Alle berichten van Myrthe van den Hoed

Myrthe is eerstejaarsstudente filosofie en een groot fan van Herakleitos, pindakaas en nadenken over de absurditeit van het bestaan – drie dingen die overigens uitstekend te combineren zijn.

De allegorie van het winkelkarretje

Oké, misschien is dit enigszins apart, maar ik voel een vreemd soort sympathie voor verlaten objecten – waaronder winkelkarretjes. Iets aan het mistroostige beeld van een winkelkarretje-waar-niet-meer-mee-gewinkeld-wordt geeft me een vaag gevoel van treurigheid dat ik maar moeilijk van me af kan schudden. Het winkelkarretje is anders, is niet op zijn plaats in de nieuwe omgeving waarin het zich vindt (meestal een afgelegen stuk stoep of een uithoek van het gemeenteplantsoen) en straalt deze misplaatstheid dan ook uit. Bij het zien van het achtergelaten winkelkarretje schudden mensen afkeurend hun hoofd en vragen zich af waar het heengaat met de wereld. Maar niemand vraagt zich af waar het winkelkarretje heengaat. Waarschijnlijk gaat het helemaal nergens meer naartoe, maar dat is nu juist het punt. Het is een doelloos object geworden, een metaforische doorn in het oog van de aanschouwer. Maar in plaats van het winkelkarretje alleen als een obstakel te zien, is het misschien interessanter om je af te vragen hoe het hier in de eerste plaats is gekomen, welk verhaal er achter het winkelkarretje schuilt. Is het achtergelaten door een luie winkelganger? Of is het als omega verstoten door de roedel? Verbannen door de karretjeskudde werd het misschien gedwongen om een eigen weg te zoeken, een zin te geven aan zijn bestaan zonder de sturende hand van de kordate Albert-Heijnbezoeker die weet wat hij wil in het leven (pindakaas! – maar dan wel zonder stukjes, want die krijg je nooit meer tussen je tanden weg). Maar hoe kan het winkelkarretje zijn weg vinden in de wereld als het enkel het helder verlichte gangpad van de supermarkt heeft bereden, waar behulpzame bordjes altijd aangaven waar de eerstvolgende afslag naar toe leidde? Geen wonder dat het de weg is kwijtgeraakt (of überhaupt nooit gevonden heeft).

Nu staat het winkelkarretje in het gras. Alleen. De spaken verroest, de wielen verzand; zelfs als het ergens heen zou willen zou dit een onmogelijke opgave zijn. Weg uit de veilige omgeving van de supermarkt wordt het geteisterd door weer en wind en in de loop van tijd heeft het karretje zijn glans verloren. Hoe vult een winkelkar de dagen, nu het niet meer de boodschappen van anderen hoeft te dragen? De fysieke last van de supermarktproducten is vervangen door de existentiële last van het bestaan, die moeilijker te dragen – of te verdragen– is. Het winkelkarretje is leeg en dit komt niet alleen maar door de afwezigheid van boodschappen. Maar zo’n metafysisch gat schreeuwt om opvulling, moet zo snel mogelijk worden dichtgestuukt met iets, wat dan ook. En dus laadt het karretje zich vol met de loze dingen die het om zich heen vindt. Maar hoe voller het raakt, hoe leger het zich voelt. Want hoe kan je betekenis onttrekken aan betekenisloze objecten? Niets kan uit niets komen.

De avond valt. In het flauwe schijnsel van de lantarenpalen staat het winkelkarretje er desolaat bij. De chaotische verzameling van spullen, die de inhoud van het karretje vormt, doet niets om de opkomende duisternis te verdrijven.

Foto door Ayla van den Hoed
Foto door Ayla van den Hoed