Alle berichten van Jochem Dijkstra

Jochem maakt sinds 2013 deel uit van de redactie, en was de afgelopen twee jaar tevens eindredacteur.

Filosoferen vanuit je Ikea-fauteuil Een kleine inleiding inwaarts

Sinds kort werkt de Qualia samen met De Leesclub van Alles, het nieuwe initiatief van Roeland Dobbelaer, oprichter en ex-hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Deze week plaatste dit platform voor wetenschappelijke en culturele boekbesprekingen een Qualia-artikel van Jochem Dijkstra, waarin hij zich buigt over ex-cultuurfilosofiedocent Thijs Lijster zijn essaybundel De grote vlucht inwaarts.

Lees en huiver.

De filosofie van Herman Finkers Over humor, kunst en religie

Herman Finkers staat bekend om zijn theaterprogramma’s en zijn liedjes, zijn grappen en zijn grollen. Als filosoof heeft hij daarentegen minder bekendheid verworven. Niet zo vreemd; de filosofische momenten in zijn shows laten zich gemakkelijk begrijpen als ‘niet meer dan cabaret’ en tijdens interviews komen filosofische onderwerpen maar zelden aan bod. Het is hierdoor lastig om een concreet beeld te vormen van zijn vermeende filosofie. De taalfilosofie van Wittgenstein blijkt echter een geschikt middel om deze uitdaging het hoofd te bieden.

Door Jochem Dijkstra

De Twent Herman Finkers is naar eigen zeggen grappenmaker van beroep. Cabaretier noemt men het ook wel. Volgens Finkers is een cabaretier iemand die mensen aan het denken zet over taboes die heersen in de samenleving. Zo heeft hij bijvoorbeeld zijn vrouw al dikwijls aan het denken gezet over vrijwillige euthanasie. Dit jaar is de eer aan deze grappenmaker om de oudejaarsconference te verzorgen. Een mooie gelegenheid om stil te staan bij de overeenkomsten tussen zijn gedachtegoed en dat van een andere meester in het spelen met taal, Ludwig Wittgenstein. Toegegeven, op het eerste gezicht lijkt een verband leggen tussen de ideeën van een Nederlandse cabaretier en die van een taalfilosoof uit de vorige eeuw wat arbitrair, maar wanneer je de filosofische uitlatingen van Finkers naast de taalfilosofie van Wittgenstein legt, wordt duidelijk dat dit verband goed ingezet kan worden om Finkers beter te begrijpen. De verschillende filosofische uitspraken die Finkers doet in theaterprogramma’s en interviews blijken namelijk ineens verrassend samenhangend zodra je Wittgenstein als referentiekader neemt. Lees verder De filosofie van Herman Finkers Over humor, kunst en religie

Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

De rubriek ‘O Jee, wat nu?!’ is sinds jaar en dag een briefwisseling waarin vragen worden beantwoord, gemoederen worden gesust en zorgen worden verlicht. Ditmaal komt de hulpkreet van een radeloze student die door het uitdunnen van het wijsgerig vakkenpakket aan de Groninger filosofiefaculteit nauwelijks meer kan communiceren met zijn jongere medestudenten. Het antwoord komt van een autoriteit: wie kan immers beter duiden wat er mis is met het ontbreken van deze  continentale traditie dan onze laatste hoogleraar cultuurfilosofie, prof. dr. René Boomkens?

Beste René Boomkens,

Ik heb mijn cultuurfilosofisch vocabulaire in quarantaine geplaatst. Er zat niets anders op. Als ik het over aura’s had dan dachten mijn medestudenten dat ik teveel Astro-tv had gekeken, als ik daarna ook nog aankwam met ‘the medium is the message’, dan wisten ze het zeker.

Na uw vertrek als hoogleraar cultuurfilosofie heb ik lijdzaam toegekeken hoe tijdens kantinegesprekken en STUFF-borrels cultuurfilosofische termen steeds vaker onbegrepen bleven. Terwijl de faculteit zich verder afsluit van alle filosofie die niet gereduceerd kan worden tot definities of formules, gebruik ik mijn gereedschapskist voor het denken alsmaar eenzijdiger. Het scheermes van Ockham, het spuitbusje met Putnams XYZ en Wittgensteins taalspel worden regelmatig gebruikt, maar mijn cultuurfilosofisch begrippenapparaat ligt (samen met Nietzsches hamer en Habermas’ blauwe monster) ergens onderin mijn gereedschapskist stof te verzamelen. Inmiddels ben ik vergeten hoe het te gebruiken. Lees verder Een briefwisseling met René Boomkens O jee, wat nu, wat is cultuurfilosofie ook alweer?!

Objectieve seksualiteit Wanneer sigaren echt sigaren zijn

“Pap. Mam. Ik moet jullie iets vertellen.” Er is nu geen weg meer terug, maar je vindt de juiste woorden niet en het duurt te lang. “Schat, je mag ons alles vertellen.” Je hoofd ruist en alles lijkt ver weg. “Ik ben anders,” hoor je jezelf ineens zeggen. Je moeder pakt je handen en oppert voorzichtig: “Wil je ons misschien vertellen dat je homo bent?” Je zucht. “Nee, mam, dat is het niet. Ik ben verliefd op de Eiffeltoren.”

Door Jochem Dijkstra

In het algemeen wordt het als problematisch bestempeld wanneer de partner in een seksuele relatie als object wordt afgedaan. Er bestaan echter ook mensen voor wie geldt dat hun partner een object is. Erika Eiffel bijvoorbeeld kwam niet toevalligerwijs aan haar achternaam; in 2007 trouwde zij namelijk met de Eiffeltoren. Mensen als Erika voelen zich seksueel aangetrokken tot objecten en noemen zichzelf daarom objectumseksueel. Deze toch wel exotische seksuele voorkeur staat erg ver af van de manier waarop de meeste mensen seksualiteit ervaren en is juist om die reden interessant voor kennis over seksualiteit in het algemeen. Want ondanks de grote verschillen worden homo-, hetero- of objectumseksualiteit allemaal als seksualiteit ervaren. Wat is dan het gemeenschappelijke vlak dat ze delen waardoor ze toch allemaal onder het kopje ‘seksualiteit’ kunnen vallen?

Lees verder Objectieve seksualiteit Wanneer sigaren echt sigaren zijn

Hoera, ik ga dood Over mijn lijk en betekenis

Iedereen gaat dood. Niet bepaald een vernieuwende notie, maar toch staan we niet vaak stil bij de ultieme consequentie hiervan. Als mensen het over de dood hebben, spreken ze vooral over de onpersoonlijke dood van iemand anders. Veel minder zijn we geneigd na te denken over onze eigen dood. En dat terwijl deze persoonlijke dood ons des te meer aangaat en daarom misschien wel veel interessanter is. Hoogste tijd dus om deze persoonlijke dood eens onder de loep te nemen.

Door Jochem Dijkstra

Woorden werken in het algemeen het best als ze zeggen wat ze bedoelen. Een ligfiets is een fiets waarop je ligt, een café is een plek waar je koffie haalt en de Lingo-tas is een tas die je bij Lingo mee naar huis mag nemen als bij de laatste zevenletterwoorden je milde dyslexie op begint te spelen. Helder en duidelijk. Woorden als deze houden de taal opgeruimd en overzichtelijk. Ik vraag me daarom af wat het woord ‘doodgewoon’ in ons vocabulaire te zoeken heeft. Normaal gesproken vinden wij de dood namelijk helemaal niet zo gewoontjes. Een beschrijving van de dood als ‘het meest ingrijpende dat je kan overkomen’ komt al wat dichter in de buurt. De aanduiding ‘gewoon’ gebruiken we juist als we iets gebruikelijk of alledaags vinden en dat lijkt in het geval van de dood niet op zijn plaats. Doodgaan doen we in het algemeen maar één keer en in de tussentijd doen we ons stinkende best haar op zo groot mogelijke afstand te houden. Aan de andere kant zou je kunnen stellen dat sterven de normale gang van zaken is: levens hebben nu eenmaal de tendens vroeg of laat in een sterfgeval te resulteren. De dood ‘gewoon’ noemen schept dus een hoop onduidelijkheid. Hoe moeten we de dood dan wel begrijpen?

Lees verder Hoera, ik ga dood Over mijn lijk en betekenis

Liberalisme als vernieting van vrijheid De eendimensionale bewoner van de liberale wereld

Vrijheid geldt als een van de speerpunten in de hedendaagse maatschappij, maar betekent een liberale samenleving ook dat zij vrij is?

Door Jochem Dijkstra

Cultureel liberalisme

Liberalisme is in de negentiende eeuw ontstaan als protest tegen het absolutisme. Men wilde het heft in eigen hand nemen en zich niet langer de les laten lezen door een selecte groep uitverkorenen. Enkele van de kernbegrippen van dit liberalisme waren daarom individualisme, gelijkwaardigheid en vrijheid. In dit essay wil ik een weergave geven van hoe deze waarden in het huidige tijdsbestek onderling kunnen botsen.

Lees verder Liberalisme als vernieting van vrijheid De eendimensionale bewoner van de liberale wereld