Categorie archief: Column

Een lijn in het zand voor link links.

Een donderpreek

Door Pieter Bas Zuijlekom

Van oudsher is links een politieke constante. Aan links hebben we bijna alle progressie te danken. Onder links vallen het socialisme, het feminisme, het abolitionisme en ook het liberalisme is een linkse ideologie geweest. Links is altijd een geluid geweest tegen de gevestigde orde, of dit er nu eentje was van religieus conservatisme of neo-liberalisme, en voor de kleine man/vrouw/overig. Dit heeft echter niet altijd mooi uitgepakt. Zo hebben we de meest moordlustige regimes uit de vorige eeuw als links te duiden. In ons land heeft links zich gelukkig voornamelijk als een beweging voor inclusiviteit ontpopt. Zo kwam links met haar socialistische kleur het felst op voor de arbeider, de vrouw, de gekleurden en andere minderbedeelden.

Dit zijn, ook vanuit modern rechts standpunt, positieve ontwikkelingen in onze geschiedenis. Liberalen zijn er immers voor dat iedereen al zijn talenten mag ontwikkelen en zelfs conservatieven hebben geen probleem gehad met deze ontwikkelingen nadat ze doorgevoerd waren en een toevoeging bleken.

Er is echter iets loos met links, iets dat zeer link is. Anders dan het liberalisme en conservatisme gelooft links niet uit zichzelf in de rechtstatelijke en democratische instituties die wij in Nederland kennen. Dit levert complexe morele grenzen op die niet principieel duidelijk zijn. Er kan gesteld worden dat links behoefte heeft aan een lijn in het zand om niet te vervallen tot radicale malloterie.

Lees verder Een lijn in het zand voor link links.

De allegorie van het winkelkarretje

Oké, misschien is dit enigszins apart, maar ik voel een vreemd soort sympathie voor verlaten objecten – waaronder winkelkarretjes. Iets aan het mistroostige beeld van een winkelkarretje-waar-niet-meer-mee-gewinkeld-wordt geeft me een vaag gevoel van treurigheid dat ik maar moeilijk van me af kan schudden. Het winkelkarretje is anders, is niet op zijn plaats in de nieuwe omgeving waarin het zich vindt (meestal een afgelegen stuk stoep of een uithoek van het gemeenteplantsoen) en straalt deze misplaatstheid dan ook uit. Bij het zien van het achtergelaten winkelkarretje schudden mensen afkeurend hun hoofd en vragen zich af waar het heengaat met de wereld. Maar niemand vraagt zich af waar het winkelkarretje heengaat. Waarschijnlijk gaat het helemaal nergens meer naartoe, maar dat is nu juist het punt. Het is een doelloos object geworden, een metaforische doorn in het oog van de aanschouwer. Maar in plaats van het winkelkarretje alleen als een obstakel te zien, is het misschien interessanter om je af te vragen hoe het hier in de eerste plaats is gekomen, welk verhaal er achter het winkelkarretje schuilt. Is het achtergelaten door een luie winkelganger? Of is het als omega verstoten door de roedel? Verbannen door de karretjeskudde werd het misschien gedwongen om een eigen weg te zoeken, een zin te geven aan zijn bestaan zonder de sturende hand van de kordate Albert-Heijnbezoeker die weet wat hij wil in het leven (pindakaas! – maar dan wel zonder stukjes, want die krijg je nooit meer tussen je tanden weg). Maar hoe kan het winkelkarretje zijn weg vinden in de wereld als het enkel het helder verlichte gangpad van de supermarkt heeft bereden, waar behulpzame bordjes altijd aangaven waar de eerstvolgende afslag naar toe leidde? Geen wonder dat het de weg is kwijtgeraakt (of überhaupt nooit gevonden heeft).

Nu staat het winkelkarretje in het gras. Alleen. De spaken verroest, de wielen verzand; zelfs als het ergens heen zou willen zou dit een onmogelijke opgave zijn. Weg uit de veilige omgeving van de supermarkt wordt het geteisterd door weer en wind en in de loop van tijd heeft het karretje zijn glans verloren. Hoe vult een winkelkar de dagen, nu het niet meer de boodschappen van anderen hoeft te dragen? De fysieke last van de supermarktproducten is vervangen door de existentiële last van het bestaan, die moeilijker te dragen – of te verdragen– is. Het winkelkarretje is leeg en dit komt niet alleen maar door de afwezigheid van boodschappen. Maar zo’n metafysisch gat schreeuwt om opvulling, moet zo snel mogelijk worden dichtgestuukt met iets, wat dan ook. En dus laadt het karretje zich vol met de loze dingen die het om zich heen vindt. Maar hoe voller het raakt, hoe leger het zich voelt. Want hoe kan je betekenis onttrekken aan betekenisloze objecten? Niets kan uit niets komen.

De avond valt. In het flauwe schijnsel van de lantarenpalen staat het winkelkarretje er desolaat bij. De chaotische verzameling van spullen, die de inhoud van het karretje vormt, doet niets om de opkomende duisternis te verdrijven.

Foto door Ayla van den Hoed
Foto door Ayla van den Hoed

Hiep hiep hoera voor voorzitter Duisenberg

Beste meneer Duisenberg,

Allereerst wil ik u feliciteren met uw aanstelling als voorzitter van de Vereniging voor Universiteiten (VSNU). U bent zich er vast van bewust dat uw aanstelling niet onomstreden was en ik moet toegeven dat ook ik een petitie heb ondertekend waarin uw voorzitterschap afgewezen werd. Dit lijkt misschien voorbarig aangezien u nog geen kans hebt gehad om u als voorzitter te bewijzen, maar ik voelde me hiertoe genoodzaakt vanwege een standpunt dat u al enige tijd verkondigt: ‘Pretstudies’ moeten verdwijnen. Als filosofe-in-wording en dus ‘pretstudent’ kan ik dit niet over mijn kant laten gaan.

Lees verder Hiep hiep hoera voor voorzitter Duisenberg

Ik wil niet lullig zijn Column

Je zit in een barretje met wat bevriende lui rustig aan je drankje te lurken als een volwaardig student. Er komt een persoon voorbij gelopen met een hele stomme, lelijke trui aan. Niet ironisch lelijk, maar echt lelijk, en vies ook. Nu kijkt de minst snuggere van je vriendengroep jou aan, leunt hij naar je toe en fluistert hij: “Ik wil niet lullig zijn, maar die persoon heeft een hele stomme, lelijke trui aan. Niet eens ironisch lelijk, maar echt lelijk, en vies ook.”  

Lees verder Ik wil niet lullig zijn Column

Je moeder en cheeseburgers Column

Op een filosofiefaculteit doet het bezit van een smartphone eerder af aan je geloofwaardigheid als geleerde dan dat dit hieraan bijdraagt. De tijd doden tijdens saaie colleges – ze bestaan – doe je met oog op je academische loopbaan liever met een vergeten naziwerk van Heidegger dan met ‘grammetjes’ en ‘filoselfies’. De status van de smartphone is nu eenmaal een wat oppervlakkige. Toch is er een keerzijde. Hoewel het schrijven van een invloedrijk filosofisch werk vrijwel onmogelijk is op zo’n schermpje – behalve misschien op de Samsung Galaxy W – kun je met sommige toepassingen je omgeving wel degelijk een belezen dienst bewijzen. Taal is ons intellectuele vervoersmiddel en de smartphone kan een fenomenale rol spelen in therapie voor het afleren van de meest irritante taalgewoonte. Niet stotteren, niet slissen, zelfs geen Groningse tongval, maar onze duivelse stopwoorden kun je met het net zoveel gehate als geliefde apparaatje de kop indrukken. Lees verder Je moeder en cheeseburgers Column

“En toch is het zonde” Column

Het was een enigszins treurig gezicht, de man die bij de barbecue stond. Terwijl hij met één hand de goedkope speklappen van de Aldi omdraaide, sloeg hij met zijn andere hand een half blikje bier achterover. Op één van de vingers die het blikje Schultenbräu omklemde was duidelijk de witte plek te zien waar ooit een trouwring had gezeten. Zijn vervaalde shirt, bespat met vetvlekken, slaagde er net niet in zijn omvangrijke bierbuik geheel te omvatten waardoor een stukje behaarde huid zichtbaar was boven de riem van zijn korte broek. Zijn waterige oogjes keken me aan. En toen, nadat hij een indrukwekkende boer gelaten had, sprak hij de legendarische woorden: “En toch is het zonde.” Lees verder “En toch is het zonde” Column

Ongelijkheid op het zebrapad Column

Door Lieve de Vreede

Ik veroorzaakte afgelopen week een ongeluk. Door de stromende regen fietste ik, met capuchon op, me plots realiserend dat ik nog naar de Albert Heijn moest. Ik sloeg abrupt linksaf zonder om te kijken of een ledemaat uit te steken, in de veronderstelling dat ik genoeg snelheid had om niemand ermee tot last te zijn. Daar lag ze. Als een dominosteentje (nou ja, dominografzerk) was ze met fiets en al gekapseisd, met haar gezicht plat op het natte asfalt. Een vrouw van middelbare leeftijd met een lekker praktische, turquoise regenjas. Zó praktisch dat deze een simpele stuurbeweging naar links blijkbaar niet toeliet. De vrouw sprak op  trage, lijdende toon, met nadrukkelijke pauzes tussen elk woord. “Ja. Ik heb erge pijn. Ik ben ook duizelig. Is mijn wang dik?” Ik antwoordde dat dit wel meeviel, wat niet eens een leugen was. Ze herhaalde de zinnetjes meerdere malen om te benadrukken dat ik haar serieus moest nemen. Er was schade aan haar luxe fiets. De zijkant van het gelzadel, zo’n smerig ding dat hoogstwaarschijnlijk uitermate functioneel is om last van een enorme, stijve vrouwenreet tegen te gaan, was een klein beetje kapot. Ook was er volgens haar (zo scherp was ze nog wel) ‘iets’ van de fietslamp afgebroken wat voor mij niet meer te traceren was. Aan mijn fiets, die zo’n tachtig keer minder had gekost dan die van haar, mankeerde niets, dankzij een mooie reddings-slide waarover ik helaas geen compliment heb mogen ontvangen. Ondanks het feit dat ik in zowel juridisch als moreel opzicht hartstikke fout zat, irriteerde het me dat ik zo lang werd opgehouden. Gelukkig wist ik mijn ‘poeslieve’ stem tevoorschijn te toveren en toonde de vrouw mijn zogenaamde bezorgdheid en spijt. Ik kon die 100 euro van mijn eigen risico er deze maand even niet bij hebben.  Lees verder Ongelijkheid op het zebrapad Column

Breng de cultuurfilosofie terug! Een pleidooi voor een veelzijdige faculteit

De Faculteit Wijsbegeerte is een zelfstandige, bloeiende en veelzijdige faculteit”, zo valt op de site van de RuG te lezen. Het is echter de vraag of het tegenwoordig niet schort aan die veelzijdigheid. Hele generaties studenten leren sinds het verdwijnen van enkele vakken niet tot nauwelijks meer over Marx, Adorno, Rorty, Foucault, Lyotard en Habermas. Toch zijn dit ontegenzeggelijk allemaal denkers die deel uitmaken van de kern van het wijsgerig canon van de afgelopen eeuw. Een bachelorprogramma, zeker op één der laatste faculteiten filosofie, moet veelzijdig en gebalanceerd zijn. Daarom hier een pleidooi: meer continentale (politieke) filosofie in het bacheloronderwijs in Groningen.

Door Remco van der Meer

Het onderscheid tussen de meer literaire ‘continentale’ traditie en de precieze ‘analytische’, met haar exact-wetenschappelijke pretenties, is sinds het einde van de vorige eeuw steeds moeilijker te maken. Toch kan de werkwijze van de meeste hedendaagse academici nog wel enigszins in één van beide categorieën worden ingedeeld. De Groninger faculteit heeft een zeer goede naam als het gaat om het analytische onderzoek en vakkenaanbod. De belangrijke vraag is echter of de continentale traditie, en dan met name het sociaal-filosofisch georiënteerde deel, niet is gaan lijden onder die specialisatie. De faculteit wijsbegeerte in Gronigen lijkt in de ban geraakt van de analytische academische mode. Studenten en bestuur zouden hand in hand moeten strijden tegen deze bedreiging. Lees verder Breng de cultuurfilosofie terug! Een pleidooi voor een veelzijdige faculteit

De cadeautjesimperatief Column

Ik vind het fenomeen ‘cadeau’ al lange tijd erg intrigerend. Het extraatje dat eigenlijk toch verplicht is, de ‘vrijwillige bijdrage’ die door een chagrijnige juffrouw gevraagd wordt in het openbaar toilet. Onlangs heb ik een verandering doorgemaakt in mijn houding ten opzichte van het geven en krijgen van cadeautjes. Filosofisch vrij oninteressant zou je denken. Totdat ik drie fasen in mijn cadeau-geschiedenis onderscheidde die me sterk deden denken aan de morele ontwikkelingsstadia van Lawrence Kohlberg. Er leek in deze drie fasen namelijk sprake van een zekere vooruitgang. Is een cadeau dan niet alleen een beleefdheids- of aardigheidsetiquette, maar inderdaad een indicatie van morele vaardigheid waarvoor wellicht zelfs morele principes op te stellen zijn? Een overzicht van mijn cadeaugedrag.
Lees verder De cadeautjesimperatief Column

De Filosofie als iPhone Column

Er heerste verontwaardiging in zaal Omega toen Jos Kessels tijdens een gastcollege bij het vak Philosophical Interventions aangaf een voorstander te zijn van een HBO filosofieopleiding. Ik betrapte mezelf erop dit ook een slecht idee te vinden, zonder hier echt argumenten voor te hebben. Zoals veel mensen niet kunnen uitleggen waarom broer en zus toch niet met elkaar naar bed mogen als ze een condoom gebruiken. Je komt niet verder dan dat het ‘gewoon niet hoort’. En dat is voor mij, als filosofiestudente voor wie argumenten heilig zijn, natuurlijk niet voldoende reden.

Door Lieve de Vreede

Filosofie studeren voegt iets fundamenteel waardevols toe aan ons leven. Zoals Rob Wijnberg het vorig jaar december ook al mooi formuleerde in ‘De dag dat leren nadenken te duur werd bevonden’1, is het niet belangrijk wat je ermee kunt worden, maar wie je ermee wordt. Ook al zijn er genoeg beroepen uit te oefenen met je filosofiediploma, dit is niet waarom je filosofie studeert. Het is de studie der studies en daarom hoogstaander dan een opleiding. Zo’n intellectueel hoogstandje op het HBO aanbieden zou de filosofie zelf degraderen. We kennen het allemaal; wanneer je die simpele buurman in je favoriete en o-zo-exclusieve restaurant aantreft zal de buurman in kwestie niet leuker worden. Nee, het restaurant is ineens niet zo boeiend meer.

Lees verder De Filosofie als iPhone Column