Bravery, Repetition & Noise Over de schoonheid van de veel te luide herrie

Toen een goede vriend van me een elpee van de noise-band Brighter Death Now had gekocht, grapte hij dat de muziek goed samenging met het gezoem van zijn stofzuiger. Dit bleek eigenlijk helemaal geen grap te zijn: de herrie van zijn stofzuiger stelde nauwelijks iets voor in vergelijking met de donkere en luid penetrerende ruis die uit zijn stereospeakers schalde. Mensen die niet zo’n fan zijn van luide rock- of metalbands noemen dat soort bands al gauw ‘herrie’ – hoe zouden zij wel niet reageren op een lesje noise-muziek?

Door Sybolt Friso

Zoals menig filosofiestudent wel zal begrijpen, is het nog verrassend lastig – zo niet onmogelijk – om een breed en gevarieerd begrip als ‘muziek’ eenduidig te definiëren. Dit blijkt bijvoorbeeld al uit de verhitte discussies die filosofen van de muziek met elkaar voeren over de precieze betekenis van dit basisbegrip. Tegelijkertijd verraadt een kleine glimp op de pagina The Philosophy of Music van de Stanford Encyclopedia of Philosophy dat er wel een voorzichtige eensgezindheid bestaat over in ieder geval bepaalde essentiële eigenschappen van muziek. Het gaat hierbij vaak om aspecten als ‘melodie’, ‘ritme’, ‘harmonie’, ‘toon’, noem maar op. Hieruit wordt wel duidelijk (als dat intuïtief al niet zo was) dat we muziek doorgaans vooral luisteren omdat dit soort aspecten ons een fijne luisterervaring geven; we genieten van een mooie harmonie, een prettige melodie, een pakkende hook, en kunnen ons misschien nauwelijks muziek voorstellen zonder dit soort basiseigenschappen.

Dat maakt het des te interessanter dat artiesten binnen de noise-muziek expres en expliciet botsen met deze basale eigenschappen van muziek. Noise-muziek klinkt vooral genadeloos luid, smerig, confronterend en onprettig, is veelal aritmisch en dissonant, en catchy hooks zoals in de pop- en rockmuziek zijn vaak al helemaal ver te zoeken. Toch is het een muzikaal subgenre dat, in vele soorten en maten, een razende populariteit kent. Dat roept vragen op. Waar komt noise-muziek vandaan, waarom genieten luisteraars van noise-muziek en wat voor rol kan noise spelen in de muziek? Kortom, wat is de muzikale waarde van noise-muziek?

Lees verder Bravery, Repetition & Noise Over de schoonheid van de veel te luide herrie

Sybolt is vierdejaarsstudent filosofie en zal dit collegejaar zijn bachelor afronden. In z’n vrije tijd loopt hij bijna constant rond met een koptelefoon op zijn hoofd.

Socrates als Sofist Waarom Socrates Gorgias imiteert in Plato’s Gorgias

 

Plato staat bekend als iemand die de sofistische stijl verafschuwt. Deze bijna poëtische stijl is gericht op het overtuigen van mensen in plaats van het helder weergeven van argumentatie. In zijn dialoog de Gorgias kiest hij er toch voor om deze stijl te volgen. Hij kiest hiervoor de stijl van de sofist Gorgias van Leontini. Waarom gebruikt het personage Socrates deze stijl?

Door Linda Ham

Plato (±429-347 v.Chr.) is één van de bekendste filosofen uit de Oudheid. Hij hield zich bezig met een grote verscheidenheid aan onderwerpen, van ethiek tot epistemologie. Hij schreef dialogen waarin vaak andere filosofen voorkwamen, waaronder Socrates (Plato’s docent) en verscheidene sofisten. Deze sofisten, die leefden in de 5de eeuw v.Chr, waren docenten die rondreisden in Griekenland en zich voornamelijk richtten op de kunst van het publiek spreken. De uit Sicilië afkomstige Gorgias van Leontini (±485-380 v.Chr.) was één van de eerste sofisten. Hij werd in Athene bekend als redenaar door de uitvoerig gestileerde, duidelijk door de poëzie beïnvloede stijl die hij hanteerde. Een aantal van de door hem gebruikte stijlfiguren zou later bekend worden als de Gorgiaanse stijlfiguren.

Lees verder Socrates als Sofist Waarom Socrates Gorgias imiteert in Plato’s Gorgias

Linda volgt de Research Master Filosofie (Geschiedenis Filosofie)

De kleur van de lucht

Over kleur, taal, onze ervaring van de wereld en de samenhang van deze drie, met in de hoofdrol een raadsel over een klein meisje en de kleur blauw.

Door Berend Pot

Ik zag laatst op een oude barometer twee mogelijkheden: ‘Regen’ en ‘Mooi’ Nu vind ik dat een grauwe, regenachtige dag ook heel mooi kan zijn, maar blijkbaar hebben we ooit besloten dat dat niet zo is. Het weer is alleen mooi als de zon schijnt, het droog is, en de lucht mooi helder is. Op het moment dat ik dit schrijf, is het buiten sinds lange tijd weer ‘mooi’ weer. We hebben sinds de laatste oliebol met smart en klaagzang zitten wachten op dit moment, en we zullen ervan genieten totdat we, geprikkeld door de eerste herfstblaadjes, weer beginnen te fantaseren over de gezellige chocoladeletters en kerststollen.

Dit mooie lente- en zomerweer gaat doorgaans gepaard met een mooie, heldere, blauwe lucht. Wie heeft er niet eens op zijn rug in het gras gelegen, naar de wolken gekeken, en zich verwonderd over die mooie, diepblauwe lucht?

Toch is er iets eigenaardigs aan die blauwe lucht.

Lees verder De kleur van de lucht

Berend Pot is derdejaars student filosofie

Kleurplatenwedstrijd

Omdat het thema van de laatste Qualia van dit jaar kleur is, hebben we een heuse kleurplatenwedstrijd uitgeschreven. De prachtige prent hieronder is van Elisa-Jai Huesken. Zoek je mooiste krijtjes, viltstiften en potloden en verbluf ons met je creatieve talent. Het resultaat daarvan kun je VOOR  30 september in het postvakje van de Qualia leggen. Veel kleurplezier!

 

Dit artikel is geschreven door een gastauteur. Schrijf ook voor de Qualia! Kopij kan gestuurd worden naar de redactie via fil-qualia@rug.nl.

Vergeten filosoof Nicolás Gómez Dávila: een reactionaire kluizenaar

Wie reactionair is, is zo-ie-zo fout bezig. Of toch niet? Een paar maanden geleden las Wouter voor het eerst het werk van de reactionair Nicolás Gómez Dávila. En elke zin die hij las prikkelde hem of confronteerde hem met een ongemakkelijke waarheid – wat ons betreft hét teken van een belangrijke filosoof. Is de tijd dat we reactionairen simpelweg kunnen negeren dan voorgoed voorbij? 

door Wouter van Staveren 

Colombia: het land is reeds modern geworden. Als we ons denkbeeldig naar Bogotá verplaatsen, dan worden wij geconfronteerd door opzichtige, nieuwe winkels, ontelbaar veel kantoorgebouwen, het gebrom van auto’s, en even verderop het kabaal van de inwoners zelf, waarvan velen zich in de meest extravagante kledij hebben gedost, het is immers carnaval, dus alles is toegestaan. Hoe losbandiger hoe beter, op deze dag is het vulgaire heilig, vooral de (mooie) danseressen. Kijk ze eens dansen! (Houdt het dan verdomme nooit op?) 

Lees verder Vergeten filosoof Nicolás Gómez Dávila: een reactionaire kluizenaar

Wouter is derdejaarsstudent wijsbegeerte en is sinds twee jaar redacteur.

Hiep hiep hoera voor voorzitter Duisenberg

Beste meneer Duisenberg,

Allereerst wil ik u feliciteren met uw aanstelling als voorzitter van de Vereniging voor Universiteiten (VSNU). U bent zich er vast van bewust dat uw aanstelling niet onomstreden was en ik moet toegeven dat ook ik een petitie heb ondertekend waarin uw voorzitterschap afgewezen werd. Dit lijkt misschien voorbarig aangezien u nog geen kans hebt gehad om u als voorzitter te bewijzen, maar ik voelde me hiertoe genoodzaakt vanwege een standpunt dat u al enige tijd verkondigt: ‘Pretstudies’ moeten verdwijnen. Als filosofe-in-wording en dus ‘pretstudent’ kan ik dit niet over mijn kant laten gaan.

Lees verder Hiep hiep hoera voor voorzitter Duisenberg

Ik wil niet lullig zijn Column

Je zit in een barretje met wat bevriende lui rustig aan je drankje te lurken als een volwaardig student. Er komt een persoon voorbij gelopen met een hele stomme, lelijke trui aan. Niet ironisch lelijk, maar echt lelijk, en vies ook. Nu kijkt de minst snuggere van je vriendengroep jou aan, leunt hij naar je toe en fluistert hij: “Ik wil niet lullig zijn, maar die persoon heeft een hele stomme, lelijke trui aan. Niet eens ironisch lelijk, maar echt lelijk, en vies ook.”  

Lees verder Ik wil niet lullig zijn Column

Richard is dichter, leest te veel stripboeken, kijkt veel te veel series en moest huilen aan het einde van de nieuwe Star Wars.

De Harlem Renaissance Emancipatie en de ontwikkeling van een nieuwe zwarte identiteit

De Renaissance bracht in Europa eeuwenlang de hergeboorte van klassieke kunst en filosofie met zich mee. Hierdoor kwamen er culturele en intellectuele ontwikkelingen die vandaag de dag nog invloed hebben. Minder bekend is de gelijknamige opleving van kunst en filosofie die een aantal eeuwen later plaatsvond in Harlem, in de Verenigde Staten. In de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw maakte Harlem een culturele en intellectuele ontwikkeling door. Onder leiding van het idee van de ‘New Negro van Alain Locke (1885 – 1954) ontstond nieuwe kunst en een nieuwe zwarte identiteit. Óók de Harlem Renaissance heeft vandaag nog invloed. 

Door Jan Bant

1865, de Verenigde Staten. Slavernij werd officieel afgeschaft en miljoenen ex-slaven en tegenstanders van de slavernij juichten in vreugde. De vreugde bleek echter van korte duur. Na de afschaffing ontstond er niet direct een vrije en gelijke samenleving, inclusief justice for all. De erfenissen en overblijfselen van de slavernij waren nog duidelijk te merken. Toen in 1896 tijdens de beruchte Plessy v. Fergusonrechtszaak werd bepaald dat blank en zwart gescheiden moesten blijven, werden de zogenaamde Jim Crow-wetten ingevoerd in het Zuiden. Deze wetten bepaalden de rassenscheiding en stelden dat blanken en zwarten, en de voorzieningen waar ze gebruik van mochten maken, ‘separate but equal’ waren. Gescheiden maar gelijk, vergeleken met de slavernij klinkt het niet verkeerd: er is in elk geval gelijkheid. De praktijk leerde echter dat de voorzieningen van de zwarte Amerikanen constant van slechtere kwaliteit waren dan de voorzieningen van hun blanke landgenoten. Daarnaast waren veel ex-slaven nog steeds afhankelijk van de blanke grootgrondbezitters, waren zwarte Amerikanen tweederangsburgers door het ontbreken aan rechten, en kwam lynching niet zelden voor. Kortom, veel zwarte ex-slaven en hun nageslacht in het Zuiden van de Verenigde Staten leefden nog steeds in erbarmelijke omstandigheden, en er was reden genoeg voor zwarte Amerikanen om weg te willen uit het Zuiden. De eerste stap richting de Harlem Renaissance, de grootste bloeiperiode van zwarte Amerikaanse kunst en cultuur, is gezet.    Lees verder De Harlem Renaissance Emancipatie en de ontwikkeling van een nieuwe zwarte identiteit

Jan is vierdejaarsstudent en studeert filosofie en American Studies. Hij is sinds drie jaar redacteur en sinds twee jaar eindredacteur.

Binding genoeg Hoopvolle stadswandelingen in Groningen

In een tijd van Facebookbubbels en angst voor het verliezen van de Nederlandse identiteit is het de vraag hoeveel er nog over is van de sociale binding in het land. Annemarie Kok, docent aan onze faculteit, ziet Groningen in Binding genoeg als een stad die zowat barst van bindingen. Met dit essay plaatst ze zich in een lange traditie van stadsfilosofie, maar, vroeg Maaike Rijntjes zich af, is haar standpunt eigenlijk wel houdbaar?

Lees verder op De Leesclub van Alles

Maaike is tweedejaarsstudent filosofie en op dit moment hoofdredacteur van de Qualia.

Vergeten filosoof: Emil Cioran De profeet van de dood

Veel filosofen zijn rasoptimisten. Ze geloven in waarheid, progressie, en in de goedheid van de menselijke natuur. Maar is dit soort optimisme wel gerechtvaardigd? In dit stuk schrijft Wouter over een denker die zijn hele oeuvre wijdde aan het vernietigen van alle menselijke illusies – inclusief optimisme – om zo de mensheid te waarschuwen voor de gevaren die daarmee intrinsiek verbonden zijn.

Door Wouter van Staveren

There’s no tyrant like a brain.”  – Ferdinand, Journey to the End of the Night

Het is zomer in een klein boerendorp genaamd Rășinari. Gelegen in het mysterieuze Transsylvanië, geeft Rășinari een stille, harmonieuze indruk. We zien arbeiders, gekleed in Roemeense traditionele klederdracht, met hun gebruikelijke nauwkeurigheid hun werk verrichten in de weidevelden, die samen met de bergen het gehele dorp omringen. Het centrum van het dorp is verlaten, met uitzondering van een kleine groep dronkenlappen. Zij zingen, dansen en spelen viool; het moderne Boekarest lijkt wel een geheel andere wereld…

Vlakbij de plaatselijke kerk bevindt zich een heuvel met een begraafplaats. De grafdelver slentert met grote passen de heuvel op. Achter hem holt een klein jongetje: hij hoopt dat de grafdelver hem zal belonen met een doodshoofd – om voetbal mee te spelen! Zijn naam is Emil Mihai Cioran (1911-1995). Hoe had dit onschuldige kind kunnen voorzien dat het symbool van het doodshoofd, de Dood, hem voor de rest van zijn leven zou achtervolgen, en hem tot misschien wel de meest pessimistische filosoof ooit zou maken?

Tot op de dag van vandaag staat Cioran nog steeds in de schaduw van de andere grote nihilistische filosofen van zijn tijd, Sartre en Camus. En onterecht. Ik zal hier een poging wagen om licht te werpen op deze obscure, doch originele, denker.  Lees verder Vergeten filosoof: Emil Cioran De profeet van de dood

Wouter is derdejaarsstudent wijsbegeerte en is sinds twee jaar redacteur.