Penguin Island

The book about Human Nature, as experienced by Penguins

“As the great writer of Alca has said, the life of a people is a tissue of crime, wretchedness, and folly. Penguinia did not differ in this respect from other nations; nevertheless, its history contains some admirable sections upon which I hope that I have cast much fresh light”.

This piece of writing from the preface of Anatole France’s book Penguin Island fairly summarises the underlying message of the satirical story: people are bad, and they are bad because they are people. The story is about Penguin Island, inhabited by penguins that were transformed into humans. Their history satirically resembles that of France, or more broadly, Western Europe. Almost everything is ridiculed in the book written like a 18th or 19th century history book: from conservatism and progress to capitalism and socialism, and from law and custom to philosophy and theology; but also romance, revolution, history and even the future do not escape France’s critical view.

Lees verder Penguin Island

Corina van der Werf is tweedejaars student filosofie

Open brief aan Paul Cliteur

Deze brief is ingezonden door Justin Warners, naar eigen zeggen ‘(alweer veel te)oud-gediende van de Qualia’, na de discussie omtrent deplatforming die ontstond als gevolg van de uitnodiging aan Paul Cliteur om te komen spreken op de Nacht van de Filosofie in Groningen. In deze brief wordt deze blogpost van Martin Lenz aangehaald, waar Paul Cliteur met de volgende brief op antwoordde, na het lezen van dit stuk van de UKrant.

Lees verder Open brief aan Paul Cliteur

Dit artikel is geschreven door een gastauteur. Schrijf ook voor de Qualia! Kopij kan gestuurd worden naar de redactie via fil-qualia@rug.nl.

De allegorie van het winkelkarretje

Oké, misschien is dit enigszins apart, maar ik voel een vreemd soort sympathie voor verlaten objecten – waaronder winkelkarretjes. Iets aan het mistroostige beeld van een winkelkarretje-waar-niet-meer-mee-gewinkeld-wordt geeft me een vaag gevoel van treurigheid dat ik maar moeilijk van me af kan schudden. Het winkelkarretje is anders, is niet op zijn plaats in de nieuwe omgeving waarin het zich vindt (meestal een afgelegen stuk stoep of een uithoek van het gemeenteplantsoen) en straalt deze misplaatstheid dan ook uit. Bij het zien van het achtergelaten winkelkarretje schudden mensen afkeurend hun hoofd en vragen zich af waar het heengaat met de wereld. Maar niemand vraagt zich af waar het winkelkarretje heengaat. Waarschijnlijk gaat het helemaal nergens meer naartoe, maar dat is nu juist het punt. Het is een doelloos object geworden, een metaforische doorn in het oog van de aanschouwer. Maar in plaats van het winkelkarretje alleen als een obstakel te zien, is het misschien interessanter om je af te vragen hoe het hier in de eerste plaats is gekomen, welk verhaal er achter het winkelkarretje schuilt. Is het achtergelaten door een luie winkelganger? Of is het als omega verstoten door de roedel? Verbannen door de karretjeskudde werd het misschien gedwongen om een eigen weg te zoeken, een zin te geven aan zijn bestaan zonder de sturende hand van de kordate Albert-Heijnbezoeker die weet wat hij wil in het leven (pindakaas! – maar dan wel zonder stukjes, want die krijg je nooit meer tussen je tanden weg). Maar hoe kan het winkelkarretje zijn weg vinden in de wereld als het enkel het helder verlichte gangpad van de supermarkt heeft bereden, waar behulpzame bordjes altijd aangaven waar de eerstvolgende afslag naar toe leidde? Geen wonder dat het de weg is kwijtgeraakt (of überhaupt nooit gevonden heeft).

Nu staat het winkelkarretje in het gras. Alleen. De spaken verroest, de wielen verzand; zelfs als het ergens heen zou willen zou dit een onmogelijke opgave zijn. Weg uit de veilige omgeving van de supermarkt wordt het geteisterd door weer en wind en in de loop van tijd heeft het karretje zijn glans verloren. Hoe vult een winkelkar de dagen, nu het niet meer de boodschappen van anderen hoeft te dragen? De fysieke last van de supermarktproducten is vervangen door de existentiële last van het bestaan, die moeilijker te dragen – of te verdragen– is. Het winkelkarretje is leeg en dit komt niet alleen maar door de afwezigheid van boodschappen. Maar zo’n metafysisch gat schreeuwt om opvulling, moet zo snel mogelijk worden dichtgestuukt met iets, wat dan ook. En dus laadt het karretje zich vol met de loze dingen die het om zich heen vindt. Maar hoe voller het raakt, hoe leger het zich voelt. Want hoe kan je betekenis onttrekken aan betekenisloze objecten? Niets kan uit niets komen.

De avond valt. In het flauwe schijnsel van de lantarenpalen staat het winkelkarretje er desolaat bij. De chaotische verzameling van spullen, die de inhoud van het karretje vormt, doet niets om de opkomende duisternis te verdrijven.

Foto door Ayla van den Hoed
Foto door Ayla van den Hoed

Myrthe is eerstejaarsstudente filosofie en een groot fan van Herakleitos, pindakaas en nadenken over de absurditeit van het bestaan – drie dingen die overigens uitstekend te combineren zijn.

Bravery, Repetition & Noise Over de schoonheid van de veel te luide herrie

Toen een goede vriend van me een elpee van de noise-band Brighter Death Now had gekocht, grapte hij dat de muziek goed samenging met het gezoem van zijn stofzuiger. Dit bleek eigenlijk helemaal geen grap te zijn: de herrie van zijn stofzuiger stelde nauwelijks iets voor in vergelijking met de donkere en luid penetrerende ruis die uit zijn stereospeakers schalde. Mensen die niet zo’n fan zijn van luide rock- of metalbands noemen dat soort bands al gauw ‘herrie’ – hoe zouden zij wel niet reageren op een lesje noise-muziek?

Door Sybolt Friso

Zoals menig filosofiestudent wel zal begrijpen, is het nog verrassend lastig – zo niet onmogelijk – om een breed en gevarieerd begrip als ‘muziek’ eenduidig te definiëren. Dit blijkt bijvoorbeeld al uit de verhitte discussies die filosofen van de muziek met elkaar voeren over de precieze betekenis van dit basisbegrip. Tegelijkertijd verraadt een kleine glimp op de pagina The Philosophy of Music van de Stanford Encyclopedia of Philosophy dat er wel een voorzichtige eensgezindheid bestaat over in ieder geval bepaalde essentiële eigenschappen van muziek. Het gaat hierbij vaak om aspecten als ‘melodie’, ‘ritme’, ‘harmonie’, ‘toon’, noem maar op. Hieruit wordt wel duidelijk (als dat intuïtief al niet zo was) dat we muziek doorgaans vooral luisteren omdat dit soort aspecten ons een fijne luisterervaring geven; we genieten van een mooie harmonie, een prettige melodie, een pakkende hook, en kunnen ons misschien nauwelijks muziek voorstellen zonder dit soort basiseigenschappen.

Dat maakt het des te interessanter dat artiesten binnen de noise-muziek expres en expliciet botsen met deze basale eigenschappen van muziek. Noise-muziek klinkt vooral genadeloos luid, smerig, confronterend en onprettig, is veelal aritmisch en dissonant, en catchy hooks zoals in de pop- en rockmuziek zijn vaak al helemaal ver te zoeken. Toch is het een muzikaal subgenre dat, in vele soorten en maten, een razende populariteit kent. Dat roept vragen op. Waar komt noise-muziek vandaan, waarom genieten luisteraars van noise-muziek en wat voor rol kan noise spelen in de muziek? Kortom, wat is de muzikale waarde van noise-muziek?

Lees verder Bravery, Repetition & Noise Over de schoonheid van de veel te luide herrie

Sybolt is vierdejaarsstudent filosofie en zal dit collegejaar zijn bachelor afronden. In z’n vrije tijd loopt hij bijna constant rond met een koptelefoon op zijn hoofd.

Socrates als Sofist Waarom Socrates Gorgias imiteert in Plato’s Gorgias

 

Plato staat bekend als iemand die de sofistische stijl verafschuwt. Deze bijna poëtische stijl is gericht op het overtuigen van mensen in plaats van het helder weergeven van argumentatie. In zijn dialoog de Gorgias kiest hij er toch voor om deze stijl te volgen. Hij kiest hiervoor de stijl van de sofist Gorgias van Leontini. Waarom gebruikt het personage Socrates deze stijl?

Door Linda Ham

Plato (±429-347 v.Chr.) is één van de bekendste filosofen uit de Oudheid. Hij hield zich bezig met een grote verscheidenheid aan onderwerpen, van ethiek tot epistemologie. Hij schreef dialogen waarin vaak andere filosofen voorkwamen, waaronder Socrates (Plato’s docent) en verscheidene sofisten. Deze sofisten, die leefden in de 5de eeuw v.Chr, waren docenten die rondreisden in Griekenland en zich voornamelijk richtten op de kunst van het publiek spreken. De uit Sicilië afkomstige Gorgias van Leontini (±485-380 v.Chr.) was één van de eerste sofisten. Hij werd in Athene bekend als redenaar door de uitvoerig gestileerde, duidelijk door de poëzie beïnvloede stijl die hij hanteerde. Een aantal van de door hem gebruikte stijlfiguren zou later bekend worden als de Gorgiaanse stijlfiguren.

Lees verder Socrates als Sofist Waarom Socrates Gorgias imiteert in Plato’s Gorgias

Linda volgt de Research Master Filosofie (Geschiedenis Filosofie)

De kleur van de lucht

Over kleur, taal, onze ervaring van de wereld en de samenhang van deze drie, met in de hoofdrol een raadsel over een klein meisje en de kleur blauw.

Door Berend Pot

Ik zag laatst op een oude barometer twee mogelijkheden: ‘Regen’ en ‘Mooi’ Nu vind ik dat een grauwe, regenachtige dag ook heel mooi kan zijn, maar blijkbaar hebben we ooit besloten dat dat niet zo is. Het weer is alleen mooi als de zon schijnt, het droog is, en de lucht mooi helder is. Op het moment dat ik dit schrijf, is het buiten sinds lange tijd weer ‘mooi’ weer. We hebben sinds de laatste oliebol met smart en klaagzang zitten wachten op dit moment, en we zullen ervan genieten totdat we, geprikkeld door de eerste herfstblaadjes, weer beginnen te fantaseren over de gezellige chocoladeletters en kerststollen.

Dit mooie lente- en zomerweer gaat doorgaans gepaard met een mooie, heldere, blauwe lucht. Wie heeft er niet eens op zijn rug in het gras gelegen, naar de wolken gekeken, en zich verwonderd over die mooie, diepblauwe lucht?

Toch is er iets eigenaardigs aan die blauwe lucht.

Lees verder De kleur van de lucht

Berend Pot is derdejaars student filosofie

Kleurplatenwedstrijd

Omdat het thema van de laatste Qualia van dit jaar kleur is, hebben we een heuse kleurplatenwedstrijd uitgeschreven. De prachtige prent hieronder is van Elisa-Jai Huesken. Zoek je mooiste krijtjes, viltstiften en potloden en verbluf ons met je creatieve talent. Het resultaat daarvan kun je VOOR  30 september in het postvakje van de Qualia leggen. Veel kleurplezier!

 

Dit artikel is geschreven door een gastauteur. Schrijf ook voor de Qualia! Kopij kan gestuurd worden naar de redactie via fil-qualia@rug.nl.

‘Over de Vertroosting der Wijsbegeerte’ Een speculatie over de motieven van de schrijver

De vroegmiddeleeuwse filosoof Boëthius schrijft tijdens een onterecht gevangenschap een van de meest invloedrijke boeken van de middeleeuwen: Over de Vertroosting der Wijsbegeerte. Hij bespreekt hierin zaken als vrije wil en determinisme, het lot en goddelijke voorzienigheid. Ik vraag mij af waarom hij dit deed. Streefde hij eeuwige roem na of was het gewoon verveling?  

 

De tijd waarin Anicius Manlius Severinus Boëthius leefde, het Italië van de late 5e eeuw en de vroege 6e eeuw, was er een van politieke onrust. Nadat de laatste West-Romeinse keizer (symbolisch) was afgezet, nam de barbaarse legeraanvoerder Odoaker de macht over. Romeinen als Boëthius stonden formeel nog onder gezag van de Oost-Romeinse keizer in het Byzantijnse Rijk, maar een barbaar op de troon zinde de keizer niet. Daarom stuurde hij een leger onder leiding van Theodorik de Grote, die tot zijn dood in 526 over het West-Romeinse rijk heerste.   

Lees verder ‘Over de Vertroosting der Wijsbegeerte’ Een speculatie over de motieven van de schrijver

Corina van der Werf is tweedejaars student filosofie

Officer Sam Should the U.S. be the World's Police Force?

Whether you like it or not, the world is becoming smaller every day. When the global village becomes a global city, who will keep its citizens safe? One nation in particular has taken it upon itself to ostensibly fulfill this task. Could the United States possibly be justified in seeking the role of an international ‘police force’?

By Berend Pot

In 2004, Matt Stone and Trey Parker, better known as the creators of the renowned animation series South Park, released a movie named Team America: World Police. The movie involves a team of string puppet super soldiers who are tasked with neutralizing the then leader of North Korea, Kim Jong-Il. Now, I am not going to tell you whether or not they succeeded, nor am I going to review the film. Instead I will use the film to introduce a criticism that is often leveled at the general aim of United States foreign policy during the last century. For the most part, Stone and Parker’s film is a satire about the position the United States has taken within the international community, which has often been described as one comparable to that of a police force. Interestingly, such comparisons have been made in the spirit of heavy criticism as well as praise and advocacy.

Lees verder Officer Sam Should the U.S. be the World’s Police Force?

Berend Pot is derdejaars student filosofie

De bioindustrie moordt niet Een toestemming voor vlees eten

Is vlees eten moord, genocide of slavernij? Activisten zoals Peter Singer, Tom Regan en recentelijk Roos Vonk omschrijven de bio-industrie met deze beladen termen. Ze beargumenteren daarmee dat vlees eten categorisch verkeerd is. In dit stuk wil ik daar tegenin gaan. Er is een duidelijk en relevant verschil tussen mens en dier. Dat verschil is dan wel niet te herleiden tot een fysiek verschil, het is desalniettemin van belang om te verklaren wat er  verkeerd is aan moord en slavernij.

Door Thomas Krabbenbos

De flexitariër

Er is een nieuwe morele categorie in de dierenrechtendiscussie in opkomst: de bewuste vleeseter, ook wel flexitariër genoemd. Een brede consensus is ontstaan dat dieren bewust zijn en dat hun welzijn gerespecteerd moet worden. Ook de klimaatverandering moet serieus genomen worden, dus mindert de flexitariër zijn vleesconsumptie, kiest biologisch en stemt voor strengere reguleringen in de bio-industrie. Toch is het een vleeseter. Op het eerste gezicht lijkt het een niet te rechtvaardigen schipperen. Aan de ene kant accepteer je verantwoordelijkheid ten aanzien van dieren, aan de andere kant accepteer je een of andere systematische schade. De flexitariër is volgens tegenstanders op z’n best een humanitaire slavenhouder, of een vriendelijke concentratiekampbeul.

Lees verder De bioindustrie moordt niet Een toestemming voor vlees eten

Thomas is tweedejaarsstudent filosofie.