Categorie archief: Artikel

You, the other De alwetende verteller

Een basisschooljuf zit voor haar klaslokaal. Groep 3, 4. Ze kijkt vertwijfeld om zich heen, begint ineens te huilen en rent het lokaal uit. De klas volgt haar, met één jongetje voorop.
“Wat is er, mevrouw?”
“Mijn man heeft me een oud kreng genoemd.”
“Wat is dat?”
“Dat moet je maar aan hem vragen!”

Door Justin Warners

Ik zal er vanuit moeten gaan dat jij, de lezer, niet bekend bent met het werk van Roy Andersson. Zijn films (met name het drieluik van Songs from the Second Floor, A Pigeon sat on a Branch Reflecting on Existence en You, the Living), zijn je waarschijnlijk geheel vreemd. En zelfs al heb je ze gezien, dan zijn ze je waarschijnlijk nog steeds vreemd. Ze laten zich niet makkelijk beschrijven, laat staan analyseren. Zo’n analyse, die nu toch zal volgen, kan het best beginnen bij het gegeven dat de films zo ongewoon zijn.

Lees verder You, the other De alwetende verteller

Objectieve seksualiteit Wanneer sigaren echt sigaren zijn

“Pap. Mam. Ik moet jullie iets vertellen.” Er is nu geen weg meer terug, maar je vindt de juiste woorden niet en het duurt te lang. “Schat, je mag ons alles vertellen.” Je hoofd ruist en alles lijkt ver weg. “Ik ben anders,” hoor je jezelf ineens zeggen. Je moeder pakt je handen en oppert voorzichtig: “Wil je ons misschien vertellen dat je homo bent?” Je zucht. “Nee, mam, dat is het niet. Ik ben verliefd op de Eiffeltoren.”

Door Jochem Dijkstra

In het algemeen wordt het als problematisch bestempeld wanneer de partner in een seksuele relatie als object wordt afgedaan. Er bestaan echter ook mensen voor wie geldt dat hun partner een object is. Erika Eiffel bijvoorbeeld kwam niet toevalligerwijs aan haar achternaam; in 2007 trouwde zij namelijk met de Eiffeltoren. Mensen als Erika voelen zich seksueel aangetrokken tot objecten en noemen zichzelf daarom objectumseksueel. Deze toch wel exotische seksuele voorkeur staat erg ver af van de manier waarop de meeste mensen seksualiteit ervaren en is juist om die reden interessant voor kennis over seksualiteit in het algemeen. Want ondanks de grote verschillen worden homo-, hetero- of objectumseksualiteit allemaal als seksualiteit ervaren. Wat is dan het gemeenschappelijke vlak dat ze delen waardoor ze toch allemaal onder het kopje ‘seksualiteit’ kunnen vallen?

Lees verder Objectieve seksualiteit Wanneer sigaren echt sigaren zijn

De cruciale fase Over schijnkeuzevrijheid in het middelbaar onderwijs

Tijdens het derde jaar van hun opleiding worden alle havo- en vwo-scholieren geconfronteerd met die onvermijdelijke vraag: welk profiel kies ik? Een ogenschijnlijk vreugdevol moment. De overgang naar de tweede fase is een potentieel belangrijke stap in de intellectuele en persoonlijke ontwikkeling. Voor het eerst kan de scholier het vakkenpakket afstemmen op de eigen interesses en talenten. Maar hoe vrij is de profielkeuze eigenlijk?

Door Stefan Sleeuw

Het gebrek aan differentiatie van de eerste drie jaren wordt in de tweede fase ingeruild voor een specifiek pakket, aangevuld met beperkt aantal keuzevakken. Waar de scholier in de onderbouw nog volledig gebonden is aan één lesprogramma, biedt de tweede fase de mogelijkheid om een eigen stempel te drukken op het onderwijs. Een zegen, zou je zeggen. Toch vormt juist dit keuzemoment voor velen een bron van onzekerheid en frustratie. In veel gevallen is het een noodzakelijkheid die eerder gevreesd dan verwelkomd wordt. Hoe is dit mogelijk, gegeven dat we keuzevrijheid doorgaans als waardevol beschouwen? De oorzaak schuilt in het feit dat de tweede fase in haar huidige vorm ten onrechte wordt gepresenteerd als volwaardige keuze. Dat wat we in het algemeen waardevol vinden aan het maken van keuzes, zelfexpressie en autonomie, komt in het kiezen van een profiel maar gedeeltelijk tot uiting. Dit leidt niet alleen tot teleurstelling en demotivatie bij scholieren, maar ook tot een verwrongen beeld van de waarde van keuzevrijheid. Herdefiniëring is vereist; herziening is wenselijk.

Lees verder De cruciale fase Over schijnkeuzevrijheid in het middelbaar onderwijs

De immigrant en de robot als Scylla en Charybdis van de globalisering Of: waarom zouden we moeten werken voor ons geld?

Het is binnenkort gedaan met de maatschappelijke middenklasse in Europa. Deze ruggengraat van de naoorlogse verzorgingsstaat gaat de komende decennia steeds zwaarder gebukt onder de last van concurrentie van robots enerzijds en migranten anderzijds. Politici kunnen de discussie over deze effecten van globalisering niet langer uit de weg gaan en moeten fundamentele politiek-filosofische principes ter discussie durven stellen: waarom zouden we in 2050 nog werken voor ons geld?

Door Jan Ybema

Vroeger was de toekomst beter. Dat is in ieder geval een sentiment waar een groeiend deel van de Europese bevolking mee behept is, getuige de aanhoudende opmars van bewegingen en partijen aan de randen van het politieke spectrum. Ter rechterzijde zien we het in een breed scala aan nationalistische anti-immigratiepartijen in vrijwel alle (West-)Europese landen en ter linkerzijde duiken oud-links-achtige partijen op als Syriza en Podemos in Griekenland en Spanje, terwijl in eigen land de SP als een representant in die hoek kan worden beschouwd. Wat deze bewegingen aan de randen van het spectrum gemeen hebben, is een afkeer van gevestigde bestuurlijke elites en een tendens om angstgevoelens onder de bevolking te mobiliseren.

Lees verder De immigrant en de robot als Scylla en Charybdis van de globalisering Of: waarom zouden we moeten werken voor ons geld?

De Ware Alphamale Over een strijd tussen twee culturen

De intellectueel. Wie kent hem niet? Iedere situatie weet hij te duiden met een relevant citaat uit Dostojevski, Shakespeare of Camus. Hij is even intelligent als belezen. Hij is welbespraakt en gaat geen kans uit de weg om politieke of maatschappelijke ontwikkelingen te bediscussiëren met gelijkgestemden. Is daarmee alles gezegd? Volgens schrijver C.P. Snow niet: wij zouden ‘de intellectueel’ te veel associëren met de letteren: ook de exacte wetenschappen hebben wapenfeiten te bieden die voor onze intellectuele bagage onmisbaar zijn.

Door Remco van der Meer

Volgens een anekdote bezocht de Oxfordse historicus A. L. Smith eens een diner in Cambridge, waar het gezelschap samengesteld was uit een mengelmoes van academische achtergronden. Hij was nog al sociaal ingesteld en probeerde een gesprek te voeren met zijn tafelgenoten. Hij opende tegen de man tegenover hem, maar deze gaf niet meer thuis dan een grom. Een tweede poging, ditmaal gericht op de man links van hem, werkte niet veel beter. De decaan van de desbetreffende gastfaculteit zag Smiths verbazing, en fluisterde hem vervolgens in het oor: “Oh, those are mathematicians! We never talk to them.”

Lees verder De Ware Alphamale Over een strijd tussen twee culturen

Het redden van de bedreigde taal Over de verhouding tussen taal, denken en cultuur

Er wordt wel gezegd dat iedere taal een ander perspectief op de wereld is, en dat we daarom een diversiteit aan talen moeten behouden. Maar waarom denkt men dat eigenlijk? En als er inderdaad een verband tussen ons denken en onze taal is, kan dat dan gebruikt worden als argument om bedreigde talen te behouden?

Door Sarah Bloem

Van de 7000 talen die onze wereld rijk is, loopt meer dan veertig procent het risico om te verdwijnen. Veel talen worden maar door een klein groepje mensen gesproken. Er zijn bijvoorbeeld heel veel verschillende indianentalen die maar door een klein aantal mensen gesproken worden. Deze groepjes worden tezijnertijd steeds kleiner, bijvoorbeeld omdat het aanleren van een andere taal tot een grotere kans op een baan kan leiden of omdat er getrouwd wordt met iemand die een dominantere taal spreekt. De mogelijke oorzaken zijn talrijk. De vraag is of we ons er druk om moeten maken dat deze talen verdwijnen. Als er minder talen zijn, dan spreken meer mensen dezelfde taal en kan communicatie dus ook makkelijker verlopen. Aan de andere kant verdwijnt er wel een stukje cultuur van het desbetreffende volk. Een veel gebruikt argument voor een grote diversiteit aan talen is dat we daarmee een grote diversiteit aan perspectieven op de wereld behouden. Het idee is dat ons wereldbeeld gekleurd wordt door de specifieke taal die we spreken. Waarom denkt men dit eigenlijk?

Lees verder Het redden van de bedreigde taal Over de verhouding tussen taal, denken en cultuur

Synecdoche, New York en Sterfelijkheid De Alwetende Verteller

“I’ve been thinking a lot about dying recently.”
“You’re gonna be fine, sweety”
“No, regardless of how this particular thing works itself out, I will be dying and so will you, and so will everyone here. We’re all hurtling towards death, yet here we are for the moment, alive. Each of us knowing we’re going to die, each of us secretly believing we won’t.”

Door Justin Warners

In De Alwetende Verteller zal ik elke Qualia op zoek gaan naar de filosofie in een boek of een film. Deze eerste editie is meteen atypisch. Ten eerste is zij bijzonder naargeestig; we hebben het vandaag over de dood. Ten tweede (en dit verklaart meteen het eerste) is zij aan iemand opgedragen. Dit stuk is voor Philip Seymour Hoffman, die op 2 februari is overleden. Dat ik over mijn gebruikelijke cynisme heen stap om zo’n haast melodramatisch statement te maken, spreekt boekdelen over mijn respect voor de man als acteur. Ten derde spreek ik je nu vanuit de eerste persoon aan. Door je hier op te wijzen breek ik natuurlijk schaamteloos door de vierde muur heen. Dit is echter wel een prachtig bruggetje naar Synecdoche, New York, een film die Hoffman met regisseur Charlie Kaufman maakte. In deze film wordt de vierde muur namelijk ook geen moment met rust gelaten.

Lees verder Synecdoche, New York en Sterfelijkheid De Alwetende Verteller

Adam ou l‘optimisme De Alwetende Verteller

“Here it says that you’re evil. It’s rude to write that on a person’s CV. Are you really evil?”
“…”
“I didn’t think so. Because there are no evil people. We don’t believe in that. If you only look for evil, then the world is evil. But you can try to focus on the silver lining as we do here. That makes everything easier.”

Door Justin Warners

InAdam’s Æblervolgen we Adam. Adam is een neonazi die als straf voor een of ander misdrijf ter rehabilitatie naar een kerk op het platteland wordt gestuurd. De plaatselijke priester, Ivan, vraagt hem om voor zichzelf een doel te stellen dat hij wil bereiken tijdens zijn verblijf. Adam denkt het zich makkelijk te maken; hij kiest ervoor om een appeltaart te bakken, met appels uit de boom in de kerktuin. Zodra hij aan de slag gaat, loopt alles echter in de soep. De oven ontploft, kraaien vallen de appels aan en uiteindelijk maakt een bliksemschicht zelfs korte metten met de hele boom. Volgens Ivan zijn dit beproevingen van God, en als de symmetrie met het verhaal van de Bijbelse Job nog niet duidelijk is, helpt de film een handje door deze expliciet aan te wijzen. Toch heeft de film ook een sterke link met een ander oud boek: Ivan lijkt heel erg op Pangloss uit Voltaires Candide of het optimisme. Deze link is subtieler, maar verdient het juist daarom eens onder de loep genomen te worden. Laten we bij het begin beginnen, en nagaan wie Ivan en Pangloss eigenlijk zijn.

Lees verder Adam ou l‘optimisme De Alwetende Verteller

Hoera, ik ga dood Over mijn lijk en betekenis

Iedereen gaat dood. Niet bepaald een vernieuwende notie, maar toch staan we niet vaak stil bij de ultieme consequentie hiervan. Als mensen het over de dood hebben, spreken ze vooral over de onpersoonlijke dood van iemand anders. Veel minder zijn we geneigd na te denken over onze eigen dood. En dat terwijl deze persoonlijke dood ons des te meer aangaat en daarom misschien wel veel interessanter is. Hoogste tijd dus om deze persoonlijke dood eens onder de loep te nemen.

Door Jochem Dijkstra

Woorden werken in het algemeen het best als ze zeggen wat ze bedoelen. Een ligfiets is een fiets waarop je ligt, een café is een plek waar je koffie haalt en de Lingo-tas is een tas die je bij Lingo mee naar huis mag nemen als bij de laatste zevenletterwoorden je milde dyslexie op begint te spelen. Helder en duidelijk. Woorden als deze houden de taal opgeruimd en overzichtelijk. Ik vraag me daarom af wat het woord ‘doodgewoon’ in ons vocabulaire te zoeken heeft. Normaal gesproken vinden wij de dood namelijk helemaal niet zo gewoontjes. Een beschrijving van de dood als ‘het meest ingrijpende dat je kan overkomen’ komt al wat dichter in de buurt. De aanduiding ‘gewoon’ gebruiken we juist als we iets gebruikelijk of alledaags vinden en dat lijkt in het geval van de dood niet op zijn plaats. Doodgaan doen we in het algemeen maar één keer en in de tussentijd doen we ons stinkende best haar op zo groot mogelijke afstand te houden. Aan de andere kant zou je kunnen stellen dat sterven de normale gang van zaken is: levens hebben nu eenmaal de tendens vroeg of laat in een sterfgeval te resulteren. De dood ‘gewoon’ noemen schept dus een hoop onduidelijkheid. Hoe moeten we de dood dan wel begrijpen?

Lees verder Hoera, ik ga dood Over mijn lijk en betekenis

Denken en zijn

Dit artikel met misschien al te indrukwekkende titel biedt een beschouwend antwoord op de vraag wat te denken over twee visies op de essentie van menselijke identiteit.

Door Flavio Geelhoed

In ieder geval eens, als het geen tweemaal was, kreeg ik door een oudere zus toegeroepen: ‘Je bent je gedachten niet!’ Zo herinnerde ik me weer heel duidelijk toen ik, Descartes’ Meditaties lezend, stuitte op het exacte tegengestelde, namelijk dat hij zijn bestaan concludeert uit het feit dat hij denkt, want hij die denkt over wat hij is, is iets wat denkt. Deze schijnbare tegenstelling – ‘je bent je denken niet’ versus ‘je bestaat zowaar je denkt’ – leek mij direct het geschikte onderwerp voor mijn eerste bijdrage aan Qualia. Want wat moet ik hiervan… denken? Is het zo dat mijn gedachten geen deel uitmaken van mijn identiteit? Wat ík denk is toch een evident onderdeel van wie ík ben? Of niet, ben ik pas mijn ware ik als ik niet denk, en ik alleen maar bewust ben en voel? Dit zijn enkele van de gedachten die ik heb als ik hier vrij over zit te peinzen.

Lees verder Denken en zijn