Categorie archief: Externe auteur

In Absentia Lezen tussen de regels van De Jefferson Bijbel

Bijna tweehonderd jaar geleden bewerkte Thomas Jefferson zijn eigen Bijbel. De schrijver van de Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten knipte en plakte zijn favoriete passages bij elkaar. Eerder dit jaar publiceerden oud-redacteur Thomas Heij en Sadije Bunjaku een Nederlandse vertaling van deze Jefferson Bijbel. In dit Qualia-artikel, nu verschenen op De Leesclub van Alles, bespreekt Justin Warners datgene wat aanwezig maar bovenal datgene wat afwezig blijft in dit oude werk.

Lees verder op De Leesclub van Alles

Vermijd simpele tegenstellingen Onderwijsaanbod en onderzoekscultuur aan onze faculteit

Naar aanleiding van de artikelen over cultuurfilosofie in de vorige Qualia en het debat eromheen dat op het moment op de faculteit speelt, schreef Jan-Willem Romeijn een bijdrage voor de Qualia. Is het wel zinvol om te denken in termen van analytische vs continentale filosofie?

Door Jan-Willem Romeijn

In de vorige Qualia schreef Remco van der Meer een betoog voor de terugkeer van continentale filosofie in het curriculum. In de faculteitsraad is dit ook ter sprake geweest, en onlangs schreef oud-hoogleraar René Boomkens nog een stuk voor de Qualia met onversneden kritiek op de faculteit. Tijd voor een reactie, vind ik, en dat doe ik op persoonlijke titel. Lees verder Vermijd simpele tegenstellingen Onderwijsaanbod en onderzoekscultuur aan onze faculteit

Beste Toske Repliek van onze decaan

Vorige week schreef Toske Andreoli een open brief aan decaan Lodi Nauta, naar aanleiding van de zoektocht naar een nieuwe docent voor de PPE-master. De brief was aanzet tot uitgebreide discussie op onze facebookpagina en nu is er ook een reactie van onze decaan zelf.

Beste Toske,

Tot een paar jaar geleden was er enkel een sollicitatiegesprek tussen sollicitant(e) en benoemingsadviescommissie. Dat hebben we veranderd, omdat we de feedback van zowel collega’s als studenten als input voor de benoemingscommissie erg belangrijk vinden. Vandaar dat we een proefcollege voor studenten en een presentatie voor de staf organiseren, naast het gebruikelijke sollicitatiegesprek. Dat kost de staf en de studenten veel tijd: de afgelopen keer een hele ochtend. Als blijk van onze grote waardering dat studenten die moeite en tijd willen nemen om de commissie (en de aanwezige staf) hun feedback te geven, verloten we drie boekenbonnen. (Persoonlijk zou ik alle aanwezigen wel iets willen geven als teken van dankbaarheid.) Lees verder Beste Toske Repliek van onze decaan

Beste Lodi Een open brief aan de decaan

Onze faculteit is op zoek naar een docent voor de nieuwe master Philosophy, Politics and Economics (PPE). Woensdag 24 februari zullen drie kandidaten proefcolleges geven aan studenten om te kijken welke kandidaat het beste uit de verf komt. In deze ingezonden brief legt masterstudent en oud-redacteur Toske Andreoli uit waarom ze hier niet aanwezig zal zijn.

Beste Lodi,

Bedankt voor de uitnodiging om de proefcolleges van de sollicitanten voor docent politieke filosofie bij te wonen.

Ik was verheugd te zien dat twee van de drie kandidaten vrouwen waren, aangezien vrouwen ernstig ondervertegenwoordigd zijn in de hogere regionen van de academische filosofie. Maar waarom worden er beloningen uitgeloofd onder de aanwezige studenten? Hebben de studenten de afgelopen tijd dan onvoldoende betrokkenheid met het onderwijsbeleid getoond?

Lees verder Beste Lodi Een open brief aan de decaan

Easy as 1, 2, 3 ? Wittgenstein on counting

“A B C

It’s easy as, 1 2 3

As simple as, do re mi

A B C, 1 2 3

Baby, you and me girl”

Door Catarina Dutilh Novaes

45 years ago, Michael Jackson and his troupe of brothers famously claimed that counting is easy peasy. But how easy is it really? (We’ll leave aside the matter of the purported simplicity of A B C and do re mi for present purposes!)

Counting and basic arithmetic operations are often viewed as paradigmatic cases of ‘easy’ mental operations. It might seem that we are all ‘born’ with the innate ability for basic arithmetic, given that we all seem to engage in the practice of counting effortlessly. However, as anyone who has cared for very young children knows, teaching a child how to count is typically a process requiring relentless training, involving a host of practices such as that of physically pointing at objects and for each object enunciating a numeral. The child may well know how to recite the order of numbers (‘one, two, three…’), but from that to associating each of them to specific quantities is a big step. Even when they start getting the hang of it, they typically do well with small quantities (say, up to 3), but things get mixed up when it comes to counting more items. For example, they need to resist the urge to point at the same item more than once in the counting process, something that is in no way straightforward!  Lees verder Easy as 1, 2, 3 ? Wittgenstein on counting

Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

De rubriek ‘O Jee, wat nu?!’ is sinds jaar en dag een briefwisseling waarin vragen worden beantwoord, gemoederen worden gesust en zorgen worden verlicht. Ditmaal komt de hulpkreet van een radeloze student die door het uitdunnen van het wijsgerig vakkenpakket aan de Groninger filosofiefaculteit nauwelijks meer kan communiceren met zijn jongere medestudenten. Het antwoord komt van een autoriteit: wie kan immers beter duiden wat er mis is met het ontbreken van deze  continentale traditie dan onze laatste hoogleraar cultuurfilosofie, prof. dr. René Boomkens?

Beste René Boomkens,

Ik heb mijn cultuurfilosofisch vocabulaire in quarantaine geplaatst. Er zat niets anders op. Als ik het over aura’s had dan dachten mijn medestudenten dat ik teveel Astro-tv had gekeken, als ik daarna ook nog aankwam met ‘the medium is the message’, dan wisten ze het zeker.

Na uw vertrek als hoogleraar cultuurfilosofie heb ik lijdzaam toegekeken hoe tijdens kantinegesprekken en STUFF-borrels cultuurfilosofische termen steeds vaker onbegrepen bleven. Terwijl de faculteit zich verder afsluit van alle filosofie die niet gereduceerd kan worden tot definities of formules, gebruik ik mijn gereedschapskist voor het denken alsmaar eenzijdiger. Het scheermes van Ockham, het spuitbusje met Putnams XYZ en Wittgensteins taalspel worden regelmatig gebruikt, maar mijn cultuurfilosofisch begrippenapparaat ligt (samen met Nietzsches hamer en Habermas’ blauwe monster) ergens onderin mijn gereedschapskist stof te verzamelen. Inmiddels ben ik vergeten hoe het te gebruiken. Lees verder Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

Skeptical worries about hypnotists A (hopefully) engaging read about things that are better shown than said

In this lead of exactly fifty words I feel obliged to warn you NOT to read this article if you are both very susceptible to hypnotic suggestions and in an environment where being distracted would be a really bad idea. Also, it should make you feel ever so slightly curious.

Door Hendrik Siebe

Once I read Nozick’s suggestion that the mere presence of a hypnotist could destroy my knowledge that I was in philosophy class,1 I was interested. For those of us who are not so well-acquainted with Nozick’s account of knowledge, suffice it to say that it requires our beliefs to be strongly sensitive to truth. Thus, would I believe that I am in class if I were not in class, then, according to Nozick, I do not know that I am in class even when, in fact, I am. Of course, under normal circumstances I would not believe that I am in class if I were not. However, with the hypnotist hanging around, the closest possible world in which I were not in class might very well be one in which he would cause me to believe that I am. But then, my belief would not be very sensitive to the truth of the matter, and skeptical worries follow.

Lees verder Skeptical worries about hypnotists A (hopefully) engaging read about things that are better shown than said

De immigrant en de robot als Scylla en Charybdis van de globalisering Of: waarom zouden we moeten werken voor ons geld?

Het is binnenkort gedaan met de maatschappelijke middenklasse in Europa. Deze ruggengraat van de naoorlogse verzorgingsstaat gaat de komende decennia steeds zwaarder gebukt onder de last van concurrentie van robots enerzijds en migranten anderzijds. Politici kunnen de discussie over deze effecten van globalisering niet langer uit de weg gaan en moeten fundamentele politiek-filosofische principes ter discussie durven stellen: waarom zouden we in 2050 nog werken voor ons geld?

Door Jan Ybema

Vroeger was de toekomst beter. Dat is in ieder geval een sentiment waar een groeiend deel van de Europese bevolking mee behept is, getuige de aanhoudende opmars van bewegingen en partijen aan de randen van het politieke spectrum. Ter rechterzijde zien we het in een breed scala aan nationalistische anti-immigratiepartijen in vrijwel alle (West-)Europese landen en ter linkerzijde duiken oud-links-achtige partijen op als Syriza en Podemos in Griekenland en Spanje, terwijl in eigen land de SP als een representant in die hoek kan worden beschouwd. Wat deze bewegingen aan de randen van het spectrum gemeen hebben, is een afkeer van gevestigde bestuurlijke elites en een tendens om angstgevoelens onder de bevolking te mobiliseren.

Lees verder De immigrant en de robot als Scylla en Charybdis van de globalisering Of: waarom zouden we moeten werken voor ons geld?