What about Wilma Holbewoonster in de hoofdstad

Een jaar lang leven als holbewoonster. Oud-filosofiestudente van de RUG Marianne van Dijk probeert het. Vorig jaar heeft ze zich al bewezen door het honderd dagen vol te houden, en wegens enthousiasme en interesse heeft ze er een jaar aan toegevoegd. Ik bracht een bezoekje aan de grot.

Door Josselin Snoek

Anders dan de meeste grotten was deze gelegen in het hart van Amsterdam. Na het aanbellen kwam er een meisje in een rode wollen coltrui en een lichtroze broek de trap af. Deze holbewoonster was verassend goed voorbereid op de Hollandse winters. Aan haar voeten trof ik wollen sokken aan, hoewel ik wist dat ze lopen blootsvoets deed. Twee trappen later vonden we haar grot. “Ook een pannenkoekje? Ik heb nog niet geluncht.” De grot was crèmewit gekleurd en in twee hoeken was er voorzichtig begonnen aan een rotsformatie. Van een echte grot zal het niet komen. “Het is toch een huurhuis hè.” De pannenkoek was gemaakt van speciaal graan, een oermens volgt immers een oerdieet. Ik had bestek, haar bestek dacht ik, want zij at met haar handen. Later kreeg ik door dat met haar handen eten part of the deal was. Even keek ze om de tijd in de gaten te houden op haar telefoon, welke ze deze maand bij wijze van proef verder niet gebruiken zou. “Ik wil nog proberen een tijdje zonder klok te leven,” zei ze, “maar als ik nu moet gaan vertrouwen op de zon om op tijd naar mijn oppaskinderen te gaan, dan gaat dat de mist in. Zullen we maar beginnen dan?”
Lees verder What about Wilma Holbewoonster in de hoofdstad