Adam ou l‘optimisme De Alwetende Verteller

“Here it says that you’re evil. It’s rude to write that on a person’s CV. Are you really evil?”
“…”
“I didn’t think so. Because there are no evil people. We don’t believe in that. If you only look for evil, then the world is evil. But you can try to focus on the silver lining as we do here. That makes everything easier.”

Door Justin Warners

InAdam’s Æblervolgen we Adam. Adam is een neonazi die als straf voor een of ander misdrijf ter rehabilitatie naar een kerk op het platteland wordt gestuurd. De plaatselijke priester, Ivan, vraagt hem om voor zichzelf een doel te stellen dat hij wil bereiken tijdens zijn verblijf. Adam denkt het zich makkelijk te maken; hij kiest ervoor om een appeltaart te bakken, met appels uit de boom in de kerktuin. Zodra hij aan de slag gaat, loopt alles echter in de soep. De oven ontploft, kraaien vallen de appels aan en uiteindelijk maakt een bliksemschicht zelfs korte metten met de hele boom. Volgens Ivan zijn dit beproevingen van God, en als de symmetrie met het verhaal van de Bijbelse Job nog niet duidelijk is, helpt de film een handje door deze expliciet aan te wijzen. Toch heeft de film ook een sterke link met een ander oud boek: Ivan lijkt heel erg op Pangloss uit Voltaires Candide of het optimisme. Deze link is subtieler, maar verdient het juist daarom eens onder de loep genomen te worden. Laten we bij het begin beginnen, en nagaan wie Ivan en Pangloss eigenlijk zijn.

Ivan

Uit de quote hierboven, het ‘intakegesprek’ van Adam bij de kerk, zou je op kunnen maken dat Ivan simpelweg een optimist is in de gebruikelijke zin van het woord; hij probeert de nadruk te leggen op het goede in de wereld en de mensen en zich niet blind te staren op wat er allemaal misgaat. Hij biedt, naast Adam, onderkomen aan meer figuren die op zijn zachtst gezegd niet helemaal in de gewone wereld passen. Zo is er Khalid, die dwangmatig Statoil-tankstations overvalt omdat dit bedrijf zijn vaders land heeft afgepakt voor olie (of tenminste, omdat hij hier heilig van overtuigd is). Verder hebben we de alcoholistische Gunnar, die altijd dronken is en als hij dronken is maar beter niet bij vrouwen in de buurt gelaten kan worden. Ivan biedt hen een veilige haven, waar alleen hun goedheid gezien wordt. Je zou tot zover kunnen denken dat hij met zijn positieve instelling goed werk verricht. Maar zoals je al vermoedt, kun je dit oordeel misschien beter nog even opschorten.

Ivans optimisme gaat veel verder dan een rooskleurige bril waardoor hij een mooiere wereld ziet. Het vertekent zijn blik namelijk compleet. Hij vertelt bijvoorbeeld enthousiast over hoe zijn zoon er nooit van te weerhouden is lekker te voetballen en rond te huppelen. Even later zien we dat die zoon in een rolstoel zit die hij zelf niet eens kan besturen en geen zinnig woord uit kan brengen. Als Poul, een oud kampbeul uit een concentratiekamp die vaak naar Ivans preken kwam, op zijn sterfbed ligt, vertelt Ivan hem dat niemand nog iets geeft om wat hij heeft uitgespookt, en dat hij beter kan denken aan “iedereen die zo veel om hem geeft en al zijn mooie herinneringen”.

De getormenteerde Poul verklaart hem voor gek, en sterft. Op zijn begrafenis zegt Ivan dat Pouls laatste woorden “Ik ben niet bang, ik ben er klaar voor” waren, vrijwel het omgekeerde van wat hij echt zei.
Het is duidelijk dat Ivan niet zomaar een doornseeoptimist is, maar een haast schizofrene verhouding tot de werkelijkheid heeft. Alles wat bij hem binnenkomt, interpreteert hij zo veel mogelijk als een zegen, een overwinning van het goede. Het zal je nu ook niet meer verrassen dat Khalid, terwijl hij in de kerk woont, nog steeds vrolijk doorgaat met het beroven van stations. Gunnar laat Ivan zijn ‘hoestsiroop’ inkopen, die verkocht wordt in verpakkingen die verdacht veel op whiskyflessen lijken. Volgens Ivan is alles en iedereen goed, en als iemand iets heeft misdaan, heeft hij zijn leven al gebeterd. Dit is niet altijd even makkelijk te verzoenen met de werkelijke stand van zaken, maar als iemand het kan is Ivan het wel.


Pangloss
Om het personage van Pangloss goed te begrijpen, kan het geen kwaad om eerst even de context van Candide op te frissen. Voltaire schreef dit werk, onder andere, als reactie op Leibniz’ theorie van onze wereld als de best mogelijke wereld. Deze theorie verenigt het idee van een almachtige en goedwillende God met een wereld waarin kwaad bestaat, door te stellen dat de wereld niet beter geschapen had kunnen zijn. Leibniz bedoelde hiermee dat ons universum met zo weinig mogelijk regulerende wetten en principes zo veel mogelijk variatie toestaat. Op dit punt is Leibniz vaak verkeerd begrepen. De heersende misvatting is dat Leibniz bedoelde dat deze wereld vanuit moreel perspectief ook ideaal is, dat alles altijd helemaal perfect volgens goddelijk plan verloopt. Ook Voltaire maakt zich aan deze misvatting schuldig, en laat in Candide Pangloss optreden als vertegenwoordiger van het zogenaamd Leibniziaanse optimisme. Tot zover de opfriscursus.

Candide, de hoofdpersoon, is de zoon van een baron die door Pangloss onderwezen wordt in ‘metafysisch-theologische cosmolonnozologie’. In de eerste pagina’s wordt het kasteel van Candide aangevallen, waardoor hij met Pangloss op de vlucht moet slaan. Vanaf dat punt beleeft het stel allerlei avonturen, met als rode draad rampspoed en onheil. Hoezeer ze ook opgelicht, afgerost en weggedreven worden, Pangloss blijft vasthouden aan zijn idee dat onze wereld perfect is.

Enfin, de gelijkenis tussen Pangloss en Ivan is helder; beiden leven in de echte, harde wereld een leven dat lang niet over rozen gaat en beide blijven tegen beter weten in vasthouden aan hun optimisme. Toch zijn er ook interessante verschillen tussen Pangloss en Ivan. Deze verschillen hebben vooral te maken met de plaats die ze innemen binnen hun respectievelijke narratieven. Om deze plaats te interpreteren, kunnen we het beste kijken naar de manier waarop de blije dwazen worden beschouwd door hun tegenspelers, en naar de climax van beide verhalen.

Candide en Adam
In Candide is het felle oordeel over Pangloss’ vertekende wereldbeeld vanaf het begin zonneklaar. Candide zelf begint maar laat te twijfelen aan zijn leermeester, maar al ver voor dat moment is het voor de lezer duidelijk dat hij onzin uitkraamt. Er wordt eigenlijk constant, zelfs door de situaties waarin Voltaire hem neerzet, de spot met Pangloss gedreven. Het einde is in dat opzicht ook weinig verrassend: Candide is eindelijk overtuigd dat grootse theorieen over de goedheid van het universum weinig nut hebben, en het boek sluit af met de inmiddels beroemde zin ‘laten we onze tuin bewerken’. Het optimisme wordt verworpen voor een pragmatische houding en daarmee is de kous af. Voltaires boodschap is helder: we mogen het met z’n allen eens zijn dat Pangloss het mis heeft en dat het belachelijk is om te doen alsof de wereld beter is dan die echt is.

In Adam’s Æbler lijkt het lang alsof we richting dezelfde boodschap bewegen. Ook hier staan de gebeurtenissen in de werkelijkheid constant in schril contrast met de visie van Ivan. Schrijver en regiseur Anders Thomas Jensen lijkt zelfs nog harder uit te halen dan Voltaire: waar Pangloss de feiten alleen wat verdraait, spreekt Ivan ze sterk tegen. Daarnaast is Adam een veel sterkere tegenpool dan Candide; Adam gaat vanaf het begin in het verzet tegen Ivans waanbeelden en schuwt er zelfs niet voor de priester flink in elkaar te trappen. Alles lijkt erop te wijzen dat Jensen de klaagzang van Voltaire nog eens (niet zo) dunnetjes overdoet. Het einde van de film verrast dan ook zeer.

Na een aantal wonderlijke gebeurtenissen die ik niet zal verklappen zodat de film het kijken waard blijft, blijkt dat Ivan echt niet te breken is, en besluit Adam zich bij hem aan te sluiten. We gaan een jaar of wat vooruit in de tijd, en Adam’s kale kop is ingewisseld voor een blonde bos haar. Hij draagt dezelfde ietwat suffe maar onmiskenbaar degelijke kleding die Ivan draagt en ze gaan samen op pad om een nieuwe verloren ziel op te halen.

Waar Voltaire afrekent met elke sympathie voor een optimistisch wereldbeeld, laat Jensen ons met vragen zitten. Heeft nu, zoals Ivan zou zeggen, het goede het kwade overwonnen, of laat Adam zich de krankzinnigheid indrijven? Een eenduidig antwoord op zulke vragen zou waarschijnlijk voorbijgaan aan het punt van de hele film, maar voor wat het waard is, hier de nederige mening van uw amateurcriticus: Ivan’s optimisme is een vorm van waanzin, maar in een wereld van waanzinnige vreselijkheden is het lang niet altijd het slechtse omgangsmechanisme. Het alternatief is om, met Candide, te gaan tuinieren. Maar daar houd je geen lekkere appeltaart aan over. En wie wil er nu geen appeltaart?

Facebooktwittertumblrmail

Justin is vijfdejaarsstudent wijsbegeerte en alwetend op het gebied waar de kunsten de filosofie kruisen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *