Adam ou l‘optimisme De Alwetende Verteller

“Here it says that you’re evil. It’s rude to write that on a person’s CV. Are you really evil?”
“…”
“I didn’t think so. Because there are no evil people. We don’t believe in that. If you only look for evil, then the world is evil. But you can try to focus on the silver lining as we do here. That makes everything easier.”

Door Justin Warners

InAdam’s Æblervolgen we Adam. Adam is een neonazi die als straf voor een of ander misdrijf ter rehabilitatie naar een kerk op het platteland wordt gestuurd. De plaatselijke priester, Ivan, vraagt hem om voor zichzelf een doel te stellen dat hij wil bereiken tijdens zijn verblijf. Adam denkt het zich makkelijk te maken; hij kiest ervoor om een appeltaart te bakken, met appels uit de boom in de kerktuin. Zodra hij aan de slag gaat, loopt alles echter in de soep. De oven ontploft, kraaien vallen de appels aan en uiteindelijk maakt een bliksemschicht zelfs korte metten met de hele boom. Volgens Ivan zijn dit beproevingen van God, en als de symmetrie met het verhaal van de Bijbelse Job nog niet duidelijk is, helpt de film een handje door deze expliciet aan te wijzen. Toch heeft de film ook een sterke link met een ander oud boek: Ivan lijkt heel erg op Pangloss uit Voltaires Candide of het optimisme. Deze link is subtieler, maar verdient het juist daarom eens onder de loep genomen te worden. Laten we bij het begin beginnen, en nagaan wie Ivan en Pangloss eigenlijk zijn.

Lees verder Adam ou l‘optimisme De Alwetende Verteller

Jij doet maar wat Zin geven of zin hebben

“Kerkbezoek daalt verder”, zo meldde de NOS afgelopen maand. Dat nieuws is allesbehalve nieuw: op deze faculteit weten wij als geen ander dat de Heer al een tijdje het leven heeft gelaten. Ook ondergetekende was ooit godvrezend, maar heeft dat helaas niet vol weten te houden.

In mijn jaren als zelfingenomen en graag provocerende puber was het wel anders, maar het laat mij tegenwoordig koud of iemand voor een geloof kiest in de waarheid van een boek, de wetenschap of desnoods een gezelligheidsvereniging. Als student van de geschiedenis van de Ideeën zet het nieuwsbericht mij echter aan het denken. Het is toch mijn intuïtie dat het handig is voor ‘men’ om een Idee aan te hangen. Een levensbeschouwelijke opvatting geeft in theorie de broodnodige context aan onze activiteiten. Je wilt toch een soort verklaring voor al die uren studie, werk, gedraaide wasjes en bezoekjes aan het strand. Een ‘groot verhaal’ zoals dat volgens Lyotard niet meer bestaat. Maar voor wie zijn die grote verhalen eigenlijk? Met alle respect, maar de manier waarop zo’n Fransman de menselijke bezigheden duidt verandert niets aan wat mensen doen. Een ongelovige wendt zich in nood niet snel tot het gebed, maar leeft hij daar kwalitatief anders door?

Lees verder Jij doet maar wat Zin geven of zin hebben

Hoera, ik ga dood Over mijn lijk en betekenis

Iedereen gaat dood. Niet bepaald een vernieuwende notie, maar toch staan we niet vaak stil bij de ultieme consequentie hiervan. Als mensen het over de dood hebben, spreken ze vooral over de onpersoonlijke dood van iemand anders. Veel minder zijn we geneigd na te denken over onze eigen dood. En dat terwijl deze persoonlijke dood ons des te meer aangaat en daarom misschien wel veel interessanter is. Hoogste tijd dus om deze persoonlijke dood eens onder de loep te nemen.

Door Jochem Dijkstra

Woorden werken in het algemeen het best als ze zeggen wat ze bedoelen. Een ligfiets is een fiets waarop je ligt, een café is een plek waar je koffie haalt en de Lingo-tas is een tas die je bij Lingo mee naar huis mag nemen als bij de laatste zevenletterwoorden je milde dyslexie op begint te spelen. Helder en duidelijk. Woorden als deze houden de taal opgeruimd en overzichtelijk. Ik vraag me daarom af wat het woord ‘doodgewoon’ in ons vocabulaire te zoeken heeft. Normaal gesproken vinden wij de dood namelijk helemaal niet zo gewoontjes. Een beschrijving van de dood als ‘het meest ingrijpende dat je kan overkomen’ komt al wat dichter in de buurt. De aanduiding ‘gewoon’ gebruiken we juist als we iets gebruikelijk of alledaags vinden en dat lijkt in het geval van de dood niet op zijn plaats. Doodgaan doen we in het algemeen maar één keer en in de tussentijd doen we ons stinkende best haar op zo groot mogelijke afstand te houden. Aan de andere kant zou je kunnen stellen dat sterven de normale gang van zaken is: levens hebben nu eenmaal de tendens vroeg of laat in een sterfgeval te resulteren. De dood ‘gewoon’ noemen schept dus een hoop onduidelijkheid. Hoe moeten we de dood dan wel begrijpen?

Lees verder Hoera, ik ga dood Over mijn lijk en betekenis