Je moeder en cheeseburgers Column

Op een filosofiefaculteit doet het bezit van een smartphone eerder af aan je geloofwaardigheid als geleerde dan dat dit hieraan bijdraagt. De tijd doden tijdens saaie colleges – ze bestaan – doe je met oog op je academische loopbaan liever met een vergeten naziwerk van Heidegger dan met ‘grammetjes’ en ‘filoselfies’. De status van de smartphone is nu eenmaal een wat oppervlakkige. Toch is er een keerzijde. Hoewel het schrijven van een invloedrijk filosofisch werk vrijwel onmogelijk is op zo’n schermpje – behalve misschien op de Samsung Galaxy W – kun je met sommige toepassingen je omgeving wel degelijk een belezen dienst bewijzen. Taal is ons intellectuele vervoersmiddel en de smartphone kan een fenomenale rol spelen in therapie voor het afleren van de meest irritante taalgewoonte. Niet stotteren, niet slissen, zelfs geen Groningse tongval, maar onze duivelse stopwoorden kun je met het net zoveel gehate als geliefde apparaatje de kop indrukken. Lees verder Je moeder en cheeseburgers Column

Saamhorigheid en verbrokkeling Een verhandeling over het eeuwige streven naar de gemeenschap

De tijdsgeest waarin wij leven is een die in zeer grote mate de traditie heeft verworpen. Omwille haar eigen volledige autonomie te bevestigen, hebben vorige generaties zich willen bevrijden van een leidraad, datgene wat houvast geeft om zich te kunnen weren tegen de overweldigende realiteit van het bestaan. De verbrokkeling van een overkoepelend geheel betekende het begin van een nieuw tijdperk: de moderne samenleving.

Door Wouter van Staveren

“But what is liberty without wisdom, and without virtue? It is the greatest of all possible evils; for it is folly, vice, and madness, without tuition or restraint.”

Edmund Burke

Een van de vele resultaten van de geboorte van het modernisme is de dood van de hechte, persoonlijke gemeenschap en de geboorte van de geïsoleerde, onpersoonlijke samenleving. Dit onderscheid werd voor het eerst geïntroduceerd door de Duitse socioloog Ferdinand Tönnies in de negentiende eeuw, en zou later veel terug komen in het werk van de Duitse socioloog, Max Weber.1 Vaak ziet de moderne mens de gemeenschap als iets van vroeger, als een sociale structuur die net te veel waarde hechtte aan titels en zeden en bovendien minderheden, zoals vrouwen en buitenstaanders, onderdrukten. Alhoewel deze ideeën met de kennis van vandaag volledig terecht zijn, zijn wij nog niet gerechtigd om de gemeenschap te verwerpen, op basis van een aantal effecten van de gemeenschap die zich door de geschiedenis heen hebben voorgedaan. Integendeel, ik meen dat juist de huidige sociale structuur, oftewel de samenleving, volstrekt onwenselijk is, en dat we moeten streven naar de gemeenschap. Lees verder Saamhorigheid en verbrokkeling Een verhandeling over het eeuwige streven naar de gemeenschap

“En toch is het zonde” Column

Het was een enigszins treurig gezicht, de man die bij de barbecue stond. Terwijl hij met één hand de goedkope speklappen van de Aldi omdraaide, sloeg hij met zijn andere hand een half blikje bier achterover. Op één van de vingers die het blikje Schultenbräu omklemde was duidelijk de witte plek te zien waar ooit een trouwring had gezeten. Zijn vervaalde shirt, bespat met vetvlekken, slaagde er net niet in zijn omvangrijke bierbuik geheel te omvatten waardoor een stukje behaarde huid zichtbaar was boven de riem van zijn korte broek. Zijn waterige oogjes keken me aan. En toen, nadat hij een indrukwekkende boer gelaten had, sprak hij de legendarische woorden: “En toch is het zonde.” Lees verder “En toch is het zonde” Column

Frederick de Grote De filosofische manifestaties van een verlichte monarch

Onder de talloze koningen, keizers en andere geweldenaren die in de loop van de geschiedenis de revue zijn gepasseerd, bevinden zich bar weinig heersers die filosofisch georiënteerd zijn. Dit is eigenlijk best vreemd, omdat de persoon die over het lot van de bevolking, van het eigen land en vaak ook de omringende landen beslist een enorme verantwoordelijkheid draagt. Hoe de heerser moraliteit beschouwt, wat hij onder regeren verstaat en hoe hij ten opzichte van geweld staat is niet alleen cruciaal voor zijn eigen handelen, maar ook voor zijn onderdanen en de toekomst van zijn land. Gezien filosofie gemoeid is met deze vragen lijkt het in theorie een waardevolle toevoeging voor een heerser.

Door Gillis Wiltenburg

In de praktijk lijkt het echter alsof heersen en filosofie twee heel verschillende zaken zijn. Ik ben in ieder geval niet de eerste die met het concept van de filosofenkoning heeft gespeeld. Toch hebben ze bestaan, deze filosofenkoningen. Niet op de wijze zoals Plato ze had voorgesteld, en zeker niet in de getalen die wij als filosofen zouden willen zien (uiteraard). Sterker nog, in de Westerse geschiedenis is er maar één filosofenkoning geweest in de afgelopen eeuwen. We hoeven daar niet over te treuren, want tussen een enorme hoeveelheid matige tot ronduit incompetente en achterlijke alleenheersers behoort deze filosofenkoning tot de schamele groep van de ‘geweldenaren’. Ik spreek hier over de eerste verlichte monarch, bijgenaamd ‘Fritz’ en ‘de Oom van Duitsland’; ofwel Frederick de Grote. Voor degenen die van hem gehoord hebben is het misschien opmerkelijk dat ik Frederick een filosofenkoning noem. De titel van ‘de Grote’ wordt over het algemeen geschonken aan de heerser die het land verrijkt, meestal door middel van succesvolle en intensieve oorlogsvoering. Dit is bij Frederick zeker het geval, maar zoals wordt besproken is de rol die filosofie speelt in zijn leven, heerschappij en strijd zowel onbekend als onbetwist. Ik belicht hoe zijn succes als heerser gepaard ging met zijn liefde voor filosofie.  Lees verder Frederick de Grote De filosofische manifestaties van een verlichte monarch