De tijd hervonden De herinneringsrevolutie en de opkomst van de complete biografie

Als het gaat om de gevolgen van de digitalisering, is privacy terecht vaak één van de hoofdthema’s van deze tijd. Een aspect dat veel minder aandacht krijgt betreft de transformatie van de manier waarop we herinneren. De nieuwe omgang met het verleden die technologie ons biedt dan wel opdringt, verdient een verkenning. 

Door Willem Pouwels

We leven in een tijd waarin het verleden, vooral ons eigen persoonlijke verleden, soms ondergewaardeerd lijkt. De moderne mens, altijd mindful in het nu levend, is in zijn schaarse momenten van verstrooidheid hoogstens gericht op de toekomst, die vol onverwezenlijkte plannen is, maar vooral niet op het verleden. Noem dit een karikatuur, het lijdt geen twijfel dat de grote plaats die herinnering inneemt in het leven in deze tijd al gauw wordt onderschat. Hoe vaak horen we niet dat we niet in het verleden moeten blijven hangen, niet te veel terug moeten kijken. Het heden is hip. Maar wie het verleden niet wil kennen, verraadt zichzelf. Het verleden is immers niet los te zien van onze eigen identiteit, omdat onze herinneringen de bouwstenen zijn van het verhaal dat we over ons eigen leven vertellen.

In sterk contrast met de hedendaagse mentaliteit voltrekt zich, voortgestuwd door de technologische ontwikkelingen, een heuse revolutie op het gebied van herinneren. Meer dan ooit in de geschiedenis legt de mens vast wat hij doet. Ik stel voor de selfie-stok, op zich maar een randverschijnsel van deze immense registratiegolf, te nemen als het symbool hiervan bij uitstek. De laatste jaren heeft deze herinneringsrevolutie een extra boost gekregen door de opkomst van smartphones en sociale media. Vooral deze laatsten krijgen veel aandacht, zowel positief als negatief. Maar Facebook en Instagram vormen slechts de etalage waarachter zich nog een hele winkel aan digitale herinneringen bevindt. Denk aan ons gedrag op het internet, waar je geen stap zet zonder een afdruk achter te laten. Allerhande apps houden bij hoeveel we bewegen en welke restaurants we bezoeken, om maar wat te noemen. Verzin het, en er is een app voor. Hetzelfde geldt voor de ontelbare hoeveelheid accounts die we bijna dagelijks aanmaken om van allerlei diensten gebruik te kunnen maken. Ze leggen vast welke spullen we kopen, naar welke muziek we luisteren en welke series we volgen. Maar inderdaad, ook ons sociale leven wordt gedetailleerd in kaart gebracht, in de vorm van connecties en de informatie die we ermee uitwisselen. Doormiddel van ons prille huwelijk met de digitale technologie produceren wij allemaal – uitzonderingen daargelaten – een niet aflatende stroom herinneringen. 

Organisch versus artificieel geheugen

Qua geheugen heeft de evolutie de mens gezegend met een aanzienlijke, maar evenwel beperkte opslagcapaciteit. In zijn Belijdenissen wijdt Augustinus een heel hoofdstuk aan het fenomeen ‘geheugen’:

Zo kom ik in de velden en wijde hallen van mijn geheugen, waar schatten liggen opgetast en ontelbare beelden van allerlei dingen, door de zinnen ingebracht. (…) Wanneer ik daar ben, is mijn eis, dat te voorschijn trede, wat ik ook wil. (…) Groot is deze kracht van het geheugen, geweldig groot, o God, een allerheiligste, wijd en onbegrensd! Wie dringt tot op haar bodem door?

Hoewel ik het nog nooit iemand zo mooi heb horen uitdrukken, is het gevoel voor iedereen herkenbaar. Wat past er eigenlijk veel in ons hoofd! Tegelijkertijd weten we dat een onbegrensd geheugen een illusie is. Zich baserend op het aantal neuronen in het menselijk brein, en het aantal verbindingen dat deze met elkaar aangaan – herinneringen zijn verbindingen tussen neuronen – schat hoogleraar psychologie Paul Reber ons hersengeheugen op zo’n 2,5 petabyte (één petabyte is duizend terabyte). Het is ontnuchterend te bedenken dat Augustinus’ ‘wijde hallen’ in theorie in dezelfde cijfertjes gevat kunnen worden als de opslagcapaciteit van een usb-stick die we in onze broekzak dragen.

De mens heeft altijd gebruik gemaakt van informatiedragers als verlengstuk van zijn eigen geheugen. Maar het revolutionaire van deze tijd is de schaal waarop we het doen. Digitale technologie en het internet bieden ons een ongekende opslagruimte, vergeleken waarmee de kleitablet, het vergeelde dagboek en het fotoalbum slechts gerommel in de marge zijn. Zich ervan bewust of niet, zijn mensen er aan het begin van deze eenentwintigste eeuw toe overgegaan een toenemend deel van hun geheugen digitaal uit te besteden.

Men realiseert zich misschien onvoldoende hoe uitzonderlijk deze situatie is. Waar begin vorige eeuw de herinnering aan iemand nog beperkt kon blijven tot een enkele foto en wat jaartallen in doop- en trouwboeken, staat het verleden van de gemiddelde millenial, ondanks zichzelf een Homo recordans, volledig in de schijnwerpers. Een toenemend deel van zijn herinneringen bevindt zich niet meer veilig in zijn hoofd, opgetast in de hallen van het geheugen, om in de stijl van Augustinus te blijven, maar daarbuiten, in de digitale wereld. Daar liggen ze onveranderlijk te wachten tot ze weer met menselijk bewustzijn in aanraking komen, om weer levende herinnering te worden.

De complete biografie

Het schrijven van een biografie, letterlijk ‘levensbeschrijving’, is een honds karwei, iets wat je niemand toewenst. Niet gek dat deze eer voornamelijk bewezen wordt aan hen wier leven in hoge mate gedocumenteerd is: politici, artiesten, schrijvers, etc. Het Witte Huis maakte onlangs bekend dat de volledige sociale media-erfenis van president Obama, inclusief the First Lady’s Instagram feed, gearchiveerd zal worden. Op dit gebied zal zijn opvolger hem ongetwijfeld voorbij streven. (Opmerkelijk genoeg adviseerde Trump, die toch geenszins van een schroomvallige omgang met bijvoorbeeld sociale media beticht kan worden, ons allen vooral de pen ter hand te nemen als het gaat om dingen die écht belangrijk zijn, want no computer is safe. Dit terzijde.) Relevant is dat dankzij het kunstmatige digitale geheugen deze vergaande documentatie niet langer voorbehouden blijft aan hen die met hun neus vooraan staan in deze wereld, maar voor ons allemaal werkelijkheid wordt. In die zin heeft de digitale revolutie geleid tot een democratisering van de herinnering. Door de digitale sporen die we de hele dag achterlaten, ontstaat er van elk van ons een biografie – een digitale biografie, waarvan de pagina’s overal verspreid liggen.

Het idee van een volledige biografie is, in meer letterlijke zin, ook het thema van de aflevering The Entire History of You, uit de serie Black Mirror. In de bizarre wereld die de makers tot leven roepen, wordt ieders blik op de wereld onafgebroken geregistreerd, denkelijk doormiddel van een of andere minuscule camera. De beelden worden opgeslagen en gearchiveerd in een implantaat dat achter het oor is ingebracht, en kunnen worden afgespeeld via de ogen (die voor het effect dan melkblauw kleuren, zodat degene die terugspoelt even op een zombie lijkt). Speculatie is leuk, en in deze tijd, waarin de technologie in een afgrijselijk tempo voortdendert, kunnen we niet genoeg speculeren over de mogelijkheden van de toekomst. Ook als het gaat over onze omgang met het verleden. Verwerkt in een verder niet bijster origineel verhaal over relaties en overspel, worden de sociale implicaties van een verleden dat te allen tijde binnen handbereik is op fascinerende wijze in beeld gebracht. In deze wereld heeft ook een herinneringsrevolutie plaatsgevonden. Natuurlijk is de technologie die deze aandrijft anders (complete videobeelden versus overal verspreide stukjes informatie in de vorm van tekst, foto’s, video’s en andere data) maar de makers trekken louter de lijn van de huidige ontwikkelingen tot in het extreme door. The Entire History of You is een experiment om te onderzoeken wat voor impact een compleet geheugen heeft op ons leven. Wie het verleden binnen handbereik heeft, kan maar moeilijk de verleiding weerstaan om de haverklap te vluchten naar de intensere, meer enerverende momenten des levens, zo blijkt. Het past uitstekend bij onze consumptiemaatschappij: het verleden in hapklare brokken, op het moment dat wij dat willen.

Proustiaans intermezzo

Nu even voor het contrast naar een wat ouder ‘experiment’ in de omgang met ons persoonlijk verleden. Honderd jaar geleden, te midden van het geraas van de Eerste Wereldoorlog, was Marcel Proust op zoek naar de verloren tijd. Van 1908 tot 1922 werkte hij aan zijn zesdelige magnum opus, waarvan althans het eerste deel een duizelingwekkende apotheose is van de literaire thema’s tijd en herinnering. Is er ooit iemand meer met het verleden bezig geweest dan hij? Door te graven in zijn geheugen en de associatieve ketting ervan de vrije loop te laten, laat hij het dorp van zijn jeugd herleven, tot op het koekje dat hij elke zondag van zijn tante kreeg, wanneer hij haar een bezoekje bracht voor de mis. Proust had alleen zijn eigen, beperkte geheugen tot zijn beschikking, en laat zien hoe grillig, selectief en ook transformatief dit eigenlijk is.

Zo zien we twee totaal verschillende omgangsvormen met het verleden diametraal tegenover elkaar. Het subjectieve, associatieve geheugen van Proust, helemaal afhankelijk van zijn eigen organic memory, daartegenover een wereld waarin eenieder een objectief verleden bij zich draagt. Laten we zeggen dat we ons nu in het midden tussen deze beide uitersten bevinden. Niet langer zijn we helemaal aan ons eigen geheugen overgeleverd, maar evenmin hebben we een onfeilbaar kunstmatig geheugen tot onze beschikking zoals in ‘The Entire History of You’. Er bevinden zich nog grote gaten in ons digitale geheugen. Maar het lijkt erop dat we wel onderweg zijn. Zullen we ooit het punt bereiken waarop de geschiedschrijving van ons eigen leven compleet is?

Zo’n vaart zal het niet lopen. Op een bepaalde manier is elke poging tot vastleggen van het verleden immers een hachelijke onderneming. Beeld, geluid en tekst lijken ontoereikende middelen om de complexiteit van onze stream of consciousness, bestaande uit emoties, gedachten, stemmingen, te vangen. Het verleden op zich is weg en komt niet meer terug. Ook de persoon die wij in het verleden waren, bestaat niet meer. Het is een bevreemdende gedachte dat we de mensen die ons in het heden omringen, vaak beter kennen dan het ‘ik’ waarmee we onszelf nog niet zo heel lang geleden aanduidden. In deze radicale onbereikbaarheid van het verleden brengt geen herinneringsrevolutie verandering, zullen sommigen geneigd zijn te zeggen, noch een camera die je hele leven van wieg tot graf op film vastlegt (waarop waarschijnlijk überhaupt weinig mensen zitten te wachten). Maar hoewel de kloof tussen heden en verleden nooit helemaal overbrugd kan worden, kan het verleden wel steeds dichterbij worden gebracht in de vorm van een steeds completer verhaal, een steeds uitgebreider netwerk van digitale herinneringen. Een verhaal dat in haar objectiviteit blind is voor onze eigen gevoeligheden in het heden.

A clash of stories

Vaak is het gemakkelijker de negatieve kanten van nieuwe technologieën te benoemen dan de positieve, simpelweg omdat ze meer in het oog springen. De voorbeelden waarin de keerzijde van een verleden dat altijd dichtbij is zich toont, liggen voor het oprapen. De verwoestende uitwerking die herinneringen kunnen hebben op levens blijkt uit een fenomeen als wraakporno, waarbij filmpjes van veelal vrouwen door hun ex-partners verspreid worden. Of denk aan de tweets die Donald Trump jaren terug de wereld in stuurde, nog onbewust van de ellende die ze hem tijdens zijn campagne zouden bezorgen. Onze Facebook-geschiedenis, die ook voor onze baas toegankelijk is, kan iemand een succesvolle sollicitatie door de neus boren. Niet van alle stukjes van onze digitale biografie willen we dat ze bewaard blijven. In The Entire History of You  zien de personages zich voortdurend geconfronteerd met hun verleden. Het verhaal dat zij voor zichzelf bedacht hebben, blijkt vaak niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Dit leidt tot wanhopige situaties, waarvan er één op zeker moment uitmondt in de verzuchting Not everything that isn’t true is a lie. Binnen de context van de fictionele wereld is het niet moeilijk begrip op te brengen voor deze, op zichzelf beschouwd toch best gedurfde opmerking. Wij leven met een door onszelf gemaakt verleden. Dat is voor ons de ‘natuurlijke’ situatie. Ons geheugen selecteert en manipuleert. Wanneer er hiernaast een objectief verleden bestaat, kan dit leiden tot een emotioneel pijnlijke botsing tussen het objectieve en het subjectieve verhaal. Hoezeer dit indruist tegen de intuïties van veel mensen blijkt wel uit de hele controverse rond ‘the right to be forgotten.

Het heeft er alles van dat de hang naar registratie nog lang niet ten einde is. Zoals bij de meeste technologisch gedreven ontwikkelingen die ons leven drastisch veranderen, zijn er positieve en negatieve kanten aan te wijzen. Het verleden kan ons zelfbedachte verhaal op een gezonde manier corrigeren, maar kan ons ook compromitteren wanneer onwenselijke herinneringen als een boemerang het heden binnen knallen. Wellicht is het verstandig om even uit je mind-volle bubbel te komen en hierbij stil te staan, voordat de mist van ons verleden voorgoed optrekt. Hoe de technologie onze relatie met het verleden ook zal veranderen, één ding is zeker: ‘Ik verscheurde je foto, heb je brieven verbrand’, in 1984 nog met veel overtuiging gezongen door Koos Alberts, zal binnen niet al te lange tijd niet meer zijn dan een nostalgische echo uit het verleden.

Facebooktwittertumblrmail

Willem is tweedejaarsstudent aan onze faculteit. Hij heeft de slechte neiging te veel met het verleden bezig te zijn, maar geeft zich nochtans graag over aan ongefundeerde toekomstspeculaties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *