet dat de auteur hierdoor een juist idee van deugdzaamheid heeft, maar volgens de deugdenethiek is deze reflectie op morele kwesties wel bevorderlijk voor morele wijsheid. De conceptie van de held zorgt voor de morele ontwikkeling van de auteur zelf en dit wordt teruggekoppeld in het verhaal bij de realisatie van de held. Het is geen garantstelling voor deugdzaamheid, maar het maakt de deugdzame merites van de auteur aannemelijk.

Daarnaast lijkt het waarschijnlijk dat de auteur voor de conceptie van het eudaimonia in het verhaal zijn eigen conceptie gebruikt. Zeker in de besproken casussen, waarbij de verhalen de levenswerken van de auteurs zijn. De auteur moet de opoffering van de held geloofwaardig maken voor de lezer. Dat kan alleen worden gedaan met behulp van het ‘ultieme goed’. Het verhaal is natuurlijk fictie, echter het lijkt aannemelijk dat de morele grondslag correspondeert met een werkelijke conceptie van eudaimonia. Gezien de deugdzame merites van de auteur op zichzelf al aannemelijk zijn, betekent dit dat hun conceptie van eudaimonia zeker de moeite waard is om op zijn minst even over na te denken.

De didactische kracht van een heldenverhaal

De reden waarom het heldenverhaal zo geschikt is voor het onderricht in deugdzaamheid komt voor een groot gedeelte uit de kracht van inleving. Het is meer dan gemakkelijk om je te identificeren met de uitgediepte karakters in een contextrijke wereld. Zo roept het woord ‘bezemkast’ voor Harry Potter-fans waarschijnlijk een ervaring op alsof ze zelf in een bezemkast hebben geleefd. Deugdzaamheid is moeilijk af te lezen aan de handeling van een moreel agent, het gaat erom dat de handeling wordt gemotiveerd vanuit deugdzaamheid. Dit betekent dat een goede handeling niet per se deugdzaam is als dit voor de morele agent tegen-intuïtief aanvoelt. De deugdzaamheid van een moreel agent kan dus niet beoordeeld worden op basis van een paar handelingen, en zelfs als iemand consistent lijkt te handelen is het maar de vraag of de handelingen vanuit pure deugdzaamheid worden voltrokken. Dit probleem bestaat niet bij de held in een verhaal, want de lezer heeft complete inzage in zijn gedachtenproces en zijn emotie, en weet daardoor precies wat de held motiveert om te handelen. Dit zorgt ervoor dat de lezer weet dat Harry Potter er alles aan doet om de strijd met Voldemort uit de weg te gaan, niet uit angst voor Voldemort, maar omdat hij vreest dat hij Voldemort moet doden. De gedachte aan die daad is weerzinwekkend voor Harry, en dat is precies wat hem deugdzaam maakt. Verder worden andere karakters op dezelfde wijze beschreven. Als een karakter ondeugdzaam handelt jegens een ander wordt dat regelmatig duidelijk doordat het negatieve effect op de ander wordt beschreven. Het geschreven heldenverhaal geeft dus inzicht in deugdzaamheid door middel van inleving.

De kracht van de inleving brengt ook een ander argument voor de didactische waarde van het heldenverhaal met zich mee. De held ontwikkelt zich namelijk door het verhaal heen. We hebben al vastgesteld dat de held over deugdzame disposities beschikt, dit geeft hem de intuïtie en de kracht om juist te handelen. Wat hier nog ontbreekt is de phronesis, ofwel de praktische wijsheid die iemand in staat stelt om de handeling uit te voeren die de deugd verwezenlijkt. Deze wijsheid komt alleen met ervaring. De held begint het verhaal net als de jonge lezer, onervaren en onwetend over de complexiteit van de wereld waarin hij is geworpen. Door het gebrek aan wijsheid maakt de held fouten. Zo negeert Harry de occlumentielessen van Sneep en reageert daardoor overhaast op een visioen waarin Sirius in levensgevaar verkeert. Helaas is de reactie ondoordacht, waardoor hij de valstrik van Voldemort niet doorziet, wat uiteindelijk in de dood van Sirius resulteert. Hij reageert vanuit natuurlijke deugd, maar met gebrekkig inzicht. Een hard geleerde les in phronesis. Langzamerhand ontwikkelt de held zich door dit soort confrontaties, hij verkrijgt inzicht in de situatie en is steeds beter in staat integer te handelen. Wanneer Frodo terugkeert na zijn queeste treft hij de Gouw aan bezet door Saruman. Na hem te verslaan vergeeft Frodo hem onmiddellijk. Frodo heeft de macht van het kwaad genoeg meegemaakt om te weten dat hij medelijden moet hebben met Saruman, want Saruman is een slachtoffer. Het mooie is dat de lezer die zich inleeft dezelfde ervaring als de held opdoet; de lezer begrijpt dus waarom Frodo Saruman vergeeft. Natuurlijk is de ervaring van de held niet compleet hetzelfde als de eigen ervaring, maar de lezer begrijpt wel dat de held groeit door ervaring op te doen en daar lering uit te trekken. Het is dus indirect ook een les voor de lezer zelf, want de wijze waarop praktische wijsheid wordt opgedaan is voor iedereen hetzelfde.

In het verlengde hiervan laat het heldenverhaal ook zien dat wij deugdzame voorbeelden nodig hebben om zelf te groeien. Je kunt een heel eind komen met de eigen ervaring, maar de hulp van een wijs en deugdzaam persoon brengt ons een stuk verder. In het voorbeeld van de ‘occlumentielessen’ is het duidelijk dat Harry Sneep als voorbeeld had moeten nemen, doordat hij dit niet deed stierf Sirius. Wanneer Frodo zich afkerend over Sméagol uit, legt Gandalf hem uit dat hij niet te snel moet zijn met het vellen van een oordeel. Dat er weinig hoop is voor Sméagol betekent niet dat er geen hoop is. Als Frodo niet naar Gandalf had geluisterd, en Sméagol ter dood had veroordeeld, dan was de Ring nooit in het vuur van de Doemberg beland. Wederom is de boodschap duidelijk, het aannemen van een deugdzaam voorbeeld is cruciaal voor onze eigen ontwikkeling tot volkomen deugdzaam mens. Het verhaal spoort ons aan om zelf een deugdzaam persoon als voorbeeld te nemen.

Hoewel we het voornamelijk over de bekendste werken hebben gehad, zijn er een tal van werken waarvoor deze argumenten gelden, zoals de werken van Thea Beckman. Het is voor een kind als Jacob niet alleen plezierig om op te gaan in verhalen, het is ook een manier om uit de morele armoede van zijn situatie te ontsnappen. Er kunnen natuurlijk gradaties worden aangebracht als we over de morele omgeving van een kind spreken, en in die zin is de geschetste situatie van Jacob extreem. Ik betoog niet dat Jacob door de heldenverhalen de genegenheid, zorg en liefde ontvangt die hij nodig heeft. Heldenverhalen zijn geen vervanging, maar complementair voor de ontwikkeling van deugdzaamheid. Helaas sluiten ze de mogelijkheid niet uit dat Jacob in zijn latere jaren zichzelf keihard tegenkomt, met alle negatieve consequenties van dien. Wanneer hij een uitvlucht zoekt in drugs, laat hem Frodo en Harry herinneren, en zich beseffen dat hij zijn eigen Sauron of Voldemort moet confronteren. Alleen dan wordt hij de held van zijn eigen verhaal.

Facebooktwittertumblrmail

Gillis is vierdejaarsstudent filosofie. Hij kent de ultieme waarheid al, dus hij studeert alleen nog voor zijn lol.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *