Denken en zijn

Dit artikel met misschien al te indrukwekkende titel biedt een beschouwend antwoord op de vraag wat te denken over twee visies op de essentie van menselijke identiteit.

Door Flavio Geelhoed

In ieder geval eens, als het geen tweemaal was, kreeg ik door een oudere zus toegeroepen: ‘Je bent je gedachten niet!’ Zo herinnerde ik me weer heel duidelijk toen ik, Descartes’ Meditaties lezend, stuitte op het exacte tegengestelde, namelijk dat hij zijn bestaan concludeert uit het feit dat hij denkt, want hij die denkt over wat hij is, is iets wat denkt. Deze schijnbare tegenstelling – ‘je bent je denken niet’ versus ‘je bestaat zowaar je denkt’ – leek mij direct het geschikte onderwerp voor mijn eerste bijdrage aan Qualia. Want wat moet ik hiervan… denken? Is het zo dat mijn gedachten geen deel uitmaken van mijn identiteit? Wat ík denk is toch een evident onderdeel van wie ík ben? Of niet, ben ik pas mijn ware ik als ik niet denk, en ik alleen maar bewust ben en voel? Dit zijn enkele van de gedachten die ik heb als ik hier vrij over zit te peinzen.

Deze denkwijzen moesten maar eens apart worden geanalyseerd en tegenover elkaar worden gezet; ik begin aan cartesiaanse zijde. Descartes concludeert dus, na methodisch getwijfeld te hebben en al zijn oude ondoordachte schijnzekerheden met de grond gelijk te hebben gemaakt, via een geloofwaardige redenering, dat zijn eerste opnieuw gevonden waarheid is dat hij bestaat als denkend ding: ‘een ding dat twijfelt, bevestigt, ontkent, een beetje begrijpt en veel niet weet, wil en niet wil, en ook voorstellingen maakt en ervaart’, zoals hij het aan het begin van de Derde Meditatie samenvat. Hier kan hij zich aan vasthouden, ook al is al het andere onzeker. En als je iets bent wat denkt, en alleen dat, wat ben je dan eigenlijk meer dan je gedachten? Hij vraagt zich elders, in de Tweede Meditatie, zelfs af of het zo zou kunnen zijn dat hij niet bestaat als hij niet denkt. Dat houdt verband met zijn opvatting dat hij in al zijn aannames door een misleidende geest bedrogen zou kunnen worden, maar dat hij wanneer hij denkt over zijn denken, voor ieder bedrog veilig is. Later vindt hij door zijn reconstruerende redeneringen, met als belangrijkste die van zijn godsbewijs, weer meer nieuwe zekerheden terug over zijn overtuigingen, maar wat blijft is dat datgene wat hij het meest zeker en in zijn meest naakte vorm is, iets wat denkt is. Om al deze redenen acht ik het geoorloofd om te stellen dat Descartes’ essentie van de menselijke identiteit gelijkgesteld kan worden aan zijn denken. Voor de rationalist die Descartes is, is de rede de enige bron van zelfkennis. Emoties zijn volgens hem zielenroerselen die een materiële oorzaak hebben in het lichaam, die wordt opgewekt door zintuiglijke prikkeling.

Nu over naar de andere kant. Vanaf de jaren dat een aantal Indiase goeroes, zoals bijvoorbeeld Maharishi Mahesh Yogi (met wie ook de Beatles optrokken) en Osho (vroeger bekend onder de naam Bhagwan Shree Rajneesh en als leider van de door hem opgerichte Bhagwanbeweging) een publiek voor hun geestelijke boodschappen kregen in Europa en Amerika, heeft er zich in die werelddelen een moderne populaire spiritualiteit ontwikkeld waarin, onder vele andere, de voornaamste invloeden vanuit het boeddhisme, hindoeïsme en taoïsme doorklinken. De ontstane stroming heeft een golf die almaar groter lijkt te worden opgeleverd van talloze nieuwe leraren, boeken, tijdschriften en digitale informatiebronnen die een gidsfunctie zouden vervullen voor spirituele verlichting. In de periode van de jaren rond de millenniumwisseling tot nu is Eckhart Tolle (bekend van The Power of Now en A New Earth) waarschijnlijk de meest representatieve vertegenwoordiger van dit denken. De door hem beschreven eclectische leer stelt dat waarheid vinden, jezelf zijn en geluk ervaren alle alleen mogelijk zijn door gedachteloze meditatie, waardoor men het moment ervaart of anders gezegd, in het nu leeft. Zoals hij het omschrijft moeten we ons niet identificeren met ons verstand, maar vinden we onszelf in die gedachteloos meditatieve toestand van aanwezigheid in het nu, omdat het daarin gewortelde diepere bewustzijn ons ware zelf is. Ons denken is volgens Tolle een fantastisch, goed werkend instrument, maar wanneer we ons ermee identificeren kan het gaan storen en allerlei geestelijke en lichamelijke problemen opleveren. Emoties beschrijft hij als reacties van het lichaam op het verstand die zich bevinden waar verstand en lichaam elkaar ontmoeten. Jezelf ontmoeten en jezelf zijn doe je volgens deze leer dus door niet te denken.

Welnu, deze twee verschillende visies te vergelijken sterkt me niet in mijn aanvankelijke, eigen intuïtieve voorstelling van de menselijke identiteit in haar essentie, maar vergroot juist de onzekerheid. Het is de rede van Descartes zelf die hem ertoe brengt aan te nemen dat zijn denken de kern vormt voor zijn identiteit en zijn bestaan verklaart, maar volgens de daartegenover gestelde zienswijze is de rede enkel een rationeel instrument van de ware zelf. De gedachtegangen die ik moest doorlopen om deze tekst tot de uiteindelijke vorm toe te schrijven hebben me tot het besef gebracht dat ik niet weet wie of wat ik echt ben. Het lijkt niet kenbaar welke vermogens we hebben en welke we zijn. Dus wat de vraag naar de menselijke identiteit nou betreft, het lijkt me eigenlijk onzinnig die te proberen te beantwoorden met verduidelijkende uitleg. Zolang je maar erkent dat het redelijk is dat enerzijds het denken niet te eigengereid moet handelen, maar dat het op zichzelf een bijzonder interessant en zeer functioneel vermogen is dat het beslist waard is om zo nu en dan eens helemaal de verte in te laten gaan, en dat anderzijds het niet-denken een verstillende, rustgevende en tot bezinning brengende werking heeft met verhelderende weerslag op de rationele geest, dan maakt het toch niets uit of we nou net meer dit of dat, of precies en alleen dit of dat, of allebei de dingen zijn? We hebben een persoonlijk bewustzijn, een persoonlijke intuïtie, een persoonlijke wil, persoonlijke gevoelens en persoonlijke gedachten. Of we het nou zijn of hebben, het hoort allemaal bij ons en we hebben het naar waarschijnlijkheid allemaal nodig om onszelf te zijn en als zodanig goed te functioneren. Ik blijf mijn fanatieke steun betuigen aan de stoutheid van een intellectualistische levenshouding, maar ben ook van mening dat denken van tijd tot tijd moet worden gelaten, omdat de afwisseling van het denken met het niet-denken het denken ten goede komt. Laat ik mij dus, waar het de oorspronkelijke vraagstelling aangaat, zoals zo vaak, maar weer berusten in een bescheiden niet-weten. Dan houd ik na dit kleine onderzoek alsnog een levenswijsheid over.


Bronnen

  • Descartes, René. Meditaties over de eerste filosofie, vertaling en inleiding door W. van Dooren. Amsterdam: Boom. 1989. pp. 47-48, 54.
  • Pätzold, Detlev [Klassikale colleges en een-op-een-gesprek.]
  • Tolle, Eckhart (2005). De kracht van het Nu – Gids voor spirituele verlichting. Deventer: Uitgeverij Ankh Hermes. Elfde druk. pp. 30-33, 51, 52.
  • Skirry, Justin. Internet Encyclopedia of Philosophy, Rene Descartes (1596-1650). §9. Verkregen op 15-01-2014 van http://www.iep.utm.edu/descarte/.
  • Gesprek tussen Oprah Winfrey en Eckhart Tolle, Who am I, Oprah and Eckhart, geplaatst door Asclepios Gotasdesalud. Verkregen op 15-01-2014 via http://www.youtube.com/watch?v=mg0OZcOzQjQ.
Facebooktwittertumblrmail

Flavio is vierdejaarsstudent en schrijft al even lang voor de Qualia.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *