Bravery, Repetition & Noise Over de schoonheid van de veel te luide herrie

Toen een goede vriend van me een elpee van de noise-band Brighter Death Now had gekocht, grapte hij dat de muziek goed samenging met het gezoem van zijn stofzuiger. Dit bleek eigenlijk helemaal geen grap te zijn: de herrie van zijn stofzuiger stelde nauwelijks iets voor in vergelijking met de donkere en luid penetrerende ruis die uit zijn stereospeakers schalde. Mensen die niet zo’n fan zijn van luide rock- of metalbands noemen dat soort bands al gauw ‘herrie’ – hoe zouden zij wel niet reageren op een lesje noise-muziek?

Door Sybolt Friso

Zoals menig filosofiestudent wel zal begrijpen, is het nog verrassend lastig – zo niet onmogelijk – om een breed en gevarieerd begrip als ‘muziek’ eenduidig te definiëren. Dit blijkt bijvoorbeeld al uit de verhitte discussies die filosofen van de muziek met elkaar voeren over de precieze betekenis van dit basisbegrip. Tegelijkertijd verraadt een kleine glimp op de pagina The Philosophy of Music van de Stanford Encyclopedia of Philosophy dat er wel een voorzichtige eensgezindheid bestaat over in ieder geval bepaalde essentiële eigenschappen van muziek. Het gaat hierbij vaak om aspecten als ‘melodie’, ‘ritme’, ‘harmonie’, ‘toon’, noem maar op. Hieruit wordt wel duidelijk (als dat intuïtief al niet zo was) dat we muziek doorgaans vooral luisteren omdat dit soort aspecten ons een fijne luisterervaring geven; we genieten van een mooie harmonie, een prettige melodie, een pakkende hook, en kunnen ons misschien nauwelijks muziek voorstellen zonder dit soort basiseigenschappen.

Dat maakt het des te interessanter dat artiesten binnen de noise-muziek expres en expliciet botsen met deze basale eigenschappen van muziek. Noise-muziek klinkt vooral genadeloos luid, smerig, confronterend en onprettig, is veelal aritmisch en dissonant, en catchy hooks zoals in de pop- en rockmuziek zijn vaak al helemaal ver te zoeken. Toch is het een muzikaal subgenre dat, in vele soorten en maten, een razende populariteit kent. Dat roept vragen op. Waar komt noise-muziek vandaan, waarom genieten luisteraars van noise-muziek en wat voor rol kan noise spelen in de muziek? Kortom, wat is de muzikale waarde van noise-muziek?

Plek in de muzikale canon

Binnen wat we tegenwoordig vaak de moderne muziek noemen – muziek gemaakt na omstreeks 1900 – waren het vooral de Italiaanse futuristen die aan de wieg stonden van de noise-muziek. Eén van hen, Luigi Russolo, schreef in 1913 het invloedrijke manifest The Art of Noises, en kan daarmee worden beschouwd als de aartsvader van alles wat de muziekwereld tegenwoordig kent aan noise-stromingen. Hij schreef het werk als reactie op de technologische en vooral industriële ontwikkelingen binnen de stedelijke omgeving in zijn tijd, als gevolg van de industriële revolutie. Voor die tijd, schreef Russolo, bevond de mens zich in een wereld van relatieve rust. In het dagelijks leven was er was nog geen sprake van bulderend machinegeweld of luide stoomtreinen. Dit veranderde drastisch na de grootschalige industrialisering en de daarmee gepaard gaande toegenomen urbanisering in de negentiende eeuw. Hierdoor was de mens geleidelijk gewend geraakt aan een wereld waarin een continue herrie van industrie, machines en stadsgeluiden de boventoon voerde. Door deze gewenning, vond Russolo, was de mens ook langzaamaan in staat geraakt dit ogenschijnlijk helse lawaai te leren accepteren en zelfs te appreciëren. Russolo betoogde vervolgens dat, aangezien muziek een domein is dat constant onderhevig is aan ontwikkelingen en veranderingen, dit soort nieuwe geluiden daarom een prima aanvulling zouden kunnen leveren op muziek.

Hierbij moet worden benadrukt dat muziek in Russolo’s tijd al lang niet meer puur in het teken stond van zuiver harmonische en mooie klanken: er waren bijvoorbeeld al langer ontwikkelingen gaande op het gebied van dissonante en atonale muziek. Met het oog op deze experimentele muzikale innovaties, gepaard gaande met de geïndustrialiseerde leefwereld van de moderne mens, leek deze eerste stap richting de noise-muziek helemaal niet zo’n gekke ontwikkeling. Russolo ontwierp nieuwe experimentele instrumenten en zette deze in om de luide en repetitieve herrie van machines na te bootsen. De noise-muziek was geboren. Met de bloei van de populaire rockmuziek in de jaren zestig van de vorige eeuw brak er een nieuw hoofdstuk aan binnen de muzikale nalatenschap van Russolo, voornamelijk binnen de ondergrondse scenes. De legendarische experimentele rockband The Velvet Underground staat nog steeds bekend om de meedogenloze bakken herrie die ze verwerkten in lange en repetitieve jams, met wellicht als hoogtepunt het beruchte ‘Sister Ray’ – een beukende groove van onbeschoft luide drums vol snijdende gitaren – die live soms werd uitgerekt tot wel veertig minuten. Ook de bijna pijnlijk snerpende sounds van bands als The Stooges en Spacemen 3 passen thuis in dit rijtje, bands die hun brutale gitaar-noise goten in respectievelijk een jasje van punkrock en slepende psychedelica.

Dat dit soort vuig gitaargeweld ook prima samen kan gaan met lichtvoetige popmuziek klinkt misschien bijna tegenstrijdig, maar niets is minder waar. Noise-pop bands als bijvoorbeeld The Jesus and Mary Chain  bewezen in de jaren tachtig dat hun gitaren, die letterlijk klonken als stofzuigers, uitstekend konden worden ingezet in gevoelige en onweerstaanbaar pakkende popliedjes. Deze ontwikkeling werd voortgezet door het nog steeds ongekend populaire shoegaze-genre. Wie door de bezwerende lagen noise van My Bloody Valentinesmonumentale album Loveless heen luistert, hoort eigenlijk vooral suikerzoete en dromerige popliedjes. Tegenwoordig staat de scene steeds meer in het teken van noisy doch atmosferische achtergrondmuziek van artiesten als Tim Hecker, of de onverbiddelijke harsh noise van Merzbow en soortgelijken – het laatste klinkt misschien nog wel luider en onaangenamer dan de naam doet vermoeden. Voor wie niet bekend is met het genre kan dit allemaal misschien wat vreemd lijken, maar tegelijkertijd zal het idee duidelijk zijn: de canon van de noise-muziek is breed en gevarieerd. 

De muzikale waarde van noise

Omdat noise geen eenduidige rol in hoeft te nemen in muziek, is de precieze waarde of toevoeging ervan ook niet eenduidig aan te wijzen. Allereerst zijn sommige muzikanten en muziekliefhebbers bij aanvang al gecharmeerd van het ongebruikelijke en bijna avant-garde-achtige karakter van noise-muziek. Het is volgens sommigen per definitie al van kunstzinnige waarde om tegen de gevestigde orde te schoppen en de grenzen van de muziek te ontdekken en te overschrijden. ‘Hoe gekker, hoe beter’, lijkt het devies soms te luiden in hedendaagse kunststromingen – de muziek is daar geen uitzondering op.

Daarbij, meer concreet gesproken, levert het inherent confronterende en soms overweldigende karakter van noise binnen veel contexten gelijk al een enorme toevoeging. Toegepast op muziek van een verder vrij traditionele rockband (drum, gitaar, bas en zang) kunnen luid dreunende en piepende gitaren het geheel vaak een tandje hoger zetten, waardoor de muziek net wat meer opzwepend en pakkend is. En hoe gek het misschien ook klinkt, het laten verdrinken van sombere vocalen en zwaarmoedige gitaren in een brei van atmosferische en bijna ondefinieerbare ruis kan best een emotionele impact teweegbrengen. Daarnaast herkennen we allemaal het bekende kippenvel-moment, waarbij muziek na een langzame opbouw toewerkt naar hét ultieme climaxmoment. Een dreunende laag noise kan zo’n eerder al indrukwekkende climax plotseling naar een veel hoger plan tillen.

Meer abstract bekeken beschouwen sommigen het geluid van noise-muziek als een soort verlengde van de zogeheten ambient-muziek. Het laatstgenoemde is niet slechts een muzikaal genre, maar zou je tegelijkertijd een complete nieuwe muzikale filosofie kunnen noemen. Binnen de ambient-muziek (de naam is afgeleid van ambience) gaat het niet om het schrijven van flitsende en pakkende songs, maar meer om het creëren van een atmosferisch en rustgevend muzikaal landschap. Daarmee is ambient-muziek vooral instrumentaal, monotoon, langdradig, zweverig en kalmerend – het perfecte soort achtergrondmuziek om je hoofd leeg te maken en tot rust te komen. Volgens aartsvader van het genre, Brian Eno, is ambient-muziek net niet interessant genoeg om actief naar te luisteren, maar tegelijkertijd wel interessant genoeg om niet af te zetten – “as ignorable as interesting”. Dat laatste is Eno’s eigen beschrijving van het legendarische album waarmee hij het genre in 1978 introduceerde, Music for Airports. Zoals de naam doet vermoeden was dit album dan ook bedoeld om gedraaid te worden op vliegvelden om de kalme sfeer aldaar te bevorderen.

Waar ambient-muziek rustgevend en zweverig is, is noise-muziek juist bij uitstek confronterend en ruig. Het klinkt daarom misschien niet voor de hand liggend om een brug te staan tussen deze twee genres, maar toch komen tegenwoordig misschien wel de meest innovatieve en impactvolle ontwikkelingen binnen de noise-muziek voort uit de ambient-muziek. Eerdergenoemde muzikant Tim Hecker combineert de zweverige atmosfeer van ambient-muziek met explosieve passages van white noise tot een ijzingwekkend mooi muzikaal geheel met een bijna filmisch karakter – en daarmee is hij één van de velen. Net als ambient-muziek heeft noise-muziek doorgaans een sterk repetitief en daarmee bijna hypnotiserend karakter. Wie de brute en confronterende soundscapes van noise eenmaal heeft leren appreciëren, wordt daarna alleen maar gegrepen door de bijna meditatieve werking van dezelfde muzikale patronen die keer op keer herhaald worden. Dit klinkt misschien abstract, maar denk maar aan de typische mantra-muziek: een van oorsprong hindoeïstische muzieksoort waarbij nummers vaak bestaan uit één spreuk of passage die constant wordt herhaald om een meditatief – en misschien zelfs transcendentaal – effect te creëren. Er valt genoeg voor te zeggen om noise-muziek op een vergelijkbare manier op te vatten. Een interessant voorbeeld hiervan zijn William Basinski’s prachtige en hypnotiserende Disintegration Loops. Om deze te maken, liet Basinski een oude tape met ambient-muziek continu opnieuw afspelen, waarbij de tape na iedere ronde een beetje beschadigd raakte. Hierdoor klinkt de muziek gedurende de loop (die ongeveer een uur duurt) steeds meer ‘beschadigd’, zodanig dat er aan het einde van de plaat alleen nog maar een ruisend en nasmeulend restant achterblijft van de oorspronkelijke muziek. Hoe gek het misschien ook mag klinken: noise-muziek kan enorm rustgevend, verleidelijk meditatief en daarmee soms gewoonweg ontzettend mooi zijn. Dat ‘rustgevende’ en ‘mooie’ kan misschien lastiger gezegd worden van de meest extreme takken van de noise, de industrial noise, power electronics of de harsh noise: ongetwijfeld de vreemdste eenden in deze al avontuurlijke bijt. De muziek van bijvoorbeeld Merzbow klinkt zonder overdrijven als het static-beeld van je oude televisie – alleen dan net nog een tandje ruiger. Waar sommige noise-muziek nog overduidelijk leunt op verscheidende traditionele muzikale elementen, zijn het deze extreme subgenres die alle definities van muziek definitief op de proef stellen. Hierbij is het vaak niet eens de esthetische waarde, maar vooral de meedogenloze en agressieve rauwheid van deze muziek die een aantrekkingskracht heeft op fans. Hoewel een dimensie van emotie op het eerste gezicht misschien moeilijk te vinden is in deze onaangename bakken herrie, is het ook niet moeilijk voor te stellen dat dit soort muziek het resultaat is van een artiest die de muziek gebruikt als uitlaatklep van zijn of haar rauwe en pure emoties. Deze oprechtheid is ook terug te zien in het overduidelijk anticommerciële karakter van deze vorm van muziek. Dit soort muziek maakt men niet om rijk te worden of arena’s plat te spelen – dit soort muziek maakt men puur vanwege de kunstzinnige of expressieve boodschap.

Wanneer we het hebben over emotie en boodschap in muziek, is er een onderscheid te maken tussen twee kanten van het verhaal: de boodschap en emotionele waarde die een artiest zelf in zijn of haar muziek stopt, en de boodschap en emotionele waarde zoals die wordt ervaren door de luisteraar. Deze twee verschillende belevingen van hetzelfde kunstobject hoeven niet overeen te komen met elkaar, en vragen zodoende eigenlijk om verschillende analyses. Een maker kan de intentie hebben gehad de muziek te gebruiken als een soort uitlaatklep van een bepaalde boodschap of emotie – hierbij is het een feitelijk gegeven dat deze waarde verborgen zit in de muziek. Het interessante is nu juist dat een luisteraar de muziek vervolgens geheel op zijn of haar eigen wijze ervaart – een subjectieve indruk die juist per definitie nooit helemaal te doorgronden is.

Misschien betekent dat laatste wel dat de eindhalte van de zoektocht naar de muzikale waarde van noise-muziek altijd wat in het mysterieuze blijft. Wat wél duidelijk is, is dat de noise-muziek misschien uitdagend, maar tegelijkertijd breed, gevarieerd en bovenal bruisend is. De muzikale filosofie achter noise-muziek en de toepasbaarheid van noise mag dan verschillen per muzikale context, maar tegelijkertijd is het duidelijk dát er een brede toepasbaarheid en een duidelijke muzikale filosofie te vinden is achter deze extreme en ogenschijnlijk meedogenloze soorten muziek. De ware waarde die een luisteraar hecht aan deze muziek, is als zijnde een subjectieve ervaring lastig vast te stellen en blijft misschien wel altijd in het ongewisse. Des te meer reden om zelf eens een duik te nemen in de fascinerende wereld van de noise-muziek.

Nieuwsgierig geworden naar de muziek? Naast de tips in de kantlijn heeft Sybolt een Spotify-lijst samengesteld met een greep uit de gevarieerde canon van de noise-muziek. Check hem hier:

Facebooktwittertumblrmail

Sybolt is vierdejaarsstudent filosofie en zal dit collegejaar zijn bachelor afronden. In z’n vrije tijd loopt hij bijna constant rond met een koptelefoon op zijn hoofd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *